De belangrijkste energiebronnen in Nederland zijn nu nog aardgas, aardolie en steenkool. Op plek vier staat hout, of zoals het in energiekringen genoemd wordt: biomassa. 4 procent van de Nederlandse energievoorziening draait erop. Maar is het ook duurzaam?

In de strijd tegen klimaatverandering wil Nederland minder afhankelijk worden van het gebruik van fossiele brandstoffen en in 2020 ten minste 14 procent van de energie uit duurzame bronnen halen. Dat wordt lastig. We zijn vooralsnog halverwege: 7,4 procent, waarmee Nederland in Europese lijsten nog steeds onderaan bungelt.

Is onze grootste bron van duurzame energie wel duurzaam?

Hoewel zonne-energie snel groeit en er ambitieuze plannen voor windparken op zee zijn, is de productie van deze twee bronnen samen vooralsnog goed voor slechts 2,3 procent van de totale energievraag. Er komt een beetje energie uit aardwarmte en waterkracht, maar verreweg de grootste leverancier is biomassa. Afgelopen jaar steeg deze van 4 naar 4,5 procent in de Nederlandse energievoorziening.

De vraag rees echter of we het überhaupt tot duurzame energie moeten rekenen. Die kritiek komt van onder andere de Europese wetenschappelijke adviesraad EASAC, waar de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) onderdeel van is. EASAC-onderzoekers beschreven biomassa in het vakblad Global Change Biology onlangs als een "serieuze mismatch tussen wetenschap en politiek".

Maar wat is het eigenlijk? Biomassa is een heel brede term: álle door levende processen gemaakte materialen. Als het over energie gaat, wordt meestal hout bedoeld, en soms gewasresten, zogeheten 'energiegewassen' of zelfs mest, waaruit bij vergisting biogas kan worden gewonnen.

Bijstoken van houtsnippers in kolencentrales

De belangrijkste energietoepassing is bijstook van hout in kolencentrales, en in de toekomst ook in een groot aantal geplande biomassacentrales. In de tijd dat dit het label 'duurzame energie' kreeg, ging het vooral om wat houtafval uit de bosbouw, schrijft EASAC. Dat zou anders toch wegrotten. Maar omdat Europese landen het flink zijn gaan subsidiëren, gebeurt nu het omgekeerde: bossen worden speciaal gekapt om te versnipperen en op te stoken.

In theorie is dat nog steeds CO2-neutraal: op de plek van het gekapte bos moet nieuw bos geplant worden. Die bomen halen weer evenveel CO2 uit de atmosfeer als er bij de schoorstenen van de energiecentrales wordt uitgestoten. Een kanttekening daarbij is echter dat de uitstoot heel snel gaat, en de compenserende CO2-opname heel langzaam verloopt.

Koolstofschuld: het duurt heel lang totdat een bos hersteld is

In een interview met het AD beschrijft KNAW-hoogleraar Louise Vet het daarom als een boekhoudtruc. In de landen waar de biomassa wordt verstookt komt CO2 vrij, maar die wordt niet officieel meegerekend. Zo helpt biomassabijstook bij het halen van klimaatdoelen.

In de productielanden van de biomassa moet weer extra bos worden aangeplant om de eerdere houtkap te compenseren. Vet noemt het inefficiënt en traag: als de nieuwe bossen al blijven staan, kan het wel een eeuw duren totdat alle CO2 weer is opgenomen.

Die flinke vertraging tussen de uitstoot bij verbranding en CO2-opname door nieuwe bomen wordt de 'koolstofschuld' van biomassa genoemd. Die zorgt ervoor dat er netto toch meer CO2 in de atmosfeer belandt.

Sommige energiedeskundigen pleiten daarom voor biomassa met een lagere koolstofschuld. Als gewasresten als stro worden gebruikt, kan binnen een jaar dezelfde hoeveelheid CO2 weer uit de lucht worden genomen; tarwe is immers een eenjarige plant.

Zulke biomassa is echter te licht voor bijstook. Gewasresten kunnen in de toekomst mogelijk wel een rol hebben in de productie van biobrandstoffen. Nu wordt bio-ethanol, waar de nieuwe E10-benzine voor 10 procent uit bestaat, nog gemaakt van de gewassen zelf: maïs en suikerbiet. Dat is eenvoudiger, maar zonder milieuwinst.

Een gezond bos heeft hoge boomdiversiteit, inclusief dood hout

De huidige situatie met houtstook is ook slecht voor de biodiversiteit. De productiebossen zijn een monocultuur van één boomsoort en omdat alle bomen dezelfde leeftijd hebben, neemt de kans op klimaatplagen toe, waarschuwden Duitse onderzoekers deze maand in Science.

In Canada en Duitsland worden bossen geteisterd door keverplagen, die veel bomen doden. Dat wordt in verbrand gebracht met droogtes en zachtere winters door klimaatverandering, maar ook met intensief bosbeheer. Het verwijderen van dode bomen heeft ertoe geleid dat plaagdieren er minder natuurlijke vijanden hebben.

De EASAC-onderzoekers hebben nog een laatste kritiekpunt op houtstook: we verspillen er veel geld mee. Zo krijgt energiebedrijf RWE in Nederland 2,6 miljard euro duurzame energiesubsidie voor biomassabijstook in kolencentrales. In de omschakeling naar een echt duurzame energievoorziening had dat geld wellicht juist beter in nieuwe infrastructuur gestoken kunnen worden.