In 98 procent van de wereld waren de laatste honderd jaar warmer dan de afgelopen twintig eeuwen, melden Zwitserse wetenschappers woensdag in het vakblad Nature. Volgens hen is het huidige tempo waarin de aarde opwarmt "ongekend".

De wetenschappers publiceerden drie studies waarin het wereldwijde klimaat vanaf het begin van de jaartelling onder de loep werd genomen.

Gekeken werd of tijdperken als de kleine ijstijd extremer waren dan anders en of ze invloed hadden op de hele wereld, en welke natuurlijke oorzaken, zoals vulkaanuitbarstingen, zich afspeelden in die tijd.

Hoewel de wetenschappers weinig gebruik konden maken van directe metingen, die bovendien veelal niet verder teruggaan dan 1850, konden zij wel bijvoorbeeld boomringen, ijskernen en koraalriffen aflezen om te zien hoe warm of nat een bepaald jaar was.

'Extreme' tijdperken waren vooral 'regionale fenomenen'

De groep concludeerde dat vele tijdperken, zoals de kleine ijstijd en de warme periode in de Romeinse tijd, vooral "regionale fenomenen" waren omdat ze nooit een groot deel van het aardoppervlakte bestreken. Alleen de kleine ijstijd verspreidde zich tussen de vijftiende en negentiende eeuw over bepaalde delen van de aardbol.

Voor het industriële tijdperk bleken vulkaanuitbarstingen de grootste invloed te hebben op het klimaat. Na elke uitbarsting brachten die een stof voort die ervoor zorgde dat het afkoelde in de atmosfeer. De invloed van de mens bleef - ondanks uitstoot van broeikasgassen door de landbouw - beperkt.

'Onduidelijk of klimaatakkoord op juiste jaar gebaseerd is'

De wetenschappers sluiten af met de vraag of het akkoord van Parijs niet beter gebaseerd had kunnen worden op een ander jaar. Momenteel wordt er gekeken naar het jaar 1850 - het einde van het pre-industriële tijdperk - en mag de aarde niet meer dan 2 graden opwarmen ten opzichte van die tijd.

De groep weet echter niet of dat jaar geschikt is als graadmeter, omdat mogelijke vulkaanuitbarstingen de temperatuur hadden kunnen beïnvloeden.