De coronacrisis is ook een economische crisis. Om uit dat dal te klimmen, hebben we een andere aanpak nodig dan vlak na de recessie van ruim tien jaar geleden, zeggen experts. Toen koos de wereld voor een grijze koers, maar nu moet dat een groene zijn. Waarom nu wel en toen niet?

NU.nl sprak met energie-economen Bjarne Steffen en Tobias Schmidt van de vooraanstaande Zwitserse universiteit ETH Zürich. In vakblad Joule pleiten ze ervoor de coronacrisis te benutten.

Volgens hen biedt de pandemie de politiek een unieke kans om klimaatbeleid versneld in te voeren. De economen zeggen dat dit niet alleen cruciaal voor het bereiken van de klimaatdoelen is, maar ook goed voor de economie is. Dan moeten we geld wel slim investeren en gebruikmaken van het momentum.

Waarom biedt de coronacrisis een kans en waarom is groen beter dan grijs?

Nationale overheden gaan vanwege de coronacrisis hoe dan ook gigantische bedragen investeren. Die staatssteun kun je maar één keer besteden en dan moet het ook raak zijn, zegt Schmidt. "Je kunt dat geld beter steken in nieuwe technologie, dan in een verouderd energiesysteem. Dat oude systeem lekt veel geld weg via de import van fossiele brandstoffen."

"Duurzame energie kunnen we zelf produceren en biedt allerlei extra voordelen. Zo levert het veel meer banen op, die ook hoogwaardiger zijn. En met bijvoorbeeld windtechnologie heeft Europa een leidende marktpositie."

De coronacrisis biedt ook een kans om het duurzaam te doen, omdat de rentetarieven worden verlaagd, vervolgt Schmidt. "Dat maakt het aantrekkelijk om nu duurzame energieprojecten te financieren. Die hebben vooral opstartkosten, die daarna worden terugverdiend."

Steffen noemt een derde reden: "De coronacrisis wordt wel 'het einde van het neoliberalisme' genoemd. We waarderen de rol van de staat weer. Dat kan een keerpunt zijn. Van het coronavirus tot klimaatverandering, we realiseren ons dat de vrije markt structurele duurzaamheidsproblemen niet kan oplossen." Naast sterke nationale overheden is volgens Steffen ook Europese samenwerking essentieel.

Tot slot moeten we er volgens Schmidt ook andersom naar kijken. Het klimaatprobleem vraagt precies wat er nu komt: grote overheidsinvesteringen. En dat is ook gelijk de laatste kans. Om de opwarming onder de afgesproken 1,5 graden te houden, moet de wereldwijde uitstoot over tien jaar bijna zijn gehalveerd. "Als die kentering uitblijft, zal klimaatverandering enorme economische schade veroorzaken."

Waarom lukte het tien jaar geleden niet?

De vorige diepe recessie was het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Een jaar later faalde de klimaattop van Kopenhagen, omdat klimaat van de politieke agenda gleed. Er werd geïnvesteerd in 'oude' sectoren, waarna de CO2-uitstoot zelfs versneld steeg.

Die sectoren hebben volgens Steffen vaak nog de beste lobbycontacten en weten daarmee makkelijker de politiek te beïnvloeden. "Maar er is één belangrijk verschil: duurzame energie heeft inmiddels het hoogste rendement. Tien jaar geleden was duurzaam nog te duur. Nu zijn we voorbij het kantelpunt en is het andersom."

"Kijk naar de explosieve groei van bijvoorbeeld zonne-energie. Nu zijn juist steenkool, schaliegas en teerzandolie financieel niet meer rendabel. Ook elektrische auto's zitten al bijna op het kantelpunt."

Miljarden belastinggeld voor KLM, is dat wel zo slim?

Het is ook de toekomst die je zelf creëert, voegt Schmidt eraan toe. "Tien jaar geleden was zonne-energie de duurste stroombron. Nu is het dankzij investeringen de goedkoopste." Zo moet het volgens hem ook verder. Om moeilijke sectoren als de staalindustrie en luchtvaart duurzaam te maken, zijn enorme investeringen nodig. Investeringen die nooit vanuit de bedrijven zelf zouden komen. "Grootschalige toepassingen van waterstof kunnen rendabel worden als er ook flink in wordt geïnvesteerd. Dat moet vanuit nationale overheden komen."

In hun publicatie waarschuwen de beleidsonderzoekers voor 'groene boodschappenlijstjes': maatregelen die op korte termijn milieuwinst lijken te geven, maar op de lange termijn contraproductief kunnen zijn.

"Je moet zeker geen staatssteun meer geven aan steenkoolbedrijven", zegt Steffen. "Maar het is de vraag of het slim is je te verzetten tegen staatssteun aan vliegmaatschappijen. Binnen Europa moeten we investeren in hogesnelheidstreinen, maar intercontinentaal is er nog geen duurzaam alternatief."

"En het gaat hier ook om werkgelegenheid en het maatschappelijke belang. Je wil niet dat je eigen luchtvaartmaatschappij omvalt en een concurrent het gat vult. Het is misschien beter om met invloed binnen de sector te verduurzamen."

Ook op dat vlak kunnen we leren van de vorige crisis, zegt Schmidt. "De banken die toen miljarden kregen, waren binnen enkele maanden alweer aan het lobbyen tegen regulering van de financiële sector. We moeten zeggenschap inbouwen én iets terugverwachten van bedrijven die staatssteun willen. Als je wil verduurzamen, heb je toekomst."