Johan Cruijff is terug!

Het is woensdag een kwart eeuw geleden dat Johan Cruijff met een weergaloos doelpunt tegen Haarlem zijn comeback op de Nederlandse velden vierde. Drie jaar na zijn verschrikkelijke afscheidswedstrijd tegen Bayern München (0-8, waarvoor de Duitsers zich dit jaar nog verontschuldigden) nam hij alle twijfel weg over zijn terugkeer. De historische Ajax-site De Goeie Ouwe Tijd duikt deze maand heel diep in dit belangrijke moment voor het Nederlandse voetbal.

Het vertrek van Cruijff in 1973 bij Ajax betekende het einde van de eerste Gouden Eeuw voor de Amsterdamse voetbalclub. In 1981 klonken steeds meer stemmen dat de voetballer weer zou terugkeren, maar voorzitter Ton Harmsen zei in november 1981 nog dat hiermee niet al te veel rekening moest worden gehouden. “De kans op de terugkeer van Johan Cruijff is nul.”

En dat was goed nieuws, want als voetbalbestuurders besluiten om iets niet te doen, gebeurt het dus meteen. Vraag maar aan trainers, die zojuist hebben gehoord dat ze niet zullen worden ontslagen. Dan wordt het hoog tijd om een vakantie te boeken in een land waar ze niets van voetbal weten.

Toch moest er nog het een en ander worden geregeld. Was de oude meester met zijn 34 jaren niet te oud geworden? Waar moest hij spelen? En, zoals het hoort: wat kost dit geintje? Er werd uiteindelijk een jaarbedrag afgesproken van naar verluidt een ton aan guldens plus de opbrengsten uit de extra toeschouwersaantallen. Wat dat laatste betreft: er waren bij de thuiswedstrijd tegen Haarlem 12.000 toeschouwers meer komen opdagen dan daarvoor.

Anderhalf uur kippenvel

Op de site van De Goeie Ouwe staat een column over de terugkeer van Cruijff. ‘Het wordt anderhalf uur kippenvel: wanneer heb je dat nog?’ Waarna Mulder briljant opmerkte waarom het zo mooi is om Cruijff te zien voetballen: ‘Dan praat hij namelijk niet over voetbal.’ [cursivering door mij, jRRT]

En toen was het moment waarop alle aanwezigen wachtten: ‘Cruijff verschijnt een minuut over twee in korte broek en naar beneden gerolde kousen. Hij is de laatste Ajacied, maar hij maakt er geen overdreven werk van. In een looppasje ontwijkt hij de enorme toejuichingen meer dan dat hij ze heerlijk over zich heen laat gaan.

Vervolgens begint Cruijff aan een beschamend slechte warming-up. Hij staat daar maar zo'n beetje met de handen op de rug en schopt een enkel balletje naar Vanenburg. Cruijff kijkt niet opvallend in het rond, maar zelfs hij moet zien dat het stadion volloopt. Cruijff deelt in de recette en hij zei na de wedstrijd dat hij niet met dat idee in zijn hoofd naar de tribunes had gekeken.’

Zo’n warming-up zal niet hebben geholpen om de aanvankelijke scepsis weg te nemen, maar dat bleek slechts tijdelijk. Door de ogen van Mulder blikken we nog even terug op die pot: ‘De voetbalwedstrijd is onvergetelijk. Wat een geluk dat er superlatieven bestaan. Vijfentwintigduizend man vallen elkaar in de armen uit puur geluk dit nog te mogen meemaken. Ja, mogen wij ook even ontroerd zijn, zeg?

De lob van Cruijff. Normaalgesproken zou je je onmiddellijk moeten laten vervangen, om niks meer te kunnen verknoeien, maar Cruijff gaat door, inderdaad niet in het minst gehinderd door ook maar één Haarlemspeler. Cruijff geeft een serie passes die ik allemaal het liefst zou afdoen met het Duitse ein Augenweide. Vanenburg inspireert hem zelfs tot kort virtuoos spel, dat hij nooit eerder heeft gespeeld.’

Marco van Basten

Cruijff speelde dat seizoen vijftien competitiewedstrijden en scoorde daarin zeven maal. Hoe dat verliep kun je vanaf nu maandelijks volgen via De Goeie Ouwe Tijd.

In hetzelfde seizoen trouwens, op 3 april 1982, was er nog een debuut van een nieuw talentje: Marco van Basten. Als invaller betrad hij het veld. Wiens plaats hij toen innam? Ach, de geschiedenis is zo grappig: die van Cruijff…

Sportredacties aller landen! Schrijf die datum onmiddellijk op in jullie agenda om medio april 2007 een mooi stuk te maken over een kwarteeuw Marco van Basten. Zal ik ook doen, trouwens.

Tip de redactie