Maandag komen delegaties uit maar liefst 196 landen in Madrid samen voor COP25, de 25e VN-klimaatconferentie. Dit jaar draait de top vooral om geld, aangezien moet worden uitgevochten hoe de geplande klimaatmaatregelen uitgevoerd en betaald gaan worden.

Tijdens de klimaattop in Madrid, die eigenlijk in Chili zou worden gehouden, onderhandelen de deelnemende landen over de financiering van de geplande klimaatmaatregelen. Over ruim een jaar moet namelijk het klimaatakkoord van Parijs - dat door bijna tweehonderd landen is ondertekend - in werking treden.

In december 2015 werd op de klimaattop van Parijs afgesproken dat de gemiddelde temperatuur op aarde met niet meer dan 2 graden Celsius mag stijgen. Het ultieme streven is zelfs 1,5 graden. Om dit te kunnen realiseren, moet de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen flink worden teruggedrongen.

Alleen met drastische maatregelen zijn de doelstellingen van Parijs nog te halen, blijkt uit recent onderzoek van de Verenigde Naties. Met de plannen die er nu liggen, zal de aarde naar verwachting met 3,2 graden opwarmen, in plaats van de afgesproken 2 of 1,5 graden.

Premier Mark Rutte wordt verwelkomd door de Spaanse premier Pedro Sánchez. (Foto: Reuters)

Onderhandelingen worden niet makkelijk

Zeker vijftig regeringsleiders komen naar de COP25. Premier Mark Rutte is aanwezig bij de opening en minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat gaat met enkele Kamerleden onderhandelen over de regels die het Klimaatakkoord zo goed mogelijk moeten laten werken.

Deze onderhandelingen worden naar verwachting niet makkelijk. Hoewel meerdere landen vinden dat in de klimaatcrisis het punt is bereikt waarop er geen weg meer terug is, kunnen niet alle onderhandelende partijen het eens worden over de bijdrage die per land moet worden geleverd om aan de doelen te voldoen.

Ook is er nog veel discussie over de uitstootrechten uit het Kyotoprotocol, de voorganger van het Klimaatakkoord. Landen als Brazilië, Australië en Rusland willen deze rechten behouden om de uitstoot op papier te kunnen verlagen. Andere zijn hier tegen omdat deze rechten de CO2-uitstoot op geen enkele manier écht omlaag zouden brengen.

Hoewel er tijdens deze top geen nieuwe doelen worden vastgesteld, wordt verwacht dat ambitieuzere landen een poging gaan wagen om andere landen te motiveren om rigoureuze maatregelen te nemen. De ogen zijn gericht op EU-landen, die donderdag een symbolische resolutie hebben aangenomen waarmee de klimaatcrisis formeel wordt erkend.

Wie betaalt de rekening?

Naar verwachting draait het, zoals eerder gezegd, tijdens de klimaattop in Madrid voornamelijk om geld. Naast de onderhandelingen over de financiering van de klimaatmaatregelen, houden arme landen de rijke landen grotendeels aansprakelijk voor de klimaatcrisis. De armere landen zien daarom graag een compensatie.

Met name in arme landen is het lastig om getroffen gebieden weer op te bouwen voordat de volgende ramp weer voor de deur staat. Uit een op maandag verschenen onderzoek van de Britse hulporganisatie Oxfam blijkt dat meer dan twintig miljoen mensen tussen 2008 en 2018 uit hun huis zijn verdreven als gevolg van extremer weer.

Tijdens de klimaatbesprekingen in Madrid dringen verschillende milieu- en ontwikkelingsgroepen aan op de oprichting van een ​​fonds voor landen die het meest worden getroffen door klimaatverandering. In 2009 hebben rijke landen weliswaar beloofd om 100 miljard dollar (ruim 91 miljard euro) vrij te maken, maar er zijn nooit afspraken over de verdeling gemaakt.

Rijkere landen, met name de VS, zijn wat dit soort afspraken betreft terughoudend. De landen zijn namelijk bang om juridisch en financieel aansprakelijk te worden gesteld.

De klimaattop duurt tot 13 december.