Afgelopen zondag werd het in De Bilt niet warmer dan 9,6 graden. Geen gekke temperatuur voor november of december, maar wel voor begin oktober. Het was zelfs de koudste 6 oktober die ooit is gemeten in ons land.

Veel mensen in het midden en zuiden van het land zullen zich vooral iets anders herinneren van de laatste weekenddag: langdurige regen. Wie het aandurfde toch naar buiten te gaan, kon merken dat juist onder dat regenfront heel koude lucht over het land trok. In het noordoosten, waar het droog was, was het dan ook enkele graden warmer dan in De Bilt waar het officiële 'dagkouderecord' voor 6 oktober werd gebroken, dat dateerde uit 1936.

Hoe staat dat dan eigenlijk in verhouding tot al het recente nieuws over hitterecords? Datajournalist Stephan Okhuijsen van Datagraver zocht het uit. Het komt nog om de zoveel tijd voor dat er in Nederland een 'koudste datum ooit' wordt gemeten. Vorig jaar hadden we er ook een: toen was 23 september 'de koudste 23 september' sinds het begin van officiële metingen.

Warmterecords worden steeds opnieuw gebroken

Maar door de opwarming van het klimaat gebeurt dit wel steeds minder vaak. Warmterecords daarentegen blijven opnieuw gebroken worden. Dat gebeurt in Nederland volgens de statistieken van het KNMI die Okhuijsen raadpleegde veel vaker: tegenover één 'koudste maximumtemperatuur' wordt in Nederland nu achttien keer een record voor 'warmste dag ooit' gebroken.

Daarnaast worden er ook records bijgehouden voor de warmste en koudste nachttemperatuur en voor de etmaalgemiddelden. Zo was de laatste 'koudste nacht' op 30 september 2018. Als je al die temperatuurrecords bij elkaar optelt, zijn er sinds het laatste kouderecord maar liefst 37 warmterecords gevallen.

Okhuijsen plaatste alle gegevens in een grafiek, met in het rood Nederlandse dagwarmterecords en in het blauw dagkouderecords. De kouderecords nemen sterk af, terwijl de warmterecords zo op het oog ongeveer gelijk blijven.

En gek genoeg is juist dat laatste een helder teken dat het klimaat opwarmt: bij een stabiel klimaat zouden zowel koude als warme temperatuurrecords met de tijd moeten afnemen. Want hoe langer een meetreeks, hoe kleiner de kans dat een dagtemperatuur 'de extreemste ooit' is.

Maanden en jaren tonen het grotere plaatje

Als er nu nog een kouderecord valt, is dat vrijwel altijd een dagrecord. De kans dat maand-, seizoens- of zelfs jaarrecords aan de 'koude onderkant' doorbroken worden, is door de stijging van de gemiddelde temperaturen buitengewoon klein.

Ook neemt de kans op kouderecords snel verder af als er naar grotere oppervlakten wordt gekeken. Nederland is uiteindelijk een klein land en temperatuurafwijkingen kunnen hier bijvoorbeeld ontstaan als de wind een tijd lang uit dezelfde richting blaast. Wereldwijd ontstaat een veel meer gemiddeld beeld, daarin zijn records het meest veelzeggend.

Een van de helderste manieren om de wereldwijde klimaatverandering te illustreren is daarom met de lijst van heetste jaren. Zo bestaat de volledige top twintig van warmste jaren uit de afgelopen twintig jaar en maken de laatste vijf jaren tezamen de vijf warmste jaren ooit gemeten.

2019 bracht een uitzonderlijk warme zomer

Naar verwachting krijgt ook 2019 wereldwijd een hoge klassering in het rijtje heetste jaren, wellicht zelfs een plek in de top drie. Dat komt onder meer door de afgelopen zomer: de maand juli was wereldwijd de heetste maand ooit gemeten.

En Nederland had afgelopen zomer natuurlijk nog een heel speciaal record: de hoogste dagtemperatuur ooit gemeten: 40,7 graden. Ook daar steekt een frisse 6 oktober wat mager bij af.

Afgelopen zomer kende Nederland een hitterecord. (Foto: Pro Shots)