Ontbossing in de Amazone wordt voor een belangrijk deel gedreven door de groeiende vraag naar soja. Tegelijk hoor je dat het komt door de mondiaal stijgende vleesconsumptie. Dat is verwarrend. Wat moet je als bosliefhebber nou op de barbecue leggen deze zomer: een sojaburger of een hamburger?

NASA heeft eerdere metingen van de Braziliaanse ruimtevaartorganisatie bevestigd: er is dit jaar inderdaad sprake van een forse toename van bosbranden in 's werelds grootste resterende regenwoud - er is sprake van de meeste 'brandactiviteit' sinds 2010.

Veel mensen maken zich zorgen om de toekomst van het regenwoud en vragen naar de oorzaken. De meeste branden zijn aangestoken om plaats te maken voor extra landbouwgrond, onder andere voor sojaplantages.

Waar gaat al die soja dan naartoe? Gaat dat allemaal naar sojaburgers en andere vleesvervangers?

Nee, bepaald niet. "90 procent van de mondiale sojateelt is bestemd voor veevoer", legt Kirsten Palland van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal uit aan NU.nl. "De sterke stijging van de wereldwijde vraag naar soja komt vooral doordat de consumptie van vlees, zuivel en eieren al decennialang stijgt en de mondiale veestapel dus steeds groter wordt."

In een gewone hamburger zit (indirect) 46 gram soja

Omdat veel koeien, varkens en kippen als krachtvoer soja te eten krijgen, zit er volgens een rapport van WNF uit 2015 in een gemiddelde hamburger van 100 gram 46 gram soja en in een evengrote karbonade 51 gram. Kippenvlees spant de kroon: voor de productie van 100 gram kippenbout is gemiddeld 109 gram sojavoer gebruikt.

Hoe vergelijkt dat dan met sojaproducten voor directe menselijke consumptie? 100 gram tofu wordt gemaakt van 38 gram sojabonen, vertelt Palland. In sojaburgers die je in de supermarkt vindt, kan iets meer soja zitten, omdat hiervoor een soja-eiwitconcentraat wordt gebruikt.

Maar voor de veevoerdiscussie heeft deze vergelijking niet zoveel zin, legt Palland uit. Je moet dan kijken naar het totale oppervlak aan landbouwgrond dat nodig is voor de productie van 100 gram eiwit. Koeien bijvoorbeeld hebben ook grote oppervlakten grasland nodig om te grazen, en worden net als varkens en kippen niet alleen bijgevoerd met soja, maar met nog veel meer krachtvoer. Voedermaïs, suikerbieten, granen - ook een groot deel van die akkergrond is niet direct bedoeld om mensen te voeden, maar onze veestapels.

En met name omdat die veestapels groeien, is er wereldwijd steeds meer landbouwgrond nodig. En die groeiende behoefte aan landbouwgrond, gaat ten koste van bos, schreef vorige maand ook de VN in een speciaal klimaatrapport over landgebruik.

De verschillen zijn behoorlijk: voor de productie van 100 gram eiwit uit rundvlees is in totaal tot 200 vierkante meter landbouwgrond nodig, concludeerden Duitse onderzoekers in 2017 in het vakblad Animals. Om eenzelfde hoeveelheid eiwit direct uit soja te halen, zou slechts 5 vierkante meter volstaan.

Belangrijkste exportproduct Brazilië is niet soja, maar vlees

Even terug naar de situatie in Brazilië. Dat land haalt momenteel de VS in als 's werelds grootste producent van soja. Maar het nummer één-exportproduct van Brazilië is iets heel anders: rundvlees. En dat is niet omdat het land nou zo bekendstaat om de grazige weidegronden. Het grootste deel van de Braziliaanse sojaproductie wordt dan ook niet geëxporteerd, maar is voor binnenlands gebruik - als veevoer. Het gaat vervolgens pas als hamburger en biefstuk de grens over, naar onder andere Nederland.

Waar komt de soja in vleesvervangers dan vandaan? Palland: "Het is niet per definitie zo dat vleesvervangers van duurzamere soja gemaakt worden, maar dit is over het algemeen wel zeer aannemelijk. Zo is een deel van de vleesvervangers biologisch. Biologische soja komt vooral uit China en Europa. Hier vindt geen ontbossing plaats voor de teelt van soja. Dat geldt ook voor soja uit de VS en Canada."

"Daarnaast hebben grote producenten van vleesvervangers een programma voor duurzame sojateelt in Zuid-Amerika. Dit sluit ontbossing niet volledig uit, maar is wel degelijk een verschil met reguliere veevoersoja."

Laat je de sojaburger toch liever staan? "Geen vlees eten is niet hetzelfde als een vleesvervanger eten. Andere vegetarische alternatieven zijn peulvruchten als rode nierbonen, noten, ei en kaas", somt Palland nog even op. En als je op de verpakkingen in de supermarkt kijkt, zie je bijvoorbeeld ook producten op basis van tarwe-eiwit of lupine, een andere peulvrucht.

'Bos beschermen? Eet vaker plantaardig'

De kernboodschap van Milieu Centraal aan consumenten die willen bijdragen aan het behoud van tropisch bos: "Eet vaker plantaardig. Door minder vlees, eieren en zuivel te eten, daalt de nettovraag naar soja en draag je bij aan minder ontbossing, en daarmee ook aan minder klimaatverandering. Als je vier dagen per week geen vlees of vis eet, bespaar je 260 kilo CO2 per jaar."

Voor een fulltime vegetariër is die besparing natuurlijk nog meer: 460 kilo CO2, en iemand die uitsluitend plantaardig voedsel eet 850 kilo. Hoeveel Amazonebomen dat precies zijn, weten wij ook niet.