In een woensdag verschenen VN-rapport hebben onderzoekers de verwachte stijging van de zeespiegel naar boven bijgesteld. Maar wie de afgelopen jaren in Nederland het nieuws heeft gevolgd, kan ook zeggen dat de cijfers wel meevallen. Waarom lopen verwachtingen zo uiteen? En moeten we nou rekenen in meters of in decimeters?

Eerst even de cijfers. In het nieuwe rapport staat dat de zeespiegel in deze eeuw wereldwijd met circa 43 tot 84 centimeter zal stijgen. Dat betekent dat er aan de bovenkant van dat bereik ongeveer tien centimeter is bijgekomen ten opzichte van de verwachtingen uit het vorige grote VN-klimaatrapport, uit 2013. Beide rapporten zijn opgesteld door het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change.

De officiële verwachtingen voor deze eeuw zijn dus iets naar boven bijgesteld. Dat geldt vooral voor de zeer lange termijn: na het jaar 2100 gaat het 50 procent sneller.

Maar tussen de grote VN-rapporten door verschijnen ook losse klimaatstudies, en die komen soms met veel hogere getallen, waar de nieuwe IPCC-cijfers vrij mager bij afsteken. Zo noemde het KNMI in 2017 een zeespiegelstijging van 2,5 tot 3 meter "niet ondenkbaar" binnen de huidige eeuw. Ook een recent rapport van de Deltacommissaris rekent met dergelijke getallen als een worstcasescenario.

Worstcasescenario is een optelsom van factoren

Betekent dit dat onderzoekers naar de stijging van de zeespiegel het onderling oneens zijn? Niet direct, want volgens álle studies bestaan er flinke onzekerheden. Dat de verwachtingen zo ver uiteen lopen, komt omdat ze verschillende scenario's weergeven.

Zo gebruikt het IPCC vier mogelijke trajecten voor de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Bij de laagste emissies, als de wereld zich aan het Parijs-akkoord houdt, blijft de zeespiegelstijging deze eeuw waarschijnlijk onder de halve meter. Als de uitstoot blijft doorstijgen, zal die rond 2100 circa 84 centimeter hoger staan.

De worstcasescenario's komen echter op een andere manier tot stand. Die kijken naar factoren die onzeker zijn, en wat het inhoudt als die factoren tegenvallen: een kleine kans met grote gevolgen. Ook in het nieuwe rapport staat zo'n 'statistische bovengrens': als de uitstoot hoog blijft en we ook nog 'pech' hebben, krijgen we volgens het IPCC deze eeuw meer dan een meter zeespiegelstijging.

Grootste onzekerheid zit in de ijskappen zelf

De extreemste scenario's zijn ook gebaseerd op een andere onzekere factor: de reactie van grote ijskappen. Er zijn onderzoekers die vermoeden dat het ijsverlies op Groenland en Antarctica zichzelf kan versnellen. Omdat het niet zeker is of deze mechanismen ook in praktijk groot effect hebben, zijn ze niet verwerkt in zeespiegelmodellen die het IPCC gebruikt: daar zijn de hogere verwachtingen vooral gebaseerd op de versnelling in het ijsverlies die daadwerkelijk wordt gemeten.

De mogelijkheid van deze smeltversnellende 'feedbacks' wordt overigens wel vermeld in het nieuwe rapport. Ze kunnen de verwachtingen over stijging van de zeespiegel deze eeuw met nog 30 centimeter naar boven worden bijgesteld, zo denken de auteurs op basis van het nu beschikbare onderzoek.

Mocht ijskaponderzoek alsnog hard bewijs opleveren, is het aannemelijk dat de zeespiegelverwachtingen in een volgend IPCC-rapport (2022) opnieuw naar boven worden bijgesteld. Maar, zo zeggen ijskaponderzoekers, de onzekerheid over Antarctica zal hoogstwaarschijnlijk ook in de komende tien jaar niet zomaar worden opgelost. Tot die tijd moeten we er dus vooral mee leren omgaan - het feit dat er verschillende cijfers naast elkaar bestaan, die ook allemaal iets anders betekenen.

Alles hangt af van de tijdschaal

Maar op de vraag of we nou moeten rekenen in decimeters of in meters kan al een antwoord worden gegeven: dat hangt vooral van de tijdschaal af.

In deze eeuw kan de stijging beperkt blijven tot enkele decimeters. Maar op de zeer lange termijn is het steeds zekerder dat we moeten rekenen in meerdere meters. Dat blijkt onder andere uit onderzoek naar zeespiegelstijgingen uit het verleden, en dat bevestigt ook het nieuwe IPCC-rapport. Dat zal nog lang duren: voorlopig gaat het wereldgemiddelde in een tempo van zo'n 5 millimeter per jaar.