De toename van duurzame energie uit zon en wind en de grotere vraag naar elektriciteit vraagt grote aanpassingen van ons stroomnet. Omdat het niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt, is ook het 'opslaan van groene stroom' een uitdaging. Maar geen nieuwe uitdaging, want in 1981 lag er al een plan.

In dat jaar publiceerde de ingenieur Luc Lievense zijn ambitieuze voorstel: de aanleg van een extra ringdijk in het Markermeer en die dijk volbouwen met windmolens.

Deze molens zouden geen stroom opwekken, maar water in een groot bassin pompen. In die dijk moesten turbines komen die wél elektriciteit konden opwekken, vergelijkbaar met een waterkrachtcentrale van een stuwmeer in een rivier.

Die waterstroom kan worden aangepast aan de elektriciteitsvraag, terwijl variaties in de wind alleen een fluctuerende waterstand in het bassin tot gevolg hadden. Alles op basis van oude, beproefde technologie.

Waarom het plan even de wind mee had

In de jaren zeventig was Nederland een pionier met windenergie. De interesse in de ontwikkeling van onuitputtelijke energiebronnen had toen weinig met het milieu te maken, maar met de realisatie dat olie- en gasvoorraden eindig zijn en dat de levering van olie niet gegarandeerd was.

Dat was gebleken tijdens de oliecrises van 1973 en 1979, toen om politieke redenen de oliekraan in het Midden-Oosten werd dichtgedraaid en in Nederland energietekorten dreigden. Dus werd gezocht naar creatieve oplossingen, zoals enkele autovrije zondagen. Wetenschappers én ondernemers keken ondertussen naar 'alternatieve energie'.

Zonnecellen hadden nog een erg laag vermogen, maar als de olieprijs bleef stijgen, kon windenergie in het Nederlandse klimaat mogelijk een belangrijke energiebron van de toekomst worden, zo dachten wetenschappers, politici én ondernemers. Die toekomst bleef uit, en 1981 was het keerpunt.

Dat had alles met de olieprijs te maken, die in 1981 bijna zeven keer zo hoog was als eind jaren zestig, maar het jaar erop weer een vrije val maakte. Met elf fabrikanten van windturbines had Nederland begin jaren tachtig een koppositie, maar toen investeringen uitbleven, vertrok deze industrie naar Duitsland en Denemarken, waar Vestas en Siemens zouden uitgroeien tot mondiale marktleiders.

Duurzame energie heeft hoger rendement

Bijna veertig jaar later staat Nederland voor een vergelijkbare uitdaging. De olieprijs ligt tegenwoordig structureel op het 'verhoogde' niveau van de jaren zeventig, en daar is het besef bijgekomen dat doorgaan met olie, steenkool en gas tot sterkere klimaatverandering zal leiden.

Wat ook sterk veranderd is, is de beschikbaarheid van duurzame energiebronnen. Windturbines leveren bijna honderd keer zo veel elektriciteit als in de jaren tachtig, en zonnetechnologie heeft een nog grotere ontwikkeling doorgemaakt - niet alleen in rendement, maar ook in betaalbaarheid.

Maar dat ene probleem is nog steeds niet opgelost: ook in Nederland is het weleens windstil, en zonne-energie is zo mogelijk nog grilliger, met een hoge piek op onbewolkte dagen, enkele uren later alweer gevolgd door een nachtelijke black-out.

Plannen om schommelingen op te vangen

Nu worden die pieken en dalen nog opgevangen door grote energiecentrales, op basis van aardgas, steenkool, biomassa of kernenergie. Maar naarmate het aandeel van zon en wind verder toeneemt, is het nodig buffercapaciteit in te bouwen op het stroomnet. Zo heeft netbeheerder TenneT een pilot lopen met eigenaren van elektrische auto's, die de accu's van hun geparkeerde auto's beschikbaar stellen als extra opslagcapaciteit.

Andere plannen om schommelingen in de stroomproductie op te vangen, zijn de aanleg van dikke elektriciteitskabels tussen Noord- en Zuid-Europa. Het zuiden kan 's nachts profiteren van wind en waterkracht uit het noorden, en overdag kan zonnestroom terugkomen. Daarnaast zou juist het energiegebruik slimmer gemaakt kunnen worden, door bijvoorbeeld industriële processen die veel elektriciteit gebruiken in een hogere versnelling te zetten tijdens pieken in het stroomaanbod, als deze stroom ook goedkoper is.

Kiezen we daarmee definitief voor moderne hightechoplossingen? Plan Lievense keert in aangepaste vormen nog wel eens terug op tekentafels - bijvoorbeeld een (omgekeerd) stuwmeer voor de Nederlandse kust, of een spaarbekken in het midden van de Noordzee, op een elektriciteitsknooppunt tussen toekomstige windparken. Het laat in elk geval zien dat er voor het opslagprobleem van groene stroom meerdere oplossingen denkbaar zijn.