Ouders zijn het afgelopen jaar positiever gaan denken over het effect van media op hun jonge kinderen. Daarnaast vinden ouders media in coronatijd vaker geschikt als bezigheid voor hun kinderen. Vooral als ze zelf druk zijn met (thuis)werk, kan een beeldscherm uitkomst bieden.

Dat blijkt uit het jaarlijkse Iene Miene Media-onderzoek in opdracht van het Netwerk Mediawijsheid dat vrijdag is gepubliceerd. Duizend ouders van kinderen in de leeftijd van nul tot zes jaar werden ondervraagd over het mediagebruik van hun kinderen. Zeven op de tien ondervraagde ouders geeft aan dat het mediagebruik het afgelopen jaar veranderde door de coronacrisis. Daarnaast vindt een kwart van de ouders het in deze tijd moeilijker om de beeldschermtijd van hun kinderen te beperken.

Hoewel het afgelopen jaar veel impact had op het mediagebruik en de schermtijd in de eerste lockdown met bijna een uur toenam, zijn ouders positiever gestemd over de invloed van media op de taalontwikkeling en rekenvaardigheid van hun kinderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het leren van begrippen, de Engelse taal en het ontwikkelen van geduld.

"Eerdere jaren is deze ontwikkeling niet zo nadrukkelijk naar voren gekomen uit het onderzoek", zegt onderzoeker Peter Nikken, lector Jeugd en Media aan Hogeschool Windesheim. Overigens maakt hij nog wel een kanttekening bij de resultaten: "Het kan zijn dat ouders op deze manier willen goedpraten dat kinderen in deze periode meer achter een beeldscherm zitten."

“Ik geef ouders vooral mee dat het belangrijk is wát kinderen kijken. Klokhuis of Spongebob heeft heel andere effecten.”
Peter Nikken, lector Jeugd en Media

Verschil tussen Klokhuis en Spongebob

Toch onderschrijft Nikken het gunstige effect van media op de ontwikkeling van kinderen, mits beeldschermen met mate worden gebruikt. "De Wereldgezondheidsorganisatie en kinderartsen zijn heel strikt in hun adviezen. Tot twee jaar mogen beeldschermen eigenlijk helemaal niet aan de orde zijn voor kinderen, tot vijf jaar maximaal een uur op een dag. In de praktijk zien we dat iedereen daarboven zit. Ik geef ouders vooral mee dat het belangrijk is wát kinderen kijken. Klokhuis of Spongebob heeft heel andere effecten", aldus de onderzoeker.

"Uit eerdere onderzoeken blijkt dat Sesamstraat bijvoorbeeld jaren nadien nog bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen: ze denken minder stereotype en doen het beter op school."

Nikken stelt dat - hoe educatief media ook zijn - er ook voldoende tijd moet zijn om buiten te spelen en andere dingen te doen, onder andere om bijziendheid en obesitas te voorkomen. "Door bijvoorbeeld te klauteren in bomen, ontwikkelen kinderen ruimtelijk inzicht en dat helpt later weer bij rekenen." Ouders geven tijdens de onderzoeksperiode - januari 2021 - aan dat hun kinderen gemiddeld zo'n 24 en 25 minuten kijken naar programma's op YouTube (Kids) en op televisie.

Vooral overdag meer media

De toename van het mediagebruik onder kinderen is vooral overdag. Met name tussen de middag is het beeldschermgebruik toegenomen: van 39 procent naar 50 procent. Dan kijken kinderen vaak alleen, zonder begeleiding van ouders.

"Het is een makkelijke manier om de kinderen even bezig te houden als ouders zelf geen tijd hebben. Tegelijkertijd weten we dat de positieve effecten die ouders toeschrijven aan kinderen, vooral plaatsvinden als kinderen samen met hun ouders kijken. Ouders kunnen helpen met uitleggen, dingen benoemen en het zorgt ervoor dat kinderen meer geconcentreerd zijn", aldus Nikken, die ouders adviseert om samen met hun kinderen aan de slag te gaan.

Kinderen keken in de eerste lockdown vaker naar een scherm dan in de tweede lockdown. Het mediagebruik is in januari maar een paar minuten toegenomen ten opzichte van de tijd vóór de coronacrisis. In de eerste lockdown was dat nog bijna een uur. Nikken: "Ouders hebben toch een nieuwe balans gevonden en ook andere activiteiten kunnen ontplooien voor hun kinderen." Kinderen maken voor hun mediagebruik voornamelijk gebruik van televisie en tablets. Bij drie op de tien kinderen is ook in de slaapkamer een apparaat aanwezig.