Voor sommige artiesten is het een uitlaatklep voor ideeën die niet binnen de eigen band passen, voor anderen pure lol. The Last Shadow Puppets is een mooi voorbeeld van een project waarbij de samenwerking tussen twee moderne rockartiesten een verrassend resultaat oplevert.

En met The Raconteurs toont Jack White dat hij nog meer in zijn mars heeft dan hij met zijn 'zusje' laat zien. Solo- of zijprojecten zijn echter van alle tijden. KISS
KISS heeft nooit een geheim gemaakt van zijn commerciële aspiraties, getuige de merchandisemachine die al enkele decennia op volle toeren draait. 'Onze fans kopen toch alles' zullen ze gedacht hebben in 1978, toen alle vier de leden tegelijkertijd een soloalbum uitbrachten.

Dat bleek niet helemaal waar. De kwaliteit van de albums is erg wisselend, evenals de muzikale voorkeuren van de beschilderde mannen. Zo bleek bassist Gene Simmons het muzikaal prima te kunnen vinden met Donna Summer en Cher en viel Peter Criss definitief door de mand met een album vol slappe muzak. Gitarist Ace Frehley had de grootste solohit, met 'New York Groove', die als opmaat gezien kan worden van de discogeoriënteerde rock waarmee ze kort daarna hun grootste hits zouden scoren. Maar KISS zou KISS niet zijn, als er niet nog snel even een Best of Solo Albums zou verschijnen ...

Mick Jagger
Toen in 2001 Goddess in the Doorway verscheen, waren de reacties vernietigend. Het album werd door Keith Richards zo slecht bevonden dat hij de titel veranderde in 'Dogshit in the Doorway'. De dienstdoende recensent van OOR ging zelfs zo ver om het album na beluistering in de prullenbak te gooien. Eerdere soloplaten – Wandering Spirit (1993) misschien uitgezonderd – hadden al weinig gedaan. Het heeft nooit echt kunnen vlotten met de solocarrière van de Rolling Stones-zanger. Qua hitsucces waren er wel enkele singles die het goed deden, maar wel van dubieus allooi: duetten met Peter Tosh, David Bowie of The Jacksons , die het meer van de bijzondere combinatie moesten hebben dan van de kwaliteit van het gebodene. Misschien is Jagger dan ook te vereenzelvigd met de Greatest Rock-’n-Roll Show On Earth om zichzelf serieus als soloartiest te kunnen profileren.

Magnus
Met Magnus keert dEUS-zanger Tom Barman (foto links) terug naar zijn oude liefde: elektronische pop. Samen met producer CJ Bolland vormt hij sinds 2003 dit danceduo, dat in 2004 het voorlopig enige album The Body Gave You Everything uitbracht. Hierop komen al hun invloeden samen, van jaren tachtig elektro tot drum'n'bass. Toch kan Barman het rocken niet laten; hij speelde naar eigen zeggen meer gitaar op het Magnusalbum dan hij ooit bij dEUS deed. Barmans praktijkervaring als rockartiest blijkt een prima aanvulling op de beats van dancepionier Bolland, met als resultaat een rits uiterst dansbare 'couplet-refrein'-nummers. Enkele van de songs werden gebruikt op Barmans speelfilmdebuut Anyway the Wind Blows. Gastbijdragen zijn er onder meer van Tim Vanhamel en Mauro Pawloski. Magnus toerde tot 2005 en speelde onder andere op Rock Werchter en Lowlands.

Freddie Mercury
De zanger nam voor zijn succes met Queen al eens een single op onder het pseudoniem Larry Lurex, maar we kennen vooral het solo-uitstapje van hem met de lp Mr. Bad Guy uit 1985. Tussen de twee Queenalbums The Works en A Kind Of Magic door verscheen dit album, dat een meer door pop en dance beïnvloede zanger laten horen. Op de hoes worden de overige Queenleden bedankt voor 'het zich er niet mee bemoeien', al verklaart Brian May later dat dit absoluut niet waar is. Drie jaar later zou Mercury zijn wens in vervulling zien gaan om ooit nog eens met een operazangeres een album op te nemen. Hij stapte met diva Montserrat Caballé de studio in voor een mini-cd. Indertijd was die plaat een bescheiden succes, pas bij de Olympische Spelen van 1992 (in Barcelona) en een klein jaar na het overlijden van Mercury, verkocht het pas echt goed.

Dave Gahan
De zanger van Depeche Mode zingt toch zeker wel zijn eigen liedjes? Nee dus. Pas op laatste album Playing The Angel draagt de zanger drie songs aan; voorheen werd al het materiaal aangedragen door mede bandlid Martin L. Gore die consequent liet weten het materiaal van Gahan niet sterk genoeg te vinden. Pas nadat Gahan in 2003 zijn solodebuut maakte met het album Paper Monsters had hij naar eigen zeggen genoeg zelfvertrouwen om zijn zin door te drukken en enkele écht ‘eigen’ songs op een Depeche Mode-album te krijgen. Vorig jaar verscheen een tweede album, Hourglass. Het commerciële succes blijft vooralsnog achter bij de albums van Depeche Mode, maar de reacties zijn overwegend positief.

Barry Hay
Verschillende leden van Nederlandse rockgroepen doen in de jaren tachtig een poging tot solosucces. Max Werner van Kayak is nog het meest succesvol als zijn Rain in May de Amerikaanse Billboard Hot 100 bereikt. De solo-lp van Golden Earring-zanger Barry Hay (foto rechts) was echter beduidend minder succesvol. Het in 1972 uitgebrachte en met Patricia Paay opgenomen Only Parrots, Frogs and Angels kan nog worden afgedaan als een jeugdzonde uit een periode dat het wat minder ging met Golden Earring, Victory of Bad Taste uit 1987 is dat zeker niet. Maar de lp, uitgebracht op het eigen Ringlabel van Kooijmans en Hay, haalt de albumlijsten in Nederland niet eens, ondanks de positieve recensies. Eigenlijk is het raar dat de plaat flopt want de muziek van de lp verschilt niet eens zo heel veel van wat Golden Earring deed en doet. Hooguit iets meer nummers in een akoestische setting en meer blazers. Misschien dat hij met zijn recente debuut op Blue Note, The Big Band Theory (rockklassiekers, opgenomen met het Metropole Orkest), hogere ogen gaat gooien. Oordeel zelf, maar wij geven hem weinig kans.

Transplants
Als je leden van verschillende bands samenvoegt, wordt al snel (en vaak onterecht) van een 'supergroep' gesproken. En als je Blink 182-drummer Travis Barker en Tim Armstrong van Rancid bij elkaar zet, verwacht je in ieder geval dat het superpunky zal worden. Dat bleek wat anders uit te pakken. Samen met de Rancidroadie Rob Aston husselden ze een punkattitude met hiphopgrooves, reggae en breakbeats. Het eerste resultaat, Transplants, verscheen in 2002 en werd goed ontvangen door een breed publiek. Dat je ze zowel in de Warped Tour als in een Fructisreclame tegenkomt, zegt misschien genoeg. In 2005 bracht de band zijn tweede album uit, Haunted Cities, waarvan ook een 'chopped & screwed'-versie is uitgekomen. Door andere zijprojecten en uitputting van Tim Armstrong hebben we sindsdien weinig meer van Transplants gehoord. Of de band momenteel bestaat is wat onduidelijk; Armstrong gaf onlangs in ieder geval aan er weer zin in te hebben.

Foto Tom Barman: Kenn Verstraeten

Meer audio/video, concertdata en achtergronden vind je bij KindaMuzik.