Van veel luchtwegvirussen is een 'seizoenseffect' bekend: ze pieken in het winterhalfjaar, en lijken in warmer weer tijdelijk te verdwijnen. In het voorjaar was dit effect niet sterk genoeg om snelle verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Maar hoe zit het met de zomer?

Toen de verspreiding begon was het op het noordelijk halfrond winter. Nog steeds lijkt het virus minder voor te komen in Australië, Zuid-Amerika en Afrika. Komt dat door het klimaat, door minder contacten met besmette gebieden of door gebrek aan metingen? "Het is heel lastig om landen met verschillende klimaatcondities te vergelijken", zegt viroloog Ab Osterhaus. "Ook omdat de maatregelen sterk kunnen verschillen."

Warme landen blijven in elk geval niet gespaard. Zo kampt de tropische havenstad Guayaquil in Ecuador met een uitbraak die de mortuaria niet aankunnen.

“Het temperatuureffect is zwak: zelfs bij 37 graden kan het virus twee dagen overleven.”

Omdat het COVID-19-virus pas enkele maanden bekend is, zijn onderzoeksresultaten schaars. Dus kijken wetenschappers eerst naar vergelijkbare virussen. Zo zijn vier coronavirussen bekend die bij mensen doorgaans onschuldige verkoudheden veroorzaken.

Onderzoekers van de Universiteit van Michigan hebben deze coronavirussen tien jaar lang gevolgd en concluderen in The Journal of Infectious Diseases dat deze sterk seizoensgebonden zijn.

Twee andere coronavirussen die voor mensen veel gevaarlijker zijn gebleken, MERS- en SARS-coronavirus, zijn te weinig in omloop geweest om een duidelijk seizoenseffect waar te nemen. Van deze virussen is wel laboratoriumonderzoek beschikbaar. Daaruit blijkt dat ze sneller afbreken bij hoge temperaturen, en onder blootstelling aan uv-straling.

Zonder 'social distancing' kan virusverspreiding in zomer weer toenemen

Het is dus aannemelijk dat ook de verspreiding van het nieuwe coronavirus beïnvloed wordt door seizoenen. Maar er is een belangrijke reden waarom dit effect te zwak is om de epidemie vanzelf te laten uitdoven in de zomer: er is geen immuniteit. Naar schatting 97 procent van de Nederlanders heeft het virus nog niet onder de leden gehad, zo blijkt uit onderzoek onder bloeddonoren.

“Naar schatting 97 procent van de Nederlanders heeft het virus nog niet gehad, zo blijkt uit onderzoek onder bloeddonoren.”

Deze mensen kunnen bij contact met een besmet persoon zelf ook makkelijk besmet raken én weer anderen besmetten - ongeacht of het buiten nou 5 of 25 graden is. Dat is volgens experts ook de grootste reden dat griep en verkoudheid vooral in de winter heersen: dan zitten we dichter op elkaar in bedompte ruimten met weinig ventilatie, en steken elkaar dus sneller aan.

Als mensen bewust op grotere afstand van elkaar blijven, speelt een rol hoe lang het virus actief blijft op gedeelde objecten, zoals postpakketten, pinautomaten en benzineslangen. En hoe lang het virus in de lucht kan blijven zweven. Daar wordt ook het weer een factor.

Hoe een 'tweede golf' van besmettingen fout kan gaan
113
Hoe een 'tweede golf' van besmettingen fout kan gaan

Effect hoge vochtigheid misschien groter dan temperatuur

Sinds ons artikel over de invloed van lentetemperaturen zijn er wat nieuwe inzichten bij gekomen. Onderzoekers uit Hongkong schrijven in The Lancet dat ook het nieuwe coronavirus sneller afbreekt in hitte. Maar het temperatuureffect is zwak: zelfs bij 37 graden kan het virus twee dagen overleven.

Osterhaus noemt een ander nieuw inzicht met een klimaatcomponent. "Bij geïnfecteerde mensen bevindt het virus zich ook in het speeksel. Van daaruit kan het zich niet alleen als hoest- of niesdruppeltjes verspreiden, maar waarschijnlijk ook als microscopische aerosolen."

Deze aerosolen kunnen veel langer in de lucht zweven als de lucht droger is. Bij hoge luchtvochtigheid slaat het virus sneller neer, en breekt het ook sneller af. Doorgaans is onze lucht in de zomer veel vochtiger dan in de winter, vooral binnen gebouwen.

Conclusie: de zomer kan een handje helpen om de besmettingen verder terug te dringen. Maar zolang immuniteit ontbreekt, kan het virus makkelijk de kop opsteken als menselijk contact weer toeneemt. Ook in het midden van de zomer.