Niet ieder kind gaat graag naar de speeltuin of het trapveldje in de buurt, sommige kinderen spelen zelfs nooit buiten. En dat terwijl bewegen goed is voor de gezondheid én de ontwikkeling van belangrijke vaardigheden. Waar gaat het mis en hoe krijg je je kinderen tóch naar buiten?

Nederlandse kinderen speelden in 2019 gemiddeld 8,4 uur per week buiten. Dat gemiddelde wordt vooral bepaald door de 28 procent die nog méér buiten speelt. Toch zit bijna 60 procent van de kinderen onder dit gemiddelde en speelt zo'n 15 procent zelfs helemaal nooit buiten, blijkt uit een onderzoek van Jantje Beton (pdf).

Ook voldoet zo'n 44 procent van de Nederlandse kinderen van tussen de vier en twaalf jaar niet aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad van dagelijks ten minste zestig minuten bewegen, blijkt uit onderzoek van het CBS in 2019. Dat baart Jorien Slot, bewegingswetenschapper bij het Mulier Instituut, zorgen. Spelen en beweging helpen bij een goede gezondheid, op korte én lange termijn. Daarnaast ontwikkelen kinderen zich door te spelen op cognitief, motorisch, sociaal en creatief niveau. Slot: "We zien al jaren dat kinderen te weinig bewegen. Ook worden de verschillen tussen kinderen steeds groter."

“Als je beweging van jongs af aan stimuleert, zullen ze op latere leeftijd ook meer blijven bewegen en sporten.”
Michiel van Campen, voorzitter branchevereniging Spelen & Bewegen

Dat kinderen steeds minder buiten spelen heeft volgens Slot onder meer te maken met dat een grote groep kinderen minder vrije tijd heeft dan vroeger. Meer ouders zijn gaan werken, waardoor meer kinderen naar de buitenschoolse opvang gaan. Ook hebben kinderen meer verplichtingen, zoals sport- en muziekles.

Veranderingen in de leefomgeving spelen daarnaast een grote rol, zegt Slot. "In de tijd van onze ouders waren er bijvoorbeeld nog niet zoveel auto's. Op sommige plekken is daardoor de weg naar de speeltuin onveiliger geworden." Ouders maken zich zorgen over de veiligheid, maar die zorgen kunnen ook té groot zijn en dan gaat het kinderen belemmeren, stelt de bewegingswetenschapper.

Creëer meer speelmogelijkheden voor kinderen

"Meer mogelijkheden om te spelen zorgt voor meer spelende kinderen in de buurt en dat trekt ook weer andere kinderen aan", zegt Slot. Zolang niet meer kinderen buiten spelen, blijft deze vicieuze cirkel in stand.

Er zouden meer plekken moeten komen waar kinderen buiten kunnen spelen, zegt Michiel van Campen, voorzitter van de branchevereniging Spelen & Bewegen. De belangenvereniging voor bedrijven die speelmogelijkheden creëren, ziet de speelruimtes steeds kleiner worden. "In een nieuwe woonwijk moet voldoende speelruimte en groen zijn. Maar de ontwikkelaar heeft ook belang bij zoveel mogelijk woningen. Daar zit altijd een spanningsveld."

“Maak regels voor de schermtijd, iets wat concurreert met buiten spelen.”
Jorien Slot, bewegingswetenschapper

Bij de buitenschoolse opvang en op scholen is de speelruimte ook vaak nog te klein, zegt Van Campen. "Daar zijn richtlijnen voor, maar die zijn al jaren hetzelfde, terwijl het aantal leerlingen groeit en er dus minder ruimte overblijft." En dat maakt meer bewegen alleen nog maar lastiger. "Bewegen op jonge leeftijd is zo belangrijk. Als je beweging van jongs af aan stimuleert, zullen ze op latere leeftijd ook meer blijven bewegen en sporten."

Slot ziet een oplossing in het stimuleren van meer bewegen door de dag heen. "Laat kinderen meer buiten spelen op de opvang en stuur ze op de fiets naar school." Daarin kunnen ouders het goede voorbeeld geven. "Doe de boodschappen op de fiets, ga zelf veel naar buiten. En maak regels voor de schermtijd, iets wat concurreert met buiten spelen." Wat vooral helpt is als buitenspelen weer meer vanzelfsprekend wordt, zegt Slot. Daar sluit Van Campen zich bij aan: "Met elkaar spelen is zo ontzettend vormend. Dat gun je ieder kind."

Meer lezen over de voordelen van buiten spelen?