In Nederland denken we bij de gevolgen van zeespiegelstijging nog altijd als eerst aan dijkdoorbraken en overstromingen. Maar dijken kunnen we nog geruime tijd verhogen en verbreden. Andere gevolgen zijn veel lastiger aan te pakken, zegt Maarten Kleinhans, hoogleraar fysische geografie van de Universiteit Utrecht. Hij geeft vijf voorbeelden.

1. Zout grondwater: Je kunt het niet wegpompen

De wetenschappelijke term voor zout grondwater is verzilting. Dit is een van de hardnekkigste problemen van de zeespiegelstijging, omdat er eigenlijk niets aan te doen valt: hoe hoger de zee komt, hoe zouter het grondwater in de kustprovincies wordt. Van Zeeland tot Groningen kan dit voor de landbouw een grote strop worden, want gewassen en weidegronden hebben zoet water nodig.

Er is een bijkomend probleem, vertelt Kleinhans: "Als de zeespiegel hoger komt te staan, moeten de gemalen in de polders steeds harder pompen. En hoe harder die pompen, hoe zouter het grondwater juist wordt. Het wordt namelijk aan de onderkant van de dijk omhoog gezogen dóór onze gemalen."

Nu speelt verzilting tijdens droge zomers. Er is dan niet genoeg tegendruk van zoet rivier- en regenwater. En ook daar verergert klimaatverandering het zoutprobleem: door het wegsmelten van Alpengletsjers komt de Rijn in de zomer lager te staan en neemt de kans op aanhoudende droogte toe.

2. Afvoer rivierwater: Gaan we de Rijn eigenhandig naar zee dragen?

"We zouden makkelijk vergeten dat Nederland niet alleen een kustgebied, maar ook een rivierdelta is: de Rijn en de Maas hebben hier hun benedenstroom en langs onze grenzen lopen de Schelde en de Eems."

Als de zee hoger komt te staan, kan dat het rivierwater flink opstuwen - zeker tijdens de juist toenemende afvoeren in de winter. Dat betekent een grotere kans op wateroverlast, ook landinwaarts. Kleinhans: "De zee komt straks eigenlijk via de rivieren het land in."

Tijdens hoogwater zullen we rivierwater aanvankelijk moeten opslaan in grote meren. Die kunnen pas leegstromen als het weer eb wordt. Maar als de zeespiegel op lange termijn blijft stijgen, kunnen de rivieren uiteindelijk helemaal niet meer op eigen kracht afwateren naar zee.

"We hebben dan twee opties: enorme dammen bouwen en al het rivierwater met reusachtige pompen naar zee brengen. Of accepteren dat de kustlijn landinwaarts wil bewegen, inclusief natuurlijke riviermondingen." Zo'n terugtrekkingsscenario wordt door Nederlandse zeespiegelexperts omgeschreven als 'Plan B'.

3. Gevolgen voor de natuur: Verdrinking Waddenzee en Oosterschelde

De keuze tussen het afdammen van riviermondingen of terugtrekken naar hogere gronden is een zorg voor de zeer lange termijn, wanneer de zeespiegelstijging kan oplopen tot meerdere meters.

Andere gevolgen spelen eerder, zoals het verdrinken van zogeheten intergetijdengebieden. Dit zijn de gebieden waar met laagwater wadplaten (in Zeeland: 'slikken') droogvallen. Die overgang tussen land en zee is van grote waarde voor vogels, schelpdieren en vissen Het is bovendien een specialiteit van de Nederlandse kust: de Waddenzee is 's werelds grootste bij laagwater droogvallende gebied, en vanwege het grote belang voor trekvogels uitgeroepen tot Werelderfgoed.

"De toekomst voor deze gebieden ziet er niet goed uit", zegt hoogleraar Kleinhans. "Dat komt omdat de zeespiegelstijging sneller dreigt te gaan dan de natuurlijke opslibbing. Met elke vloed blijft er een beetje zand en slib achter. Maar als de zeespiegelstijging versnelt, kunnen de platen dit niet langer bijbenen en gaan dan definitief kopje onder."

Het probleem is volgens Kleinhans het dringendst in het westelijke deel van de Waddenzee en in de Oosterschelde. In het laatste gebied gaat de zeespiegelstijging nu al sneller dan het opslibben. "Het wordt langzaamaan een grote bak met water. Slecht nieuws voor vele diersoorten."

4. Wegen de kosten wel op tegen de baten?

Technisch lijkt er altijd een hoop mogelijk in de strijd tegen de zee. Zoals beweegbare stormvloedkeringen. Maar we moeten wat uitzoomen en twee vragen meer vooropstellen, vinden Kleinhans en collega's: in wat voor land willen we wonen? En zijn de aanpassingen betaalbaar? Als de zeespiegelstijging versnelt, nemen de kosten van kustverdediging in hoog tempo toe - en daar komen allerlei andere kosten van klimaatverandering nog bovenop.

Tegelijk gaat de economische opbrengst van de kustregio achteruit. Landbouwexport is voor Nederland een miljardenindustrie, maar heeft (in de huidige vorm) zoet water nodig. De infrastructuur van de haven van Rotterdam is biljoenen waard. "Dat kun je niet zomaar even optillen en verplaatsen."

Er ontstaan dus ook economisch kantelpunten, zegt Kleinhans. Dat kunnen we het beste ruim voor zijn, door nu al aan te geven in welke richting we ons willen ontwikkelen - ook landschappelijk. Je kunt ook een sterkere kust bouwen door de natuur én de zee juist extra ruimte te geven. Daar moeten we dan wel iets voor willen opgeven. Moeilijke, maar belangrijke keuzes, aldus de hoogleraar.

5. Buurlanden zitten in hetzelfde schuitje

Wij denken weleens dat dit alleen een probleem is voor Nederland en eilanden in de Grote Oceaan. Maar als we uiteindelijk moeten rekenen in meerdere meters, dan geldt dit ook voor grote delen van de Vlaamse, Duitse en Deense kust, zegt Kleinhans - en bijvoorbeeld het oosten van Engeland. Inclusief grote steden als Antwerpen, Hamburg en Londen.

Kleinhans: "Stel dat we in Nederland enorme dijken bouwen, maar in België of Duitsland kiezen ze een andere strategie, dan lopen we niet via de zee onder, maar via onze buurlanden. Even om aan te geven dat de zee zich weinig aantrekt van landsgrenzen en dat dit in heel veel opzichten een internationaal probleem is."