Afgelopen nachten zijn in Nederland de eerste strooiwagens weer de weg op gegaan. Tijdens opklaringen kan de temperatuur 's nachts tot het einde van de week lokaal onder nul komen, met kans op gladheid. Heel normaal in het Nederlandse klimaat. Maar gebeurt dat eigenlijk nog net zo veel als vroeger?

Veel Nederlanders valt het wel op dat echt strenge winters steeds zeldzamer worden. Als 'De Tocht Der Tochten' ook komende winter uitblijft, is het alweer bijna een kwart eeuw geleden dat de laatste Elfstedentocht verreden werd: de langste onderbreking sinds de eerste officiële editie in 1909. Ongetwijfeld komt er ooit nog eentje, maar de kans wordt elk jaar kleiner door het steeds verder oplopen van de gemiddelde temperaturen.

Kans op nachtvorst loopt ongemerkt ook flink terug

Nachtvorst is een heel ander verhaal. Dat is een volkomen normaal verschijnsel, dat ook in de steeds zachtere winters van de toekomst zal blijven voorkomen. Maar betekent dit dat er helemaal niks aan zal veranderen?

NU.nl vroeg het datajournalist Stephan Okhuijsen van de website Datagraver, die uitzocht of de eerste nachtvorst in de herfst nog op hetzelfde moment valt als vroeger. Ook keek hij of er een verschuiving plaatsvindt van de laatste vorst van het seizoen, die in de lente valt.

Uit de analyse van Okhuijsen blijkt dat het seizoen waarin nachtvorst kan voorkomen nu dertig dagen korter is geworden. De grootste verschuiving zit niet aan het begin van het vorstseizoen, maar in de lente, zoals onderstaande grafiek op basis van KNMI-gegevens laat zien voor het meetstation in De Bilt:

Ontwikkeling van de eerste en laatste nachtvorst, naar dagnummer van het jaar. De eerste nachtvorst valt in De Bilt meestal in november, de laatste in april. In totaal duurt het nachtvorstseizoen nu bijna dertig dagen korter. (Bron: Datagraver)

De eerste vorst van het seizoen valt tegenwoordig bijna tien dagen later dan 75 jaar geleden. Maar de ontwikkeling in de lente is een stuk duidelijker. De laatste nachtvorst van het winterhalfjaar valt in De Bilt nu bijna twintig lentedagen eerder dan 75 jaar geleden.

Is daar een verklaring voor? We vroegen het KNMI-klimatoloog Rob Sluijter, die op zoek ging naar een antwoord. Hij legt uit dat de kans op nachtvorst niet alleen afhangt van de gemiddelde temperatuur van de lucht die via de wind wordt aangevoerd, maar ook van de nachtelijke helderheid. Als er weinig wind is en een heldere sterrenhemel, kan het ook buiten de winter vriezen. Zowel in de herfst als in de lente.

Vanaf half maart stijgen de koudste temperaturen in een slakkengangetje

De belangrijkste verklaring dat nachtvorst twee keer zo snel verdwijnt uit de lente dan uit de herfst, zit er volgens Sluijter in dat de temperatuur in Nederland flink na-ijlt op de zogeheten zonnestand: onder andere omdat we naast de Noordzee liggen, die na de zomer lang warm blijft. De zon staat in juni het hoogst, maar in september kan het hierdoor nog zomers warm zijn.

Als ook de nazomer voorbij is, maakt het Nederlandse weer een inhaalslag. Dat komt omdat de dagen in de late herfst veel korter zijn, en de nachten langer. Aan het einde van zo'n lange novembernacht kan de temperatuur dan makkelijk onder nul zakken."Wij spreken bij het KNMI ook niet meer van nachtvorst, omdat de koudste temperatuur bij heldere nachten vaak helemaal aan het einde van de nacht valt, net op het punt dat de ochtend aanbreekt."

Het is een belangrijk verschil met de lente: in maart zijn de nachten al veel korter dan in november. Er is bij een heldere nacht dan minder tijd om de temperatuur tot het vriespunt te laten zakken. Maar de stijging van de laagste minimumtemperaturen gaat dan wel veel langzamer dan de temperatuurdaling aan het einde van de herfst. Dat scheelt zeker 50 procent.

Daarbij speelt mee dat we in Nederland vanaf half maart geen sneeuwdekken meer hebben, zegt Sluijter. Die veroorzaken de koudste nachten. De laagste nachttemperaturen schieten rond half maart vaak een stuk omhoog, maar klimmen daarna maar langzaam door tot in de zomer."Zo'n vlakke temperatuurgrafiek betekent dat een kleine stijging van de gemiddelde temperaturen ertoe leidt dat de laatste nachtvorst een flink stuk richting winter kan opschuiven. In De Bilt inderdaad wel twintig dagen."

"In de herfst is het omgekeerd", vervolgt Sluijter. "De minimumtemperatuur zakt van oktober tot december veel steiler naar beneden. Opwarming zorgt dan wel voor een kleine verschuiving van de eerste nachtvorst - maar voorlopig niet meer dan een dag of tien."

Eerste vorst in De Bilt meestal in november

In De Bilt valt de eerste vorst meestal pas in november, en soms zelfs december. De laatste nachtvorst valt tegenwoordig meestal in april. Dat is aanzienlijk eerder dan IJsheiligen, een periode in half mei die vroeger door boeren in Nederland werd gezien als de veilige grens, waarna nachtvorst voorlopig niet meer terugkeerde.

Datagraver ontdekte nog iets: niet alleen de duur van het vorstseizoen is dertig dagen korter geworden, ook hebben we in Nederland tegenwoordig elk winterhalfjaar bij elkaar opgeteld aanzienlijk minder dagen waarin de temperatuur onder het vriespunt komt. Het zijn er in De Bilt gemiddeld ruim vijftig, terwijl er een eeuw geleden bijna tachtig vorstdagen per jaar waren. Okhuijsen: "Ook hier is dus bijna een maand aan vorstdagen verdwenen."