Het afgelopen jaar was het op drie na warmste jaar ooit gemeten en de verwachting is dat de hitte de komende jaren toeneemt. Dat concludeert de Meteorologische afdeling van de Verenigde Naties (WMO).

De globale gemiddelde temperatuur lag in 2018 op 1 graad hoger dan het pre-industriële niveau rond 1850. Dat is het referentiepunt dat wordt gebruikt om de opwarming van de aarde te meten.

Het was het minst warme jaar van de afgelopen vier jaar. 2016 blijft het warmste jaar ooit gemeten. Dat kwam mede door weerfenomeen El Niño. 2015 volgt op de tweede plaats en 2017 en 2018 maken de top vier compleet.

WMO-secretaris-generaal Petteri Taalas benadrukt dat de trend opwaarts is. "De twintig warmste jaren ooit gemeten vonden plaats in de laatste 22 jaar", zegt hij. Zijn organisatie noemt weerextremen als bosbranden in Californië en Griekenland en overstromingen in India als gevolgen van de hogere temperaturen.

Het WMO verklaart dat dit een duidelijk teken van klimaatverandering is en een gevolg van record hoge concentraties broeikasgassen in de atmosfeer.

NASA wijst op gevolgen

De wetenschappers gebruikten weerdata van verschillende werelddelen om tot hun conclusies te komen. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA schreef ook mee aan het rapport en wijst erop dat de gevolgen van de opwarming al zichtbaar zijn in de vorm van overstromingen, hittegolven, intense neerslag en veranderingen in ecosystemen. In 2018 kreeg de Verenigde Staten alleen al te maken met veertien weer- en klimaatrampen.

Ook 2019 begon warm, zo werd in Australië de warmste januari ooit gemeten. In de stad Adelaide werd het hitterecord verbroken met een temperatuur van 46,6 graden. In de Verenigde Staten was het afgelopen maand juist kouder dan normaal.