Volgend jaar moet de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen 25 procent lager zijn dan in 1990. We liggen niet op koers, meldde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) afgelopen vrijdag. Sterker nog, vorig jaar was onze CO2-uitstoot slechts 1 procent lager dan in 1990. Hoe is het dan nog mogelijk om het doel te bereiken?

Het korte antwoord: doordat er meer broeikasgassen zijn dan CO2, zoals methaan en lachgas. Daarvan is de uitstoot wel flink achteruitgegaan, waardoor onze totale uitstoot van broeikasgassen nu 14,5 procent lager is dan in 1990 - en we een stap dichter in de buurt komen van het doel voor 2020.

Maar waar danken we dit dan aan, als onze CO2-uitstoot bijna gelijk is gebleven? Aan een aantal opmerkelijke factoren, die niet zo veel met klimaatbeleid te maken hebben.

Vuilnisbelten: 11,3 miljoen ton minder broeikasgas

De landbouw is de belangrijkste bron van methaan. Deze uitstoot is tussen 1990 en 2018 vrijwel niet gedaald. Maar in 1990 was er een andere bron van methaan, die toen bijna even groot was, maar nu vrijwel geheel is verdwenen: vuilstorten.

De methaanuitstoot uit de afvalverwerking is maar liefst 82,5 procent omlaag gegaan. Hoe dit kan? We zijn ons afval gaan scheiden. Tegenwoordig gaan de bananenschillen, koffiefilters en tuinafval in de gft - vroeger lag deze organische stof tussen de vuilniszakken weg te rotten op grote vuilstorten. Die produceerden daardoor veel methaan - of zoals het in de afvalbranche wordt genoemd: stortgas. Wat nu nog vrijkomt wordt opgevangen of afgefakkeld.

De modernere afvalverwerking heeft geleid tot een reductie van 11,3 miljoen ton zogeheten 'CO2-equivalenten'. De sterkste daling vond plaats tussen 1990 en 2005.

De vuilstortplaats van de AEB Amsterdam. (Foto: Pro Shots)

'Kunstmestkatalysator': 4,9 miljoen ton minder broeikasgas

Na CO2 en methaan is lachgas (N2O) het belangrijkste broeikasgas. Ook hier is de landbouw de belangrijkste bron, die iets kleiner is geworden. Maar verreweg de grootste reductie van lachgas heeft plaatsgevonden tussen 2006 en 2008, met één enkele maatregel: het invoeren van lachgaskatalysatoren (die lachgas omzetten in zuurstof en stikstof) bij fabrieken die salpeterzuur produceren, dat onder andere wordt gebruikt om kunstmest te maken.

Door deze enkele maatregel daalde de lachgasuitstoot van de industrie in slechts twee jaar tijd van 6,3 naar 1,4 miljoen ton CO2-equivalenten. Dat is een reductie van 77,8 procent.

Nasleep ozoncrisis: 6 miljoen ton minder broeikasgas

Cfk's. Wie de afkorting nog kent, weet dat deze 'chloorfluorkoolwaterstoffen' de ozonlaag schaden. Dat probleem werd aan het einde van de jaren tachtig ontdekt, waarna internationaal snel werd samengewerkt: cfk's werden geweerd uit spuitbussen en koelkasten. Net op tijd, omdat cfk's lang in de atmosfeer blijven. Als internationale samenwerking was uitgebleven, zouden ozongaten ook boven bewoond gebied zijn gevormd - met grote gevolgen. Inmiddels is de ozonlaag iets aan het herstellen.

Maar wat blijkt: cfk's zijn ook extreem krachtige broeikasgassen. Daar vallen ze in de wat ruimere categorie van fluorhoudende F-gassen. Het terugdringen van deze gassen is daarom ook onderdeel geworden van klimaatbeleid, via het in 1999 ingevoerde reductieplan overige broeikasgassen.

Resultaat: de totale uitstoot van F-gassen is tussen 1990 en 2018 gedaald van 8,5 naar 2,5 miljoen ton CO2-equivalenten, een reductie van 70,6 procent. De sterkste daling vond plaats tussen 1998 en 2001.

Stoffen die onder meer in spuitbussen werden gebruikt, beschadigden de ozonlaag. (Foto: Getty Images)

Meevallers: herberekening broeikaswerking en oude energiecijfers

De wetenschap staat nooit stil. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het opwarmende effect van broeikasgassen, en soms leidt dat tot een aanpassing van de cijfers. In 2015 kwam er een nieuwe IPCC-richtlijn voor de zogeheten 'opwarmingspotentiëlen' van de overige broeikasgassen, die iets naar boven werden bijgesteld.

Aangezien de overige broeikasgassen in 1990 een hogere uitstoot hadden, kreeg Nederland door deze herberekening een aanvullende reductie van 7,7 miljoen ton CO2-equivalenten cadeau. In 2016 gebeurde iets soortgelijks: het Nederlandse energiegebruik in 1990 werd achteraf hoger ingeschat, waardoor de huidige uitstoot van broeikasgassen nog eens 2,7 miljoen ton lager uitviel.

Voor de klimaatboekhouding was dat goed nieuws - maar voor het klimaat niet. Met een hogere uitstoot in het verleden, hoeft de totale uitstoot minder ver terug om toch de klimaatdoelen te halen, die immers in percentages worden uitgedrukt.

Volgend jaar moet (dan eindelijk) ook de CO2-uitstoot fors lager zijn

In Nederland moet de energietransitie de uitstoot van broeikasgassen verder terugdringen: een combinatie van energiebesparing en duurzame energie, vastgelegd in de nieuwe klimaatwet. Voorlopig heeft dat niet meer dan 1 procent CO2-reductie opgeleverd. We wekken weliswaar 7,4 procent van de energie duurzaam op, maar zijn er niet in geslaagd netto energie te besparen. De groei van duurzame energie dekt ongeveer de gestegen energievraag.

Het is de bedoeling dat dat volgend jaar anders is. De kolencentrale in Amsterdam gaat dicht, en er komt extra duurzame energie bij. Deze eindsprint was bedoeld om op het nippertje het klimaatdoel uit de Urgenda-zaak te halen, maar volgens het PBL blijven we net voor de finish steken, met een 23 procent lagere uitstoot van broeikasgassen.

Wel gaat naar verwachting volgend jaar eindelijk ook de uitstoot van CO2 omlaag. 12 procent onder het niveau van 1990, schat het PBL. Daar begint dan eindelijk ook de energietransitie vruchten af te werpen voor het klimaat.

Een medewerker van de kolencentrale in Amsterdam. Deze centrale gaat volgend jaar dicht. (Foto: Pro Shots/Niels Wenstedt)