's Werelds grootste pinguïnsoort wacht een onzekere toekomst. Als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt teruggedrongen, zal aan het einde van deze eeuw een dusdanig kleine populatie overblijven dat uitsterving vrijwel onvermijdelijk wordt, stellen ecologen van het Amerikaanse Woods Hole-instituut voor oceaanonderzoek.

Het voortbestaan van de keizerspinguïn wordt daarmee sterk afhankelijk van of de wereld ervoor kiest om samen te werken in de strijd tegen klimaatverandering. Als het klimaatakkoord van Parijs wordt uitgevoerd en de opwarming van de aarde beperkt blijft tot maximaal 1,5 graad, zal het aantal keizerpinguïns met niet meer dan een derde afnemen. De soort kan dan overleven, schrijft het onderzoeksteam in vakblad Global Change Biology.

Er komen tegenwoordig nog zeventien pinguïnsoorten voor op aarde, verspreid langs kusten van Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Australië. Een aantal soorten heeft zich aangepast aan een poolklimaat en leeft in de koude wateren rond Antarctica. De keizerspinguïn is hiervan de grootste soort. Volwassen dieren bereiken een lengte van 1.22 meter en een gewicht tot 45 kilo.

De keizerspinguïn is ook de meest koubestendige - en de enige pinguïnsoort die tijdens de Antarctische winter broedt. Vrouwtjes leggen slechts één ei, dat tijdens de gure maandenlange poolnacht door het mannetje wordt uitgebroed. Alhoewel keizerpinguïns zo'n vijftig jaar oud kunnen worden, is dat in de praktijk van het extreme leefgebied een grote zeldzaamheid: uit slechts een op de vijf nesten wordt een jong geboren dat het eerste levensjaar overleeft.

Naast het verlies aan geschikte broedplaatsen, kan klimaatverandering rond Antarctica ook leiden tot een afname van krill, een van de voedselbronnen voor keizerspinguïns (Foto: Getty Images)

Broeden op zee-ijs maakt keizerspinguïns kwetsbaar

De kolonies liggen op heel specifieke plekken, ver van de zee, onder hoge ijskliffen die enige bescherming moeten bieden tegen de harde wind. In tegenstelling tot andere Antarctische pinguïnsoorten, die juist rotskusten opzoeken, broeden keizerpinguïns juist het liefst op drijvend zee-ijs. Die specialisatie maakt het dier kwetsbaar voor klimaatverandering. Terwijl het binnenland van Antarctica erg koud blijft, dreigen de drijvende ijsplaten langs de randen van de ijskap weg te smelten door opwarming van de lucht en het zeewater. De achterliggende ijskap zal grotendeels blijven bestaan, maar heeft scheuren en steile randen waar de pinguïns niet tegenop kunnen klimmen - en is dus ongeschikt om eieren uit te broeden.

Naast het verlies aan geschikte broedplaatsen, kan klimaatverandering rond Antarctica ook leiden tot een afname van krill, een van de voedselbronnen voor keizerpinguïns. Nu zijn er naar schatting nog 45 keizerpinguïnkolonies, die verspreid voorkomen langs de randen van Antarctica. De kolonies bestaan uit enkele honderden tot duizenden koppels.

De onderzoekers hebben tien jaar gewerkt aan een model dat de lokale effecten van klimaatverandering vertaalt naar de overlevingskansen voor keizerpinguïns. Ondanks dat pinguïns in dit model natuurlijk verspreidingsgedrag kunnen vertonen en dus op zoek kunnen naar alternatieve plekken om kolonies te stichten, neemt hun geschikte leefgebied in een warmer klimaat sterk af. In het business as usual-klimaatscenario, waarin de uitstoot van broeikasgassen blijft stijgen en de temperatuur op aarde 3 tot 5 graden omhooggaat, zullen de meeste kolonies verdwijnen.

"Als het klimaat in het huidige tempo blijft opwarmen, verwachten we op Antarctica in 2100 een afname van 86 procent in de aantallen keizerpinguïns", zegt zeevogelecoloog Stéphanie Jenouvrier, de hoofdauteur van de studie. "Het wordt vanaf dat punt heel onwaarschijnlijk dat de populaties nog kunnen herstellen."