Het gerechtshof in Den Haag heeft dinsdag ook in hoger beroep bepaald dat de Nederlandse Staat voldoende maatregelen neemt om de luchtvervuiling terug te dringen. Milieudefensie had een zaak aangespannen, omdat de Staat volgens de organisatie meer zou moeten doen.

Alle vorderingen van de organisatie zijn afgewezen.

Milieudefensie startte in 2017 een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat. De organisatie stelde dat er dusdanig weinig aan de luchtkwaliteit wordt gedaan, dat het recht op gezondheid geschonden wordt.

De milieuorganisatie wees op het niet voldoen aan de richtwaarden voor fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) die zijn vastgesteld door de gezondheidsorganisatie WHO. Nog niet overal in Nederland wordt aan deze voorwaarden voldaan.

'Overheid paste beleid pas aan na eerdere uitspraak'

Het hof in Den Haag sloot zich dinsdag aan bij eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat de Nederlandse Staat niet gedwongen kan worden om nu al aan de WHO-richtwaarden te voldoen, maar dat de Staat wel maatregelen moet blijven nemen om deze doelen te halen.

Milieudefensie beklemtoont dat "het hof het met ons eens is dat de Staat niet voldoende deed om de luchtkwaliteit te verbeteren" , aldus een zegsvrouw. "Dankzij het winnen van ons eerdere kort geding moest de overheid haar luchtkwaliteitsplan aanpassen. Daarom vindt het hof dat de overheid nu genoeg doet. Zonder deze rechtszaak had de overheid geen actie ondernomen."

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat laat weten blij te zijn met de uitspraak, omdat het hof hiermee bevestigt "dat we met het aangepaste Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit voldoende doen om op de kortst mogelijke termijn overal in Nederland aan de grenswaarden te voldoen".

"Wat mij betreft is deze uitspraak een extra stimulans om een ambitieus luchtkwaliteitsbeleid te blijven voeren."