Klimaatonderzoek levert zo nu en dan ook goed nieuws op. Een onderzoeksteam van het gerenommeerde Massachusetts Institute of Technology wilde weten hoe de randen van 's werelds grootste ijsmassa reageren op stijgende temperaturen. Deze ijsranden zullen waarschijnlijk geleidelijk de oceaan in zakken, en niet plotseling instorten door middel van een domino-effect.

De ijskap van Antarctica is groter dan het onderliggende continent. Dat betekent dat een deel van de gletsjers als dikke drijvende ijsplaten doorloopt in de omringende oceaan. Deze ijsplateaus zijn gevoelig voor opwarming van zowel de lucht erboven als het oceaanwater eronder. Smeltwater vormt scheuren, en het gebeurt onder invloed van de klimaatverandering steeds vaker dat grote ijsplaten afbreken - en vervolgens wegsmelten in de Zuidelijke Oceaan.

Een grote vraag voor ijskaponderzoekers is wat het effect daarvan is op de achterliggende ijskap. Daarin ligt genoeg water opgeslagen om de oceanen gemiddeld ruim 63 meter te laten stijgen. Dat geeft aan dat een paar procent afsmelting ook al flinke problemen kan geven voor laaggelegen kustgebieden, zoals Nederland.

In 2016 verscheen een geruchtmakende Amerikaanse studie in Nature, die onder zeespiegelonderzoekers bekend staat als 'DeConto & Pollard' - vernoemd naar twee onderzoekers die zich realiseerden dat met het afbreken en wegsmelten van de drijvende ijsplateaus de achterliggende ijskap begrensd kan raken door scherpe, hoge randen: ijskliffen.

Schematische afbeelding van drijvende ijsplaten, en de achterliggende ijskap. Als de ijsplaten afbreken neemt ook de afkalving en smelt van de ijskap toe. Bron: Nature.

IJskappen bezwijken onder hun eigen gewicht

Sterker nog, hoe verder de randen van de ijskap zich terugtrekken, hoe hoger deze kliffen worden - omdat de ijskap naar het midden toe steeds dikker wordt, en de onderliggende rotsbodem van Antarctica in het centrum juist dieper ligt dan langs de randen.

Robert DeConto en David Pollard stelden een belangrijke vraag: wordt de maximale draagkracht van ijs bij die steeds hogere kliffen niet een factor? Met een modelmatig nagebootste ijskap kwamen zij erachter dat ijskliffen vanaf een hoogte van circa 90 meter bezwijken onder hun eigen gewicht. Omdat daarachter een nieuw en nog hoger ijsklif vormt, kan zo een kettingreactie ontstaan die lijkt op een achterwaarts domino-effect.

Domino-effect instortende ijskliffen is worstcasescenario

Verschillende wetenschappers hebben vervolgens geprobeerd deze mogelijke feedbackreactie beter te begrijpen, en te kijken wat de gevolgen voor wereldwijde zeespiegelstijging kunnen zijn.

Onder andere het KNMI kwam een jaar later met een doorrekening. Als Antarctische ijskliffen inderdaad bezwijken onder hun eigen gewicht, kan de zeespiegelstijging veel sneller verlopen dan de gangbare projecties van het IPCC suggereren.

Een stijging van 2,5 à 3 meter binnen de huidige eeuw zou "niet ondenkbaar" zijn. Dit staat sindsdien bekend als het absolute worstcasescenario- een heel kleine kans, die afhangt van een reeks pessimistische aannames, zoals een onverminderd hoge uitstoot van broeikasgassen, en grote gevoeligheid van de Antarctische ijskap.

Het recente zeespiegelrapport van het IPCC plaatst wetenschap met de hoogste zekerheidsgraad voorop - en hanteert daarom conservatievere scenario's voor de zeespiegelstijging. Die verwachtingen zijn afgelopen september evenwel ook naar boven bijgesteld. Als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt teruggedrongen, zullen de zeespiegels volgens de nieuwe IPCC-verwachtingen met circa 84 centimeter stijgen. In dit scenario loopt de zeespiegelstijging uiteindelijk ook door naar meerdere meters - dat duurt alleen veel langer.

Complexe versnellende factoren, zoals de mogelijke vorming van instabiele ijskliffen worden in het IPCC-rapport wel besproken, maar alleen in de onderliggende hoofdstukken, niet in de samenvatting voor beleidsmakers. De reden hiervoor: vooralsnog is dit nog te onzeker.

Het nieuwe onderzoek laat zien waarom het ook goed kan zijn om een wat afwachtende houding te hebben over resultaten die nog niet zijn bevestigd door vervolgonderzoeken: er kan een herziening komen. En inderdaad zijn de Antarctische ijsranden waarschijnlijk toch stabieler dan gedacht.

Alleen als ijskliffen snel vormen, storten ze in

Deze eveneens Amerikaanse studie, gepubliceerd in vakblad Geophysical Research Letters, stelt DeConto en Pollard in het gelijk dat ijskliffen boven een bepaalde hoogte inderdaad onder hun eigen gewicht bezwijken. Maar ze voegen zelf ook weer een belangrijk puzzelstuk toe: de drijvende ijsplateaus die nu nog bescherming bieden aan de achterliggende ijskap verdwijnen niet van het ene op het andere moment, maar brokkelen stapsgewijs af.

Als het langzaam gebeurt, beweegt de achterliggende ijskap mee - "als een berg koude honing", zo stellen deze onderzoekers. Als de ijskap 90 meter hoog is, zal alleen een instortend klif vormen als het onderliggende ijsplateau in een uur tijd afbreekt en verdwijnt. Op plekken waar de rand van de ijskap honderden meters dik is, kunnen wel instabiele kliffen vormen - maar ook hier moeten de omliggende ijsplaten dan erg snel verdwijnen, binnen enkele dagen. Gaat het langzamer, dan schuiven delen van de achterliggende ijskap mee de zee in. Dat veroorzaakt wel zeespiegelstijging, maar geen kettingreactie.

De auteurs van de nieuwe studie hebben zelf ook een waarschuwing over hun eigen onderzoeksresultaten. "We moeten voorzichtig zijn een zucht van verlichting te slaken. Er zijn meer dan genoeg andere routes die kunnen leiden tot snelle zeespiegelstijging." En inderdaad is er in de wetenschap een groot aantal feedbackmechanismen beschreven, waarmee opwarming kan leiden tot versnelling van het ijsverlies.

En die versnelling wordt uiteindelijk ook in praktijk gemeten, zowel op Groenland als Antarctica. Op Groenland is de ijssmelt in de afgelopen tien jaar verdubbeld, en op Antarctica zelfs verdrievoudigd. Dat meldt het immer voorzichtige IPCC.