Meemoeders krijgen samen met hun vrouwelijke partner een kind, maar dragen dat niet zelf. Dat is geen ongewone situatie, maar toch voelen deze moeders zich niet altijd zeker. Zo vroeg Yvonne zich af of het kind zich wel goed aan haar zou kunnen hechten.

"Dat beeld van een kind met twee moeders, van wie ik degene zonder bloedband ben: dat moest echt een tijd bezinken. Ik was voor de zwangerschap van mijn vriendin al onzeker over van alles. Wat zouden anderen zeggen of vinden? Zou ons kind gepest worden? Krijg ik wel een echte band, en krijgt het kind een veilige hechting met mij?", vertelt de 39-jarige Yvonne (achternaam bekend bij de redactie).

Toen de kinderwens ontstond, was het idee om een bevrucht eitje van Yvonne bij haar partner in te brengen of andersom. "Zo zouden we toch allebei een fysieke band hebben met het kindje. Maar door gynaecologische problemen was dit niet mogelijk. Dus: mijn vriendin werd zwanger van een door ons uitgekozen donor. We hebben hem geselecteerd op uiterlijke gelijkenissen met mij en een zorgzaam karakter, zodat ons kindje misschien ook op mij zou lijken."

“De baby's zijn de eerste twee jaar meer gericht geweest op haar voor troost. Dat voedde mijn onzekerheid.”
Yvonne

De vriendin van Yvonne raakte zwanger van een tweeling: een jongen en een meisje. Yvonne las alles wat los en vast zat over kinderen krijgen als lesbisch stel, de relatie tussen meemoeders en het kind en de ontwikkeling van kinderen in 'roze' gezinnen.

"Ik kon mezelf moeilijk geruststellen dat het wel goed zou komen allemaal, vanzelf. Toen de tweeling geboren was, had mijn vriendin meteen dat overweldigende gevoel van liefde en was ze als een leeuwin zo beschermend. Ik had dat absoluut niet direct. De band moest groeien, ik moest vertrouwen krijgen. Ze zijn de eerste twee jaar ook altijd meer gericht geweest op haar, voor troost of als ze ziek waren. Dat voedde soms mijn onzekerheid weer: wat doet mijn positie als meemoeder eigenlijk met hun hechting?"

Waarom hechting zo belangrijk is?

Pik signalen op

Niet per se de bloedband, maar optimale interactie tussen ouder/verzorger en kind is waar het om draait bij hechting, weet Willem Peters-Schrama. Hij is orthopedagoog-generalist en psycholoog, gespecialiseerd in het behandelen van geadopteerde kinderen en hun gezin.

"Voor die optimale interactie zijn twee dingen belangrijk. Allereerst ben je als ouder of verzorger sensitief: je pikt signalen van je baby op, ziet wat hij nodig heeft. Vervolgens reageer je responsief, door op tijd, met aandacht te handelen", zegt hij. "Huilt je baby, dan pak je hem op en zeg je bijvoorbeeld dat je even zijn luier gaat bekijken, want een volle luier is een naar gevoel. Je geeft woorden aan de behoefte en emotie van het kind en gaat tot actie over."

Sociaal vaardiger, maar wel een verlieservaring

Naast gehechtheid zijn ook op het gebied van mannelijke of vrouwelijke rolmodellen en sociaal-emotionele ontwikkeling in diverse wetenschappelijke studies geen verschillen gevonden tussen kinderen die opgroeien bij 'roze' ouders en heterostellen.

Uit een Amerikaans onderzoek blijkt zelfs dat tieners die opgroeien bij twee lesbische moeders het op sommige vlakken beter doen dan leeftijdsgenoten van hetero-ouders. Zo zijn ze op zeventienjarige leeftijd bijvoorbeeld sociaal vaardiger, vertonen ze minder agressief gedrag en presteren ze beter op school.

"Wel weten we intussen dat in de hersenen van geadopteerde kinderen, kinderen van draagmoeders en pleegkinderen tekenen van psychotrauma kunnen ontstaan, doordat ze vroeg gescheiden zijn van de moeder die ze heeft gedragen. Dat is, ook voor heel jonge baby's al, gewoon een verlieservaring", aldus orthopedagoog-generalist Peters-Schrama.

"Hoe liefdevol, sensitief en responsief je vervolgens ook bent: er kúnnen door zo'n verlieservaring ontwikkelingsproblemen ontstaan. Het is dus nooit verkeerd om daar alert op te zijn als een kind in je gezin zo'n achtergrond heeft.'

Twee knutselwerkjes op Moederdag

De tweeling van Yvonne is inmiddels drie jaar oud en zij voelt zich 100 procent echte moeder. "Ik ben in mijn rol gegroeid en merk ook dat de omgeving mij als moeder van onze zoon en dochter ziet. Op Moederdag krijgen we altijd allebei een knutselwerkje mee vanuit het kinderdagverblijf, en op Vaderdag net zo."

"Het maakt me inmiddels ook helemaal niet meer zo veel uit wat mensen denken van onze gezinssituatie: dit is hoe het is, daar zijn we open over, er is niks geks aan en we zijn blij met de keuzes die we gemaakt hebben."