Kippenvel met Sigur Rós

Acht jaar geleden had niemand verwacht dat Sigur Rós zo populair zou worden. Afgelopen maandag stonden ze echter toch in een uitverkochte HMH.

Wie acht jaar geleden in een halfvolle Charlietent op Lowlands had voorspeld dat Sigur Rós als een van de grootste namen op festivals als Werchter, Pukkelpop en Lowlands zou terugkomen, was waarschijnlijk voor gek verklaard. Zulke zware kost? Voor tienduizenden mensen? Zelfs drie jaar geleden in Paradiso leek het even Winter in July.

Achteraf gezien lichtte de band die vorige keer in Amsterdam, met het voorproefje van het dan nog te verschijnen Takk, al wel een tipje van de sluier op. Sindsdien klinken de IJslanders namelijk een stuk toegankelijker, en het is dankzij die combinatie van warmbloedige 'liedjes' tussen het (k)oudere werk dat het niet alleen een zegetocht werd op die grote festivals, maar dat zelfs een zaal als de HMH weken van tevoren het bordje 'uitverkocht' mag ophangen.

Amsterdam krijgt geen herhalingsoefening van Lowlands, al is het maar omdat de blaaskapel en de vioolmeisjes van Amiina er deze keer niet bij zijn. De toetsen vangen het gemis aan koper prima op, maar met de strijkers erbij was het misschien nog een fractie indrukwekkender geweest. Toch weet deze basisbezetting van Sigur Rós er een memorabele avond van te maken; vanaf opener 'Svefn-g-englar' staat het kippenvel op de armen, om nauwelijks te verdwijnen.

Zoals het weer op IJsland binnen een uur totaal kan omslaan, zo gaat ook het kwik van de bierhalbarometer op en neer. Mooi en bestendig bij de meeste nieuwere nummers, veranderlijk bij 'Festival', dat ingetogen begint en waar in de tweede helft de zon ineens doorbreekt, tot de storm die 'Sæglópur' teweegbrengt en waarbij zanger/gitarist Jónsi Birgisson zijn strijkstok compleet aan gort ragt.

De vrees voor de beruchte luidruchtige bierhalbezoeker is ongegrond; op een enkeling na is iedereen stil en aandachtig bij wat er op het podium gebeurt. "Can you sing?" Waar Sigur Rós ooit redelijk afstandelijk op het podium stond, vraagt de zanger in het IJslands en daarna in gebrekkig Engels aan het publiek om mee te zingen en later ook met de extra trommelaars van voorprogramma For a Minor Reflection mee te klappen als 'Gobbledigook' in een regen van confetti het einde betekent van de reguliere set. Pas als de band terugkomt voor de toegiften, is het gekraak van de plastic bekers en het gebons van de klapdeur storend.

Die te vroeg vertrokken mensen missen het absolute hoogtepunt; na het ingetogen 'All Alright' volgt vaste afsluiter 'Untitled 8', met bloedrood licht op de muzikanten en eindigend in een ware sneeuwstorm met rondstuivende witte confetti. De ultieme soundtrack voor het einde der tijden, maar als men zijn ogen weer opendoet, bestaat de wereld nog steeds. Die landing naar de werkelijkheid komt misschien wat harder aan dan tijdens de zomerfestivals, maar iedereen gaat nog steeds intens gelukkig naar huis.

Beeld: Ilvy Maijen

Meer audio/video, concertdata en achtergronden van Sigur Rós vind je bij KindaMuzik.

Sigur Rós in de Heineken Music Hall

Tip de redactie