Het Assyrische Rijk was in de oudheid een van de grote beschavingen van het Midden-Oosten, met het centrum in het noorden van het huidige Irak en Syrië. Een raadsel voor archeologen: enkele tientallen jaren na z'n hoogtepunt stortte het rijk volledig in. Hoe dit kwam? Nieuw onderzoek heeft een antwoord: 'megadroogte'.

Het valt een beetje te vergelijken met de conjunctuur van de moderne economie. Als je tijdens een bloeiperiode boven je stand gaat leven, komen de gevolgen van de recessie daarna extra hard binnen. Voor de Assyriërs kwamen deze schommelingen niet van beurscijfers, maar van iets veel fundamentelers: regen - eerst een toename, en toen het wegvallen ervan. Zo groeide het rijk én de bevolking, en sloeg opeens de honger toe.

Dit schrijft een internationaal onderzoeksteam in Science Advances. Zij hebben afzettingen bestudeerd in een grot in het noorden van Irak en denken daarmee belangrijke puzzelstukken in handen te hebben om niet alleen de val, maar ook de laatste bloeiperiode van het rijk te verklaren.

'Assyrië' ontwikkelde zich al in 2.000 voor Christus. Alhoewel er door de eeuwen heen ups en downs waren, heeft het rijk het lang uitgehouden: de uiteindelijke val begon toen in het jaar 612 voor Christus plots de hoofdstad Nineve werd ingenomen door twee kleine vijandelijke legers. Drie jaar later was het rijk volledig ingestort.

De piek van de beschaving wordt het 'Nieuw-Assyrische Rijk' genoemd, en ook die kwam pas laat: in 670 voor Christus strekte de macht van de Assyriërs zich uit van Cyprus tot Iran en van Armenië tot het oosten van Libië - een periode waarin het Aramees zich verspreidde, een taal die nu nog heel lokaal gesproken wordt, met name in christelijke gemeenschappen.

Het hoogtepunt betekende niet alleen macht voor de Assyriërs, maar ook een grote toename van de bevolking. Verspreid over het rijk groeiden steden flink en door de aanleg van wegen en waterwerken nam in tussenliggende oppervlakten ook de landbouw toe - in gebieden die eerder te droog waren om graan te produceren.

Een irrigatiesysteem in het Assyrische Rijk. (Foto: Getty Images)

Druipsteen in Irakese grot heeft het verhaal opgeslagen

Dat was niet alleen te danken aan de ondernemende houding van de Assyriërs, die kanalen groeven en aquaducten bouwden, maar ook aan een toename van regen in het gebied, zeggen de grotonderzoekers. Rechtopstaande druipsteenafzettingen vertellen dat verhaal: stalagmieten. De laagjes waar deze uit bestaan, zijn heel exact te dateren en bevatten net iets andere mineralen in perioden van hoge en lage neerslag. Daarmee vallen natte en droge perioden te reconstrueren. Ze vonden de afzettingen in een grot in het Koerdische noorden van Irak.

De onderzoekers legden hun klimaatreconstructie naast geschiedkundige spijkerschriften op oude kleitabletten en andere archeologische vondsten, en ontdekten een exacte overlap: de laatste bloeiperiode van het Assyrische Rijk viel samen met twee eeuwen waarin relatief veel regen viel in het droogtegevoelige gebied - en er dus meer landbouw mogelijk was.

De ondergang van het rijk werd voorafgegaan door een zogeheten megadroogte: jaren achtereen viel er nauwelijks regen. Dit moet geleid hebben tot snel dalende graanopbrengsten en honger - ook in de hoofdstad van het rijk. Die werd daarmee een makkelijke prooi voor twee kleine legers, afkomstig uit het huidige Iran en het zuiden van Irak - gebieden die beter bestand waren tegen de droogte.

Megadroogten zijn natuurlijke schommelingen

Een van de betrokken onderzoekers deed drie jaar terug een soortgelijke ontdekking: een andere megadroogte ruim vierduizend jaar geleden, bleek samen te vallen met de ineenstorting van grote rijken in China en het Middellandse Zeegebied.

Zulke droge perioden die tot tientallen jaren kunnen aanhouden, zijn onderdeel van natuurlijke schommelingen in subtropische en mediterrane klimaatzones. Naarmate de mondiale temperatuur stijgt, neemt de kans op zulke langdurige droogten echter wel toe en kunnen ze ook krachtiger worden. Dat heeft twee redenen: ten noorden van de bekende woestijngordels als de Sahara en de Arabische Woestijn neemt de gemiddelde regenval iets af, terwijl door hogere temperaturen de verdamping juist flink toeneemt en er dus sneller vochttekorten ontstaan.

Andere klimaatonderzoekers verwachten hierdoor een toename van langdurige droogten voor het zuidwesten van de Verenigde Staten en het Middellandse Zeegebied - mogelijk ook met verwoestijning tot gevolg. Hetzelfde geldt voor het noordelijke deel van het Midden-Oosten, waaronder de zogeheten 'Vruchtbare Sikkel' - precies het gebied waar ooit het Assyrische Rijk lag.