Nachtenlang liepen Marloes Munsters (30) en haar man Paul met hun ontroostbare baby Nine door het huis. Maar alles was in orde, vond de huisarts. Het bleek een koemelkallergie, maar dat werd pas laat herkend.

Nine groeide nauwelijks, dronk slecht en had tijdens voedingen krampen. Bovendien sliep ze slecht en huilde ze veel. Pas na drie bezoeken aan de huisarts kon Munsters met Nine in het ziekenhuis terecht. "Ik hoorde de huisarts tegen de kinderarts zeggen dat het goed ging met Nine, maar dat moeder bezorgd is."

Na een bezoek aan de spoedeisende hulp (SEH) bleek Nine verborgen reflux te hebben, waarbij de maaginhoud omhoogkomt, maar niet wordt uitgespuugd. Op advies van de SEH-arts mengde Munsters johannesbroodpitmeel door de voeding van Nine, maar ze bleef achteruitgaan. Ze staarde en werd bleek en mager.

“Op die poli troffen we een megafijne kinderarts, die ons bloedserieus nam. Eindelijk erkenning.”
Marloes Munsters, moeder Nine

Boeddha-baby

Na ruim een maand regelde de consultatiebureauarts een afspraak op de kindergeneeskundepoli. "Door corona viel een controle uit, anders had ze Nine wel eerder gezien. Op die poli troffen we een megafijne kinderarts, die ons bloedserieus nam. Eindelijk erkenning!"

Na eindeloos tobben werd uiteindelijk het laatste redmiddel ingezet: een opname van vier dagen. Onderzoek wees uit wat Munsters al wist: koemelkallergie. Munsters stopte met borstvoeding en Nine kreeg zuivelvrije voeding. "Vanaf de eerste voeding werd zij rustig. De hele tweede nacht in het ziekenhuis sliep zij door. Al na een paar dagen hadden wij onze blozende Boeddha-baby terug."

“Bij meerdere symptomen is het soms lastig te herkennen. Iedere baby drinkt weleens slecht, spuugt of heeft krampjes.”
Joyce Emons, kinderallergoloog Erasmus MC

Meerdere symptomen

In Nederland heeft ongeveer een op de honderd nul- tot tweejarigen een koemelkallergie, zegt Joyce Emons, kinderallergoloog in het Eramus Medisch Centrum. De ene variant geeft duidelijk herkenbare allergiesymptomen binnen twee uur na het drinken van melk: galbulten, zwelling van lippen of oogleden, braken en benauwdheid. De tweede variant geeft vooral klachten die ook voorkomen bij baby's zonder allergie: darmkrampen, oprispingen, spugen, huidklachten, voedselweigering, bloed bij de ontlasting en aanhoudend braken.

"Deze variant wordt soms niet herkend als allergie", weet Emons. "Bij meerdere symptomen is dit lastig. Iedere baby drinkt weleens slecht, spuugt of heeft krampjes. Ouders moeten naar de dokter als ze het niet vertrouwen, bijvoorbeeld bij slechte groei. Zo'n consult is een momentopname en de dokter moet het doen met het verhaal van de ouders. Daarom wordt vaak een dubbelblinde provocatietest gedaan, waarbij op twee verschillende dagen koemelk of een placebo in oplopende dosering wordt gegeven. Een medisch team kijkt vervolgens wat precies de klachten zijn."

Niet-pluisgevoel

"Bij een niet-pluisgevoel van een patiënt ga je als arts rechtop zitten", benadrukt Erik Stolper, huisarts en onderzoeker aan de Medische Faculteit Maastricht. Stolper verwijst naar de recente onderzoekresultaten naar niet-pluisgevoel van artsen en patiënten, door de huisartsenonderzoekgroep van de Medische Faculteit Maastricht en het Haagse Juliana Ziekenhuis, samen met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Uit beide onderzoeken bleken artsen op basis van de informatie van ouders bij diagnosestelling beter te kijken, andere vragen te stellen en breder onderzoek te doen. Voortbouwend op deze bevindingen werken het Juliana Ziekenhuis en het LUMC aan een shortlist van vragen die artsen aan ouders kunnen stellen. Goed idee, vindt Munsters, die het menselijk vindt dat artsen zich weleens vergissen. "In zulke gevallen raad ik ouders aan: geef niet op totdat je weet wat er aan de hand is."