Europese veengebieden nemen vijf keer zoveel CO2 op als Europese bossen. Door intensief menselijk gebruik dreigt die verhouding echter om te slaan. Twee nieuwe studies wijzen op het belang van deze veengebieden en tonen aan dat er ook in Nederland problemen spelen.

Alhoewel ze maar 3 procent van het oppervlak beslaan, spelen natuurlijke veengebieden een zeer belangrijke rol in het klimaatsysteem van de aarde. Natuurlijke veengebieden zijn permanente 'koolstofputten'. Dat wil zeggen dat deze gebieden ook als de begroeiing volwassen is, structureel CO2 blijven opnemen uit de lucht, soms duizenden jaren achtereen.

Het geheim zit in de bodem: die is te vochtig (of te koud) om de dode plantenresten te laten wegrotten. En dus stapelen deze resten zich op. Daarbij wordt een veenpakket gevormd, dat steeds dikker wordt.

Het gebeurt vooral in gebieden waar de bodem structureel wegzakt. De veenlagen komen hier steeds dieper te liggen en worden langzaam compacter. Als dat proces miljoenen jaren doorzet, kunnen de veenlagen verstenen tot bruinkool en steenkool, waar vervolgens ook aardolie en aardgas uit gevormd worden.

De beide nieuwe studies zijn gepubliceerd in Nature Geoscience. De eerste, onder leiding van de University of Leeds, beschrijft de toestand van Europese veengebieden. Die komen vooral in de noordelijke helft van ons continent voor; van Ierland tot de Baltische staten, in Scandinavië en in het bijzonder Nederland. Ons land bestond vroeger voor bijna de helft uit natuurlijke veengebieden.

De onderzoekers concluderen dat deze veengebieden in de afgelopen driehonderd jaar "substantieel en wijdverbreid" zijn verdroogd.

Een stuk afgegraven veengebied in Schotland. (Foto: Getty)

Door wegpompen van grondwater wordt veengrond omgezet in CO2

Die verdroging leidt ertoe dat de bovenste veenlaag in contact komt met zuurstof, waardoor het veen wordt omgezet in CO2 en de bodem daalt.

Met name de Nederlandse veenweidegebieden hebben daar flink last van. De verdroging begon daar al aan het einde van de middeleeuwen, toen de oorspronkelijke moerasgebieden werden ontwaterd door greppels te graven. Dat maakte akkerbouw enige tijd mogelijk.

Door het inklinken van het verdrogende veen, kwam de bodem steeds lager te liggen. Om met landbouw door te kunnen gaan, werd bemaling noodzakelijk. En dat gaat tot op heden door. Omdat het grondwaterpeil zo hoog mogelijk moet blijven, zijn deze veenweidegebieden tegenwoordig alleen nog geschikt als grasland voor koeien.

Zolang er water wordt weggepompt, blijft de bodem echter dalen. In veel Nederlandse veenweidegebieden verdwijnt hierdoor elk jaar 0,5 centimeter aan grond, die vrij letterlijk verdampt.

Als het proces niet gekeerd wordt, kan de bodem op sommige plekken in West-Nederland nog meerdere meters dalen. Daardoor wordt het land ook veel kwetsbaarder voor de gevolgen van de zeespiegelstijging.

Europese veengebieden van belang voor klimaat

In de andere studie, van onderzoekers van de Columbia University in New York, is gekeken naar de gevolgen van die veenoxidatie voor het klimaat. Zij concluderen in eerste instantie dat het belang van de veengronden in noordelijke gebieden voor het klimaat wordt onderschat. Op basis van een nieuwe rekenmethode denken de onderzoekers dat er 1.055 miljard ton koolstof in de veengronden ligt opgeslagen, tweemaal zoveel als eerder werd gedacht. Dat is inclusief Siberië en Noord-Amerika, waar veengronden nog steeds veel CO2 opslaan.

In eerder onderzoek onder leiding van de Wageningen University & Research werd geconcludeerd dat ook natuurlijke veengebieden in Europa nog steeds veel CO2 opslaan, maar liefst vijf keer zoveel als de Europese bossen.

'Veel profijt bij behoud van veenbodems'

"Deze studies laten zien hoe belangrijk veen voor het klimaat is", zegt aardwetenschapper Ko van Huissteden van de Vrije Universiteit. "Bij behoud van veenbodems snijdt het mes aan twee kanten: minder broeikasgas én minder bodemdaling."

Vanwege het groeiende probleem van bodemdaling in de veenweidegebieden, zouden we er volgens Van Huissteden in Nederland ook voor kunnen kiezen het proces weer om te keren. Hij doelt daarmee op natuurontwikkeling voor het herstel van veengroei.

"De veengebieden zouden dan weer kunnen helpen om CO2 uit de atmosfeer weg te halen en zo een bijdrage leveren aan het beperken van de klimaatopwarming. Aangezien we bossenplant inmiddels serieus nemen, mag deze optie ook wel op tafel komen. Zoals uit de studies blijkt: het potentieel voor CO2-opslag van natuurlijke veengronden is groter dan dat van bossen."

Van Huissteden voegt eraan toe dat hoewel natuurlijke veengebieden vaak het broeikasgas methaan produceren, de CO2-winst makkelijk groter kan zijn. Zeker als daar het juiste beheer op wordt toegepast.