Ontbossing en intensief landgebruik zijn belangrijke oorzaken van klimaatverandering, blijkt uit een donderdag gepubliceerd VN-rapport. Daar valt wel wat aan te doen, zeggen de auteurs. Zoals een plantaardiger dieet en het aanpakken van voedselverspilling. En met slim bodembeheer kunnen landbouwgronden juist veel broeikasgassen opnemen, beamen Nederlandse onderzoekers en boeren.

Het rapport van het wetenschappelijk VN-klimaatpanel IPCC gaat over de interactie tussen klimaatverandering en menselijk landgebruik en laat zien hoe complex grote duurzaamheidsproblemen zijn.

Als klimaatverandering doorgaat, dreigt dit de menselijke voedselvoorziening ernstig in gevaar te brengen. Anderzijds is die voedselvoorziening zelf ook een belangrijke oorzaak van de klimaatverandering. Landbouwgronden kunnen in theorie echter veel CO2 vastleggen en zo dus klimaatverandering tegengaan.

Akkerbouwer Piet Hermus uit het West-Brabantse Zevenbergschen Hoek legt uit hoe je die theorie kunt vertalen. Bodemverbetering zit in heel praktische maatregelen en Nederlandse boeren kunnen op allerlei manieren extra CO2 vastleggen om uitstoot te voorkomen, vertelt hij.

Peulvruchten leggen onder de grond veel koolstof vast

Het gaat voor een deel om gewaskeuzes. Zo leggen bovengrondse gewassen zoals peulvruchten juist onder de grond veel koolstof vast.

Dat geldt ook voor groenbemesters die boeren soms inzetten als wisselgewas. "Dan moeten we dus wel flexibel kunnen wisselen in onze gewassen", zegt Hermus. "En dat is niet altijd mogelijk."

Hij voegt er ook aan toe dat vaste graslanden goede koolstofbinders kunnen zijn. "En al helemaal als er ook nog wat klaver in het mengsel zit", vult Gerlinde De Deyn aan. Zij is hoogleraar bodemecologie van Wageningen University & Research en doet onderzoek naar de wisselwerking tussen de plantengroei, het bodemleven en de broeikasgasuitstoot.

"Klaver is een heel goede natuurlijke grondverbeteraar, omdat die via eigen wortelbacteriën stikstof uit de lucht kan binden. Want vastlegging van koolstof vergt óók vastlegging van stikstof, zowel in planten als in de bodem."

'Soms belangrijk om niet te ploegen'

Hermus beklemtoont ook het belang van het aanbrengen van organische stof, zoals compost, op de akkers. Zo kan mest gemengd worden met stro of kan stro gehakseld worden met andere gewasresten. Dat bevat allemaal koolstof, legt Hermus uit. Dat moet dus weer in de bodem belanden in plaats van weg te rotten, waarbij juist weer CO2 zou vrijkomen.

"En voor een goede koolstofopbouw en een gezonde bodem is het soms belangrijk om niet te ploegen of op een andere manier te ploegen", zegt Hermus. "Bijvoorbeeld ondiep of zonder de grondlaag om te keren. Dan blijft de structuur behouden en daarmee ook veel bodemleven."

'Er moet evenveel koolstof in als uit'

Net als in natuurgebieden geldt ook voor landbouwgronden dat de CO2-opname en de CO2-uitstoot in evenwicht zouden moeten zijn. En om extra koolstof vast te leggen, moeten de opname en vastlegging dus groter zijn dan uitstoot.

De Deyn: "Het is eigenlijk heel simpel. Je kunt niet alleen maar oogsten. Je moet een bodem voeden om planten te voeden. Er moet evenveel koolstof in als uit. Of nog liever: meer."

"Helaas ontbreekt die balans op veel plaatsen en dat komt eigenlijk doordat we ons zijn gaan focussen op wat er boven de grond speelt - de gewassen - en niet op wat er onder de grond speelt. Oftewel de bodem, waar de wortels zitten."

Belang is uit het oog verloren door industriële landbouw

Een bodem moet leven om te functioneren, zegt De Deyn. "Organische stof bevat alle elementen die nieuwe planten nodig hebben om weer te groeien. Maar die moeten dan eerst beschikbaar worden gemaakt door micro-organismen."

Met industriële landbouw zijn we dat belang uit het oog verloren, omdat er gewoon kunstmest kon worden toegevoegd. Dat heeft niet alleen de koolstofcyclus verstoord, maar ook de stikstofcyclus. Dit zorgt ervoor dat veel landbouwbodems de stikstofverbinding lachgas (N2O) produceren, een zeer krachtig broeikasgas. Terwijl organismen in een gezonde bodem zulk lachgas ook weer kunnen omzetten naar puur stikstof (N2). Stikstof is juist geen broeikasgas.

In Nederland zijn de veenweidegebieden nog een heel concreet onderwerp. Dat zijn eigenlijk oude moerasgebieden, die kunstmatig worden drooggemaakt om landbouw te bedrijven. Dat leidt echter tot oxidatie van de bodem, waarbij veel CO2 vrijkomt. In het nieuwe IPCC-rapport wordt dit een mondiaal probleem genoemd. Het is maar de vraag of die vorm van landbouw wel echt houdbaar is, omdat de inklinking van die polders niet te stoppen is, zegt De Deyn.

Goed bodembeheer gaat ook zogeheten landdegradatie tegen. Dat is een belangrijk bijkomend voordeel, omdat de uitputting van landbouwgronden de voedselproductie remt. Dat verhoogt daarmee de druk om nieuwe akkers te maken in natuurgebieden, met ontbossing en dus extra CO2-uitstoot tot gevolg.

Organische stof heeft een sponswerking

Volgens het nieuwe IPCC-rapport leven 500 miljoen mensen in gebieden waar sprake is van ernstige landdegradatie. En op veel plaatsen wordt deze landdegradatie volgens de VN-organisatie weer versterkt door de klimaatverandering. Zo leidt langdurige droogte tot bodemerosie en verwoestijning.

"Ook hier zijn landbouwbodems met extra koolstofopslag mogelijk een oplossing", legt De Deyn uit. "Organische stof heeft een sponswerking. Bodems kunnen dan langer vochtig blijven tijdens droogte en zijn met diepere wortels ook beter bestand tegen erosie."