De winter is weer begonnen, en de kachels slaan aan. Gevolg: veel mensen worden met allerlei kwaaltjes wakker. Droge lippen, droge huid, prikkende ogen en hoest- en niesbuien zonder dat er een verkoudheidsvirus heerst. Oorzaak: droge winterlucht. Hier lees je hoe dat kan en wat je kunt doen om de kwaaltjes te verminderen.

Buiten slaat de regen tegen de ruiten, maar binnen in huis is de lucht te droog. Een probleem dat zo verholpen is als je even een raam open zet, zou je zeggen. Maar soms is het wel iets hardnekkiger - en maakt extra ventileren het zelfs erger.

Drie tips: lager stoken, minder ventileren en vocht recyclen

Om de oplossingen te snappen, moet je ook de oorzaak begrijpen. Daar komen we later op terug, we geven je hier eerst de belangrijkste tips:

1. Minder hoog stoken. Hoe hoger de thermostaat, hoe droger de lucht.

2. Niet continu ventileren - zeker als het buiten koud en droog is.

3. Alle tips om je huis vochtvrij te krijgen omdraaien. Bijvoorbeeld douchen met het buitenraam dicht en de badkamerdeur open. Geen wasdroger gebruiken, maar de was binnenshuis te drogen hangen. Als je rijst of aardappelen kookt, geen deksel op de pan doen.

We zeggen er gelijk maar even bij dat te veel vocht ook een probleem kan zijn, als je beschimmelde muren hebt bijvoorbeeld.

Droge lucht is relatief: het gaat om hoeveel water de lucht kán bevatten

Vocht kan op twee manieren in lucht aanwezig zijn: zichtbaar en onzichtbaar - of beter gezegd vloeibaar (of als het heel koud is ijsvormig) en gasvormig. In het laatste geval heet het waterdamp: water dat verdampt, wordt gas. Pas als het weer condenseert, en dus een (heel klein) druppeltje wordt, kun je het weer zien. Dat geldt voor stoom, wolken, mist of het zichtbare condenswolkje dat je 's winters buiten uitademt. Dat is geen waterdamp, maar dat zijn heel kleine druppeltjes - vloeistof dus.

Als we het hebben over luchtvochtigheid wordt meestal de hoeveelheid waterdamp bedoeld, het gasvormige water. En bij de klachten van droge winterlucht gaat het eigenlijk nog om iets specifiekers: de werkelijke hoeveelheid waterdamp, ten opzichte van de maximale hoeveelheid waterdamp die lucht kan bevatten. Dat is de relatieve luchtvochtigheid en die wordt dus uitgedrukt als een percentage. Een prettige luchtvochtigheid ligt tussen de 50 en 60 procent, maar in de wintermaanden zakt deze in veel huizen onder de 30.

Aan de basis van de droge winterlucht staat een natuurkundig gegeven: warme lucht kan veel meer waterdamp opnemen dan koude lucht. Dat betekent dat bij eenzelfde hoeveelheid waterdamp de koude buitenlucht een hogere relatieve vochtigheid heeft dan de warme binnenlucht.

Het zorgt er omgekeerd voor dat warme lucht met een hoge vochtigheidsgraad zodra die afkoelt de maximale relatieve luchtvochtigheid van 100 procent bereikt. Dat is het punt dat een deel van het water in de lucht van gasvorm naar vloeibare vorm gaat: condensatie. Het gebeurt overal om je heen: je adem die buiten afkoelt in de koude lucht bereikt binnen een seconde de maximale luchtvochtigheid, waarna het condenswolkje vormt. Of de condens tegen de relatief koude spiegel in je badkamer, waar de luchtvochtigheid tijdens het douchen ook kan oplopen tot bijna 100 procent.

De koude regenlucht is droger dan die lijkt

De reden dat het in de winter binnenshuis veel droger is dan in de zomer, komt dus omdat de koude buitenlucht in de winter veel minder waterdamp bevat, zelfs als het regent. Die lucht halen we tijdens het ventileren naar binnen en verwarmen we vervolgens, waardoor de relatieve vochtigheid daalt.

Waarom het geen goed idee is om te blijven ventileren is omdat je de lucht in huis dan niet de kans geeft om meer waterdamp op te nemen. Terwijl er in huis genoeg waterbronnen zijn: je thee, je koffie, je planten - en vooral de pannen tijdens het koken, de was, en de badkamer. Als de warme lucht is afgesloten, neemt deze een groot deel van dit vocht op als waterdamp, en stijgt dus de relatieve luchtvochtigheid.

De laagste luchtvochtigheid krijg je als het buiten droog, zonnig en koud is, de kachel heel hoog staat en je ook nog continue ventileert. De relatieve luchtvochtigheid kan dan onder de 20 procent zakken, waar je op termijn flinke klachten van kunt krijgen.

Dat komt omdat er een aanzuigende werking uitgaat van zulke droge lucht. Er verdampt daardoor extra veel uit je huid, maar bijvoorbeeld ook uit je ogen en luchtwegen. Is de relatieve luchtvochtigheid hoger, dan wordt er minder hard aan het aanwezige vocht getrokken en blijft er dus ook meer vocht in je huid, je longen en ook je planten achter. Bijkomend voordeel is dat de lucht bij een wat hogere vochtigheid ook minder stoffig kan worden.

Het is wel belangrijk niet te overdrijven: als je last krijgt van vochtige muren, kan daar schimmel in komen en dat kan op termijn een nog groter probleem geven voor je gezondheid. Op dat vlak is goede isolatie de beste tip. Dat kan weer voorkomen dat je binnenmuren te vochtig worden.