Kinderen met een handicap hebben zwaar te lijden onder de lockdown. 72 procent van hen is eenzamer dan ooit, komt naar voren uit onderzoek van de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind onder 161 gezinnen waarvan ten minste één kind een beperking heeft.

De coronaproblematiek leidt niet alleen tot een sociaal isolement en een toename van fysieke en mentale klachten bij de kinderen: ook voelt 75 procent van de ouders/verzorgers zich niet voldoende gesteund door instanties om deze tijd door te komen.

Kinderen met een handicap leven vaak al in een sociaal isolement, maar door de lockdown is dit isolement nog groter geworden. Zo komt uit het onderzoek naar voren dat kinderen met een beperking die wel vriendjes in de buurt hebben in coronatijd veel minder afspreken. Ook heeft 47 procent van de kinderen überhaupt geen vriendjes in de buurt, doordat zij niet in de buurt naar school kunnen en daardoor geen andere kinderen ontmoeten.

Waar andere kinderen elkaar nu ontmoeten op speelplekken buiten, is dit voor kinderen met een handicap niet mogelijk, doordat speelplekken in hun buurt voor hen niet toegankelijk zijn. Ze komen bijvoorbeeld niet voorbij het toegangshek, de paden zijn voor hen niet begaanbaar en veel speeltoestellen zijn ongeschikt voor hen.

Ook sporten is lastig

Binnen de huidige coronamaatregelen is het voor kinderen toegestaan om buiten te sporten. Dit is voor kinderen met een beperking meestal ook geen optie, omdat zij vaak extra begeleiding van volwassenen nodig hebben. De aanwezigheid van volwassenen op sportclubs wordt nu tot een minimum beperkt.

Van de kinderen met een beperking die normaliter wel kunnen sporten, doet 58 procent dit nu minder dan voor de coronacrisis. 36 procent van de ondervraagden kan sowieso niet sporten als gevolg van hun beperking en de beperkte hulpmiddelen.