Sinds de coronamaatregelen van kracht zijn, heeft Nederland uitzonderlijk veel heldere hemels met stralende zon gehad. Is dat volledig toeval? Of speelt de invloed van afgenomen vliegverkeer een rol?

Natuurlijk is er af en toe bewolking en zelfs een verdwaalde bui, maar de tweede helft van maart en de eerste helft van april werden bovenal gekenmerkt door stralende hemels met een overvloed aan lentezon.

Dat wordt op meerdere plaatsen gevoeld. Na een kletsnatte winter heeft de Nederlandse bodem in enkele weken tijd een behoorlijk neerslagtekort ontwikkeld, met gevolgen voor landbouw en natuur.

Ongeveer twee keer zo veel zon als in dezelfde periode vorig jaar

Ook mensen met zonnepanelen merken dat er weinig bewolking is. Op 5 en 11 april raakte de piekproductie van zonnestroom aan de 5 miljard watt - waarmee tijdelijk 40 procent van de Nederlandse elektriciteitsconsumptie van de zon kwam.

Dat record komt voor de helft door de groei van zonnepanelen, en voor de andere helft door de zeer lage hoeveelheid bewolking. Het is dit jaar ongeveer twee keer zo zonnig als in dezelfde periode vorig jaar.

Heeft dat met de coronacrisis te maken? Ten dele. Ten eerste is de luchtkwaliteit verbeterd. Stikstofdioxide is ongeveer 60 procent afgenomen, meldt het KNMI. Aan het oppervlak is de afname van luchtvervuiling een stuk kleiner, nuanceert het RIVM - omdat de fijnstofuitstoot wel hoog blijft.

Hoog in de atmosfeer speelt nog een factor: het vliegverkeer is bijna stilgevallen. Een woordvoerder van Schiphol laat aan NU.nl weten dat passagiersvluchten met 90 procent zijn afgenomen. Als je toch nog een vliegtuig ziet, is de kans groot dat het een vrachtvlucht is.

Juist op zonnige dagen gooien vliegtuigen wel eens roet in het eten

Vliegtuigen dragen bij aan de vorming van bewolking, legt wolkenexpert Pier Siebesma van het KNMI en de TU Delft uit. De mate waarin dat gebeurt hangt af van de weersomstandigheden, zoals de luchtdruk, temperatuur, hoeveelheid waterdamp en 'aerosolen': kleine zwevende deeltjes, zoals roet en zwaveloxiden. Waterdamp kan aan die aerosolen vasthechten en dan makkelijker condenseren tot een druppel of een ijskristal - de basis van wolken.

Op grote hoogte zijn die zwevende 'condensatiekernen' deels afkomstig van de verbranding van kerosine. Daarnaast voegen vliegtuigen op grote hoogte genoeg waterdamp toe om wolkvorming te bevorderen.

Het gaat daarbij om een dunne laag bewolking op grote hoogte. Bij lage luchtdruk en westenwinden heeft Nederland vaak stapelwolken. Die ontstaan door opwaartse luchtstromen vanaf het oppervlak en worden niet beïnvloed door vliegtuigen.

De weersomstandigheden bepalen waarom je op de ene dag wel grote condenssporen of 'vliegtuigstrepen' ziet, en deze op andere dagen snel verdwijnen. Dat zagen we de afgelopen dagen ook veel, zegt Siebesma: "De lucht was zo droog dat condensstrepen amper zichtbaar waren en bijna onmiddelijk oplosten."

Afgelopen zaterdag had Nederland een productierecord voor zonne-energie. Maar in de middag ontstond een klein beetje sluierbewolking. Die was deels afkomstig van de condenssporen van de vliegtuigen die wél nog over Nederland vlogen. (Afbeelding: Rolf Schuttenhelm, NU.nl.)

Op zonnige dagen tot 90 procent minder 'cirrus homogenitus'?

Juist in het weertype dat Nederland in de afgelopen weken veel heeft, met relatief hoge luchtdruk, kúnnen vliegtuigen een doorslaggevende factor zijn tussen een knalblauwe lucht - en een beetje een wittige soep. Voorwaarde: er moet dan voldoende vocht in de atmosfeer zitten. Afgelopen zaterdag was zo'n dag, en waren de vliegtuigen die wél vlogen duidelijk van invloed op het weerbeeld.

In de nieuwste wolkenatlas van de Wereld Meteorologische Organisatie is een naam gegeven aan het fenomeen, als officiële nieuwe wolkensoort: de cirrus homogenitus. In het Nederlands: 'door de mens gemaakte sluierbewolking'.

Dat zijn niet de vliegtuigstrepen zelf, maar de sluierbewolking die eruit voortkomt. Als er veel vliegtuigen vliegen verwaaien de condenssporen en kan op grote hoogte een bijna sluitend wolkendek ontstaan, waar de strepen niet meer goed in zijn terug te zien. En de zon ook niet.

Siebesma geeft aan dat het lastig is om precies te zeggen hoe groot de rol van het afgenomen vliegverkeer op de hoeveelheid lentezon in Nederland is. De invloed van het dagelijkse weer is veel groter. Ook de 'overige luchtvervuiling' hangt in Nederland af van de windrichting. "Zou je het effect van afgenomen luchtvaart tussen al die natuurlijke variatie goed willen meten, dan zouden de coronamaatregelen een paar jaar moeten duren."