Wanneer moet dat speentje echt de prullenbak in, hoe maak ik gezonde babyvoeding en is het normaal dat mijn kleuter geen vriendjes heeft? Wekelijks legt NU.nl een opvoedvraag voor aan een expert of ervaringsdeskundige. Deze week is dat: 'Mijn kind wordt woedend als een vriendje in de buurt komt van zijn speelgoed. Hoe leer ik hem delen?'

Orthopedagoog Lorraine Klinkers herkent de vraag maar al te goed. "Ouders willen graag dat hun kind lief is voor anderen. 'Waarom lukt het mijn kind niet om te delen?' Die vraag krijg ik regelmatig."

Voor ouders is het goed om te beseffen dat een kind pas vanaf een bepaalde leeftijd sociaal-emotioneel in staat is om te delen, legt Klinkers uit. "Baby's kunnen het sowieso niet en peuters ook nog nauwelijks. Dus mag je het eigenlijk ook nog niet van ze verwachten."

Om te kunnen delen, moet je je kunnen verplaatsen in een ander. Jonge kinderen bezitten die vaardigheid nog niet. "Kinderen van een jaar of twee zoeken elkaar wel op, maar ze gaan vooral op in hun eigen spel. Ze spelen meer naast elkaar dan met elkaar."

“Als ouder heb je de neiging te bepalen wanneer je kind gaat delen. Maar dan leer je ze dat het niet leuk is.”
Lorraine Klinkers, orthopedagoog

Toch is dat samenzijn belangrijk, stelt de orthopedagoog. "Het is de eerste stap naar het besef dat er ook andere kinderen zijn, met een eigen mening, behoeftes en gevoelens."

Vanaf een jaar of drie groeit de interesse in andere kinderen. Toch is samen spelen op die leeftijd nog lastig, merkt Klinkers. "Je ziet bijvoorbeeld dat twee peuters met een poppenhuis willen spelen, er allebei naartoe lopen en er tegelijkertijd mee gaan spelen. Maar dat is eerder toevallig dan dat het zo is afgesproken. Vanaf een jaar of vier zal een kind eerder zeggen: 'Ik wil met jou spelen, wat gaan we samen doen?' Dat is een groot verschil."

Geef je kind de controle

Vanaf de kleuterklas gaan kinderen zich steeds meer inleven in anderen en rekening houden met elkaar. Ouders hebben een belangrijke rol in dit leerproces, vindt Klinkers. "Als ouder heb je vaak de neiging om te bepalen wanneer je kind gaat delen. Bijvoorbeeld door een wekkertje te zetten. 'Je mag nog vijf minuten schommelen, daarna mag je broertje.'"

Klinkers vervolgt: "Af en toe is dat prima, maar eigenlijk bepaal jij dan als ouder wanneer je kind moet delen. En je leert je kind dat delen niet fijn is. Daarmee wordt de strijd tussen broertjes en zusjes bijvoorbeeld alleen maar groter."

Laat je kind liever zelf bepalen wanneer een ander met zijn speelgoed mag spelen, adviseert de orthopedagoog. "Zeg dus niet: 'Nu mag zij schommelen', maar vraag liever: 'Wanneer mag zij?' Help je kind eventueel door voor te stellen om na tien keer schommelen te wisselen. Daar zal een kind eerder ja op zeggen."

Door je kind zelf de controle te geven, leer je het zijn wensen kenbaar te maken, rekening te houden met de behoeftes van een ander en samen afspraken te maken. Zo geeft delen een fijn gevoel.

Een wekker werkt niet

Stel liever geen tijdsgrens, tipt de orthopedagoog. "Een wekkertje zetten is voor jezelf fijn en duidelijk, maar voor jonge kinderen is tijd vaak nog te abstract. Ze kunnen niet goed inschatten hoelang een kwartiertje duurt. Dus als hun schommeltijd voorbij is, zullen ze alsnog in de weerstand schieten."

“Je kind mag teleurgesteld zijn. Maar uiteindelijk leert het daar ook weer van.”
Lorraine Klinkers, orthopedagoog

Ook wachten is moeilijk. "Erken het gevoel van teleurstelling als je kind op zijn beurt moet wachten", zegt Klinkers. "Je kind mag teleurgesteld zijn. Maar uiteindelijk leert het daar ook weer van: geduld opbrengen, behoeftes van anderen respecteren en omgaan met teleurstellingen. Soms gaat het niet zoals je wil. Daar moet je dan in berusten. Dat is meteen een mooie les voor de toekomst."