Door de bosbranden in Australië zijn naar schatting al 500 miljoen wilde dieren omgekomen, maar we horen ook veel dat bosbranden 'normaal' zijn in Australië. Eucalyptusbomen zijn er bijvoorbeeld op ingesteld. Zijn de branden dit jaar anders? En zo ja: waar zit voor de natuur dan het verschil in?

Allereerst: ja, bosbranden komen inderdaad met enige regelmaat voor in Australië. Het belangrijkste verschil met andere jaren zit 'm in de schaal, van zowel de branden als de hitte en droogte.

Australië beleefde vorig jaar de heetste zomer die ooit in het land is gemeten en sindsdien is overal uitzonderlijk weinig regen gevallen. Als gevolg daarvan sneuvelen ook deze zomer hitterecords en is de bodem kurkdroog. Daardoor duren de bosbranden langer en zijn ze over een groter gebied verspreid.

Professor Dieter Hochuli van The University of Sydney: "De schaal van deze branden is niet eerder vertoond. Ze duren langer, zijn wijder verspreid en branden op hogere intensiteit dan andere branden."

In totaal gaat het nu al om een verbrand gebied van 8,4 miljoen hectare. Daar past Nederland bijna drie keer in. Het is een veelvoud van de bosbranden in andere gebieden in 2019, zoals die in de Amazone en Rusland, terwijl die branden al richting een mondiaal record gingen.

Dieren sterven door honger, dorst en gebrek aan toevluchtsoorden

Mobiele soorten, zoals vogels en grotere kangoeroes, kunnen een stuk voor de bosbranden uit vluchten. Bij kleinschaligere branden schuilen zij in zogeheten 'refugia': stukken bos die overeind blijven. Bij de huidige massale branden daarentegen raken ook deze eilanden van staand bos ingesloten door de vlammen en komen zo ook veel van de snelle soorten om.

"De voornaamste reden dat er zulke grote aantallen dieren omkomen, is de hoeveelheid bos die verbrand is en hoe weinig toevluchtsoorden er overeind zijn gebleven", legt Hochuli uit.

Verder speelt vooral het effect van de uitzonderlijk sterke droogte op. Er is op veel plekken te weinig vocht aanwezig om de vegetatie snel te laten herstellen. Vooral tijdens de hittegolven die herhaaldelijk voorkomen, sterven veel dieren.

"Het wordt voor dieren moeilijk om in verbrande gebieden genoeg voedsel en schuilplaatsen te vinden", vertelt ecoloog Tina Bell van The University of Sydney aan NU.nl. "Water is heel schaars door de langdurige droogte en vegetatie kan niet teruggroeien tot het water weer in de bodem doordringt."

"Als gebieden waar zeldzame planten en dieren leven verbranden, kan dat betekenen dat deze soorten voorgoed verloren zijn."

Door intense hitte gaan ook zaden en bosbodem verloren

In delen van Australië waar bosbranden van nature voorkomen, leven plantensoorten die erop geëvolueerd zijn, bijvoorbeeld bomen met een brandbestendige schors en planten met zaden die goed kunnen kiemen na een brand. Bosbranddeskundigen vrezen echter dat dat bij deze branden anders zal uitpakken, omdat ze intenser zijn en het vuur extreem hoge temperaturen bereikt.

"Hoe warmer een brand wordt, hoe gevaarlijker die is", legt bosbrandonderzoeker Guido van der Werf van de Vrije Universiteit uit. "De huidige weersomstandigheden in Australië leiden echt tot bizarre branden. Daarbij gaan óók de zaden die in de bodem zitten verloren, waardoor het langer duurt voordat je weer een nieuw bos hebt en je dus ook soorten kunt verliezen."

"En als het straks eindelijk weer gaat regenen, krijg je waarschijnlijk heel veel bodemerosie door het effect van de intense hitte op de bosbodem", voegt Van der Werf toe. "Die kan geen water meer doorlaten, waardoor de bovenste laag wegspoelt."

Deze zomer branden niet alleen de droge eucalyptusbossen (die gewend zijn aan een cyclus van bosbranden en herstel), maar ook enkele tropische regenwouden in het noorden van het land. Deze bossen horen van nature permanent vochtig te zijn en nooit te branden, wat ook betekent dat veel plantensoorten die erin voorkomen geen mechanismen hebben ontwikkeld om van bosbranden te herstellen.

Bosbranden versnellen bestaande problemen

Tot slot: het gaat sowieso niet goed met de Australische natuur. Veel ecosystemen zijn niet gezond en veel soorten lopen in aantallen terug, zoals de koala's, die langs de oostkust per generatie met 25 tot 50 procent achteruitgaan.

Koalaonderzoeker Valentina Mella: "In New South Wales en Queensland gaan de koala's sowieso achteruit door de verspreiding van ziekten, de vernietiging van leefgebied en klimaatverandering."

"Wij verwachten dat hittegolven en droogten steeds vaker voorkomen en ernstiger worden. Dat zal de bomen waar de koala's van afhankelijk zijn voor hun voedsel, beschutting en vocht beïnvloeden, met grote gevolgen voor de koalapopulaties."

Professor Christopher Dickman, ook van The University of Sydney, voegt ontbossing er nog aan toe. "Wij hebben de periode 1998 tot 2005 geanalyseerd. Door ontbossing zijn in die zeven jaar 100.000 wilde dieren omgekomen." Hij vreest dat de verbrande gebieden ook ten prooi vallen aan invasieve soorten, zoals verwilderde huiskatten en Europese vossen.