Na het succes van debuutplaat Cansei de Ser Sexy heeft CSS zich wat laten overrompelen.

Hun eindeloze tournee brengt de felgekleurde Brazilianen langs een eindeloze rij deprimerende hotelkamertjes, terwijl ze zich 's avonds sterk houden op het podium en dan maar gaan feesten tot ze erbij neervallen.

Typisch voor zo'n bandje dat eigenlijk een uit de hand gelopen grap is, dat er dan persoonlijke problemen komen opzetten. Bassiste Ira Trevisan ontwerpt eigenlijk liever kleding en als haar vriendje, bandmanager Eduardo, dan ook nog eens creatief blijkt te boekhouden, breekt ze eerst met hem en dan met de rest van de band. Als officiële reden geeft ze op dat haar ecologische voetstap te groot wordt door al dat toeren.

Dat deze tweede langspeler van CSS dus niet onder de meest ideale omstandigheden tot stand gekomen is, hoor je iets te duidelijk. Niet dat ze niet hard proberen - in tegenstelling tot hun debuut zijn alle leden hier betrokken bij de songschrijverij - maar Donkey mist de onweerstaanbare charme van die eersteling.

Spontane invallen en ongeremde fantasie hebben plaatsgemaakt voor instrumentbeheersing en een zekere berekendheid. En dat leidt tot ongeïnspireerde dansliedjes als 'Move' of indiegedrein als 'Give Up', die de fut er behoorlijk uithalen.

Daartegenover staat het springerige 'How I Became Paranoid', een tegendraads zonnetje in huis met een heerlijk fout orgeltje. Of de onderkoelde Tom Tom Clubismen van 'Let's Reggae All Night' en het lekker drammerige 'Beautiful Song'. En natuurlijk de kwaaie, Pixies-achtige single 'Rat Is Dead (Rage)'.

Half uitgewerkte ideetjes zoals de nu-rave van 'I Fly' - waar Simon Taylor van Klaxons, zangeres Lovefoxxx' vriendje, een hand in lijkt te hebben - en het verkapte 'Left Behind' duiden op een duister kantje van CSS. Zeker Lovefoxxx' teksten verwijzen naar hun annus horribilis. Maar dit grijpen naar een zekere diepte, brengt hun gebreken nogal fel aan de oppervlakte.

Spijtig dat CSS uit het oog heeft verloren wat hen speciaal maakte: ze waren een bende vrienden die samen wat lol trapten en dat ook wisten over te brengen naar de luisterende buitenstaander. Want hier lijken ze er niet altijd zelf zin in te hebben.

Meer audio/video, concertdata en achtergronden van CSS vind je bij KindaMuzik.