Naar verwachting komt het aantal geboorten in Nederland dit jaar uit op bijna 180.000, een aantal dat sinds 2011 niet meer is bereikt. Dat meldt statistiekbureau CBS woensdag op basis van voorlopige cijfers.

In de eerste negen maanden van dit jaar zijn 6.800 meer kinderen geboren dan in dezelfde periode van 2020. Vooral dertigers kregen meer kinderen.

Er is sprake van een trendbreuk, want sinds het jaar 2000 was er juist sprake van een daling. In de afgelopen jaren werden jaarlijks telkens zo'n 170.000 kinderen geboren.

Het statistiekbureau verwacht dat er dit jaar per duizend vrouwen van 15 tot 50 jaar bijna 22 eerste kinderen worden geboren, tegenover ruim 20 eerstgeborenen in 2020. In de leeftijdsgroep van 30 tot 35 jaar gaat het CBS uit van 135 kinderen per duizend vrouwen. Vorig jaar ging het om 127 kinderen.

Vrouwen jonger dan 25 jaar kregen juist minder kinderen. Binnen deze groep zette de dalende trend door.

Uit de voorlopige ramingen van het CBS blijkt dat niet alleen het aantal eerstgeborenen groter was dan vorig jaar. Ook werden meer tweede en derde kinderen geboren.

Nederland en Finland enige landen met meer geboorten

Het CBS heeft ook gekeken hoe het staat met de geboortecijfers in andere Europese landen. Voor een aantal van deze landen zijn gegevens tot en met augustus beschikbaar.

In de meeste van deze landen werden in de genoemde periode ongeveer evenveel of minder kinderen geboren dan een jaar eerder. Alleen in Finland werden net als in Nederland duidelijk meer kinderen geboren. Ook in 2020 werden in dat land meer kinderen geboren dan in het voorgaande jaar.

In andere Europese landen, zoals Spanje en Frankrijk, daalde het aantal geboorten juist sterk. In februari, maart en april van 2021 nam in de meeste Europese landen het aantal geboorten wel weer wat toe.