In de sporen van Ard en Atje

Een schaatstoernooi in 1963 was de geboorte van Ard Schenk als schaatsfenomeen. In 1972 won hij zijn laatste wereldtitel als amateur. Hetzelfde jaar won Atje Keulen-Deelstra het WK voor vrouwen. Pas dit weekend heeft Nederland opnieuw zo’n dubbelslag gemaakt met Ireen Wüst en Sven Kramer. Daarom heeft het Sportgeschiedenis Weblog een overzicht gemaakt van het mooie sportjaar 1972. Met foto´s van Guus de Jong, die overal bij was.

Door de dubbele Nederlandse zege op het WK Schaatsen van Sven Kramer en Ireen Wüst herhaalt de geschiedenis van 35 jaar geleden zich. Zowel Ard Schenk als Atje Keulen-Deelstra wonnen in 1972 de Wereldkampioenschappen, die toen overigens niet op dezelfde plaats werden gehouden. Dat nu de Nederlanders zowel het mannen- als het vrouwentoernooi wonnen, is sinds dat jaar niet meer voorgekomen.

In het Polygoon Jaaroverzicht van 1972 werd uitgebreid teruggekeken op de vele Nederlandse sportsuccessen van dat jaar, onder meer op het WK Schaatsen. Philip Bloemendal zei daarin heel plechtig: 'Ook de beste ijsbeentjes werden voorgezet. Een rijke oogst aan edele metalen sierde ranke ledematen en stoere schouders. De hoeveelheid eremetaal die Nederland zich door zijn prestaties wist te verwerven, veroorzaakte bijna een crisis in de eremetaalindustrie.'

Ard Schenk

De heren schaatsten hun toernooi dus in Oslo. Schenk had al de WK's van 1970 en 1971 gewonnen en kon in 1972 dus een driedubbelslag maken. En dat was sinds 1952 niet meer gebeurd, toen de Noor Hjalmar Andersen een vergelijkbare reeks neerzette. Aldus geschiedde, want Schenk was oppermachtig.

Het was meteen zijn laatste wereldtitel bij het amateurschaatsen, omdat Schenk het seizoen erop aan een profloopbaan begon. Die nieuwe competitie zorgde in de internationale schaatswereld voor heel veel deining en tegenstand en daardoor zou het profschaatsen het niet lang volhouden.

Maar Schenk nam afstand van het amateurschaatsen als absoluut heerser: in 1972 werd hij Europees Kampioen, drievoudig Olympisch Kampioen en wereldkampioen. In 1972 was hij ook sportman van het jaar en was daarmee populairder in Nederland dan Johan Cruijff. Een rijke oogst aan edele metalen sierde zijn ranke ledematen en stoere schouders.

Atje Keulen-Deelstra

Atje Keulen-Deelstra won in 1972 haar wereldtitel in Heerenveen. Twee jaar eerder had ze die titel ook al gewonnen, alhoewel de KNSB haar liever niet had op het ijs had gezien. In 1970 was ze namelijk 32 jaar oud en moeder van drie kinderen, zodat de heren van de schaatsbond meenden dat de schaatser te oud was. In 1970 werd ze niet eens opgenomen in de kernploeg, maar dat weerhield haar er niet van toch wereldkampioen te worden! Ze werd dat jaar meteen sportvrouw van het jaar.

De wereldtitel van 1972 was een antwoord op de Olympische Spelen van dat jaar, waar ze geen gouden medaille won, maar één keer zilver en tweemaal brons. Waar het WK van 1972 het einde betekende van het tijdperk-Schenk, begon Keulen-Deelstra dat jaar aan een serie van drie opeenvolgende titels. En dat was sinds 1950 niet meer gebeurd, sinds de drieklapper van de Russin Maria Isakova.

Zowel het vrouwen-WK van 1972 als 1974 was in Heerenveen. Dat maakte de zegereeks van Keulen-Deelstra extra bijzonder, omdat de komst van de kunstijsbaan in Heerenveen in 1966 voor haar de aanleiding was om te beginnen als langebaanschaatster. Ondanks alle tegenwerking van de KNSB legde ze hier dus de basis voor vier wereldtitels, waarvan de helft in deze hal werd gewonnen.

Zo werd Atje Keulen-Deelstra de Nederlandse schaatster met de meeste wereldtitels. De KNSB had het dus totaal verkeerd gezien door haar niet op te nemen in de kernploeg. Uiteindelijk waren die wereldtitels de hoogtepunten in haar loopbaan, die als zestienjarige begon door de Friese kampioenschappen voor meisjes op de korte baan te winnen. En als 42-jarige sloot ze haar actieve loopbaan af als Nederlands kampioene marathonschaatsen.

Een rijke oogst aan edele metalen sierde dus ook haar ranke ledematen en stoere schouders.

Tip de redactie