Het merendeel van de Nederlanders wacht op de overheid en het bedrijfsleven om actie tegen klimaatverandering te ondernemen, blijkt donderdag uit onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur. Pas daarna zijn ze zelf bereid om maatregelen te nemen.

Een representatieve groep van 2.572 volwassen Nederlanders werkte mee aan het onderzoek. Daaruit blijkt dat 65 procent van hen zich zorgen maakt om de opwarming van de aarde. Eind 2017 was dat aandeel nog 80 procent.

Volgens de meeste ondervraagden zijn de overheid en het bedrijfsleven de belangrijkste spelers bij het tegengaan van klimaatverandering. Twee derde verwacht het meeste effect van een overheid die een duurzamere productie bij bedrijven afdwingt en van technologische ontwikkelingen bij diezelfde bedrijven.

Zes op de tien ondervraagden stellen dat hun eigen acties niet uitmaken, zolang grote bedrijven hun CO2-uitstoot niet terugdringen. Slechts 42 procent gelooft dat mensen met hun eigen gedrag invloed kunnen hebben op het klimaat.

Bijna de helft vindt dat het kabinet van premier Mark Rutte meer moet doen om de CO2-uitstoot te verlagen. Slechts een op de vijf stelt dat het kabinet juist minder actie moet ondernemen.

Vier op tien Nederlanders maken woning duurzamer

De overheid heeft grote invloed op het gedrag van de burgers, blijkt uit het onderzoek. "Uit zichzelf gaat maar een heel klein deel over tot duurzame aanpassingen aan de woning", aldus de onderzoekers.

Ruim vier op de tien Nederlanders namen in de afgelopen vijf jaar maatregelen om hun woning te verduurzamen. Naast het gebruik van zonnepanelen of zonneboilers, ging het met name om beter geïsoleerde ramen of duurzamere verwarmingsketels.

Ruim een derde is bereid duurzamer te leven als de overheid meer informatie zou geven of de kosten volledig of deels op zich neemt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een proef met een warmtepomp.

Vooral personen met lagere inkomens vinden het financieel lastig om duurzamer te leven. Het gaat hierbij om 55 procent van de ondervraagden met lagere inkomens, terwijl het aandeel onder Nederlanders met hogere inkomens op 24 procent ligt.

Verschil in uitstoot tussen verschillende groepen

De onderzoekers zien weinig verschillen tussen de inkomensgroepen als het gaat om het aandeel dat zich zorgen maakt over klimaatverandering.

Wel is het zo dat de groep met hogere inkomens verantwoordelijk is voor meer CO2-uitstoot. Dat komt waarschijnlijk doordat ze meer te besteden hebben.

Andere groepen die verantwoordelijk zijn voor een relatief hoge CO2-uitstoot zijn ouderen en mannen. Mannen pakken bijvoorbeeld vaker de auto en eten ook meer vlees dan vrouwen. Ook maken mannen zich gemiddeld minder zorgen over het klimaat dan vrouwen.

I&O Research ziet ook verschillen als naar de politieke voorkeur wordt gekeken. Zo veroorzaken VVD-, CDA- en D66-kiezers de meeste uitstoot. Onder kiezers van Partij voor de Dieren en GroenLinks-kiezers is de uitstoot het laagst.