In deze eeuw is alles mogelijk, of toch bijzonder veel. Wie zijn dromen wil verwezenlijken, krijgt daartoe de kansen, al zijn het er niet veel. Wat vandaag binnen handbereik ligt, kan morgen weer slechts een stipje in de verte zijn.

Cold War Kids brengt tussen 2005 en 2007 een zestal ep's uit en het album Robbers & Cowards (2006), waarop ze een eigen, herkenbare stijl ontwikkelen. Ze toeren de wereld rond met hun dikke, slepende en melancholische blues, die recht uit een zweterige kroeg in New Orleans lijkt te komen. Zo eisen ze een plaatsje op in de wachtzaal van The Hall of Fame. Hun tweede langspeler moest dus het ticket worden dat hen naar de eeuwige roem zou brengen.

Net zoals Robbers & Cowards lijkt Loyalty to Loyalty in eerste instantie uit te blinken in de stijl en het geluid die de band zo eigen zijn: het gejank van Nathan Willett, zwierige piano, lyrische gitaar, haakse bas en drums. Maar waar is dat kippenvel dat deze plaat zo aangrijpend mooi had kunnen maken? Waar is het zweet dat in een bluesbar van het plafond naar beneden stroomt, de blauwe rook van sigaren, of de geur van fletse cognac? Door een overijverige producer in de kiem gesmoord? Gestrand op de schrijftafel van een band die te snel tevreden is? Hoe het ook zij, Loyalty to Loyalty is niet het album dat hen groot zal maken.

Dertien nummers rijgt de band aaneen zonder noemenswaardige hoogtepunten. Ze zijn zelfs haast vrijblijvend, met uitzondering van 'Welcome to the Occupation', 'Avalanche in B' en 'I've Seen Enough'. Maar ook door deze nummers word je als luisteraar nooit écht gegrepen.

Is het tweede full album van Cold War Kids dan slecht? Nee, maar het voelt over de gehele lijn aan als een gemiste kans.

Meer audio/video, concertdata en achtergronden van Cold War Kids vind je bij KindaMuzik.