Waarom noem je je band in vredesnaam naar een wielrenner? En dan ook nog eens naar een fietser die roemloos in het kielzog van 'onze' Joop zijn rondjes rond de kerk reed.

Vraag het Johannes Sigmund. Die Nederlandse singer-songwriter brengt onder het pseudoniem Blaudzun, naar de Deense ex-coureur Verner Blaudzun, een titelloos debuutalbum uit.

Daarop staan elf dromerige liedjes met teksten over de schaduwzijden van het leven: moeilijke liefdes en leugenachtige partners. En andere situaties waarin Sigmunds personages zodanig het spoor bijster raken dat ze zich voor het leven willen verstoppen, zoals in 'Blindspot'.

Muzikaal is dit geslaagde debuut nauwelijks vrolijker. De arrangementen van de rustige, akoestische liedjes zijn kaal en bieden alle ruimte aan Sigmunds melancholische keel. Diens hoge, dunne stemgeluid roept herinneringen op aan zangers als Ed Harcourt, Starsailors James Walsh en Radioheads Thom Yorke. Subtiele strijkers geven de liedjes dat laatste dramatische zetje.

Maar denk nou niet dat Blaudzun een depressieve bedoening is. Daarvoor is het album niet overtuigend genoeg in zijn weltschmerz. Tussen de donkere stukken staan namelijk een aantal optimistische nummers, waaronder het hitgevoelige 'Resident'. Die ode aan vrouw en stad heeft een refrein dat onmiddellijk uitnodigt tot meezingen, maar te kort duurt om extase te bereiken. Dat moet dan maar tijdens een van de concerten van de veelbelovende Sigmund gebeuren.

Meer audio/video, concertdata en achtergronden van Blaudzun vind je bij KindaMuzik.