De wereldwijde productie van duurzame energie zal de komende vijf jaar met 50 procent groeien, vooral doordat zonne-energie steeds goedkoper wordt, zo voorspelde het Internationaal Energie Agentschap (IEA) vorige week. Kan het Nederlandse stroomnet die groei wel aan? NU.nl sprak met twee experts.

Nederland is volgens het IEA een van de voorbeeldlanden wat de groei van zonne-energie betreft, vooral dankzij particulieren: huiseigenaren en huurders met zonnepanelen. Volgens het agentschap is Nederland in 2024 een van de vijf topmarkten voor zonnedaken, samen met België, Oostenrijk, Australië en Californië. Het aantal particulieren met zonnedaken wereldwijd verdubbelt de komende vijf jaar ruimschoots, naar zo'n honderd miljoen huishoudens.

Warmtepompen, inductie, elektrische auto's: grote roep om (groene) stroom

De ontwikkeling van een duurzame energievoorziening vraagt veel van het net. Dat komt onder andere door zogenoemde 'elektrificatie': gasgestookte verwarming wordt vervangen door warmtepompen, gasfornuizen door inductieplaten en auto's en bussen met verbrandingsmotoren maken langzaam plaats voor elektrische varianten. Inmiddels hebben ruim een kwart miljoen huishoudens al een elektrische warmtepomp en rijdt één op de vijftig Nederlandse automobilisten in een auto met een stekker.

Die alternatieven geven ook met grijze stroom al een lagere klimaatbelasting, maar het uiteindelijke doel is dat al die elektriciteit ook nog duurzaam wordt opgewekt. Nederland wekt momenteel 7,4 procent van alle energie duurzaam op, maar het aandeel zonne-energie en wind-energie stijgt hard.

Jeroen Brouwers is woordvoerder van TenneT, de netbeheerder van de hoogspanningslijnen in Nederland. Hij legt uit dat er op sommige plekken in Nederland niet direct ruimte op de regionale en landelijke stroomnetten beschikbaar is om extra wind- en vooral zonneparken aan te sluiten. De netten zijn efficiënt gebouwd en in het noorden is relatief weinig vraag naar elektriciteit. Nu er vrij plotseling veel plannen voor zonneparken zijn, veroorzaakt dat op sommige locaties wrijving.

Met name in Groningen en Drenthe, waar de grond goedkoop is, krijgen projectontwikkelaars regelmatig nee te horen van de regionale netbeheerders. Die werken hard aan uitbreidingen van hun netten en TenneT kondigde onlangs aan 215 miljoen euro extra in elektriciteitsverbindingen in de noordelijke provincies te zullen steken, boven op de 1 miljard die al gepland was. Daarmee moet ruimte ontstaan voor nog eens zeven miljoen zonnepanelen.

Particuliere zonnedaken zijn (juist) niet het probleem

Moeten huiseigenaren voorlopig dan maar wachten met de aanschaf van zonnepanelen? Nee, juist niet, legt professor Miro Zeman, zonne-energie-expert van de TU Delft uit. Particuliere zonnedaken halen juist de druk van de ketel.

Sowieso kunnen burgers natuurlijk een belangrijke rol spelen bij het toekomstbestendig maken van het Nederlandse stroomnet door thuis en op het werk zoveel mogelijk energie te besparen. Maar ook het ontwerp van hun huizen kan bijdragen, legt Zeman uit.

"Wijken kunnen gesloten energiesystemen krijgen, met zogeheten 'microgrids'. Dat vraagt dat architecten in de toekomst nauw samenwerken met ingenieurs en technici. Bijvoorbeeld door daken van huizen bij bouw al een optimale oriëntatie te geven om zonnestraling op te vangen. Binnen zo'n systeem moeten elektrische auto's en andere batterijen zorgen voor de opslag. Daarnaast moeten sensoren ervoor zorgen dat energieverspilling wordt opgespoord en opgelost."

Ook Brouwers zegt over de particuliere zonnedaken: hoe meer hoe beter. Met een paar zonnepanelen op je dak verbruik je het grootste deel van die opgewekte elektriciteit zelf, of gebruikers in de buurt doen dat. Helemaal als er ook nog interactie is met een elektrische auto of thuisbatterij, zorgt dit juist voor minder belasting van het nationale netwerk.

TenneT heeft pilots met eigenaren van elektrische auto's die geld kunnen verdienen door hun auto-batterijen deels beschikbaar te maken voor de handhaving van de balans tussen vraag en aanbod op het hoogspanningsnet. Brouwers: "Op het hoogspanningsnet moet de vraag naar elektriciteit altijd gelijk zijn aan het aanbod. Vele elektrische auto's samen kunnen daar de huidige rol van bijvoorbeeld een kolencentrale overnemen."

Weersomstandigheden gaan stroomopbrengst bepalen

Een groot deel van onze elektriciteit zal straks ook via windparken op de Noordzee worden opgewekt. Een deel daarvan gaat direct naar grote industriële verbruikers aan de kust, zoals bedrijven in de haven van Rotterdam en Tata Steel in IJmuiden. Hoe korter de lijnen tussen opwekking en verbruik, hoe efficiënter het systeem.

Daarbij ontstaat nog een extra uitdaging, vertelt Brouwers. De ontwikkeling van zonne- en windenergie wordt steeds goedkoper, maar het is niet altijd in even grote mate beschikbaar. Weersomstandigheden bepalen in feite de stroomopbrengst.

Naast de opslag in elektrische auto's en batterijen in woonwijken is daarom ook op grotere schaal energieopslag nodig. Dat kan door een deel van de elektriciteit te gebruiken voor de productie van 'groene waterstof', gewonnen uit duurzame elektriciteit. Die waterstof kan later weer worden omgezet in elektra of warmte. Dat heeft bovendien als bijkomend voordeel dat de industrie, nu nog grootverbruiker van grijze waterstof (gemaakt uit aardgas), dan kan overstappen op groene waterstof.