Twee weken geleden was ik het openlijk oneens over het gezeur dat Rintje Ritsma eens moet stoppen. Met name columnist Ton Broekhuisen van de Metro had mijn toorn opgeroepen en omdat ik nogal last heb van een eigen mening schreef ik dat vrij direct op. Niet veel later kreeg mijn collega een schofterige en ronduit bedreigende mail. Ten aanval!

Natuurlijk was Ton Broekhuisen niet te spreken over mijn onaardige stukje en dat begrijp ik heel goed. In de afgelopen weken hebben we een korte mailwisseling hierover gehad en dat is een zaak tussen twee columnisten, waar we anderen niet mee hoeven lastig te vallen.

Tsja, soms stuift het nogal in de kleine wereldjes van de columnisten, die bij gebrek aan echte inspiratie elkaar maar weer eens lastigvallen. Maar dat we het op een punt met elkaar oneens zijn, wil nog niet zeggen dat ik geen respect heb voor zijn werk. Ik beschouwde de zaak daarom als afgedaan totdat Broekhuisen mij de mail doorstuurde, waarover het nu gaat.

’Het wordt tijd dat jij eens flink te pakken wordt genomen. Zoals jij omgaat met onze schaatsers is te gek voor woorden. Ik zal mijn best dan ook doen om jou vies te grazen te nemen. Vuile achterlijke lul.’

Deze mail kwam ook bij mij hard aan, waar die aan Broekhuisen was gericht. In de loop der jaren heb ik door mijn dagelijkse stukken op de sportpagina’s van NU.nl een stevige digitale eeltlaag opgebouwd, maar zo iets was mij onbekend. Al helemaal omdat een collega dit overkomt door één van mijn stukken. Ik kan er niets aan doen, maar het zou Broekhuisen niet overkomen zijn als ik hem niet had uitgekozen tot mikpunt van spot en hoon.

Journalisten en webloggers die over voetbal schrijven zijn hieraan helaas al gewend geraakt net als ik. Zo publiceerde ik vorige maand een drieluik over de geschiedenis van de Kuip en het Legioen van Feyenoord en ook toen waren enkele reacties van bijzonder laag allooi. En anoniem natuurlijk, want zo zijn die lafbekken wel.

In het openbaar moet ik op mijn bek worden getimmerd, ben ik een smerige k*t-Amsterdammer, een leugenaar, een demagoog, een onruststoker en weet ik nog meer. En waarom? Omdat ik in mijn serie aantoonde dat de Kuip van 1937 tot en met 1997 minder vol heeft gezeten met Feyenoord-supporters dan we altijd dachten, dat dit prachtige stadion ik was er dinsdag nog niet wekelijks tot de nok is gevuld met enthousiaste supporters, die braaf hun Feyenoord toejuichen.

Maar dat geschreeuw raakt me niet. Mijn belangrijkste principe blijft gewoon staan: bij al mijn stukken staat mijn naam en is er de mogelijkheid om direct te reageren. Mijn mailadres is voor iedereen te vinden bij zowel NU.nl als het Weblog over Sportgeschiedenis. Alles gebeurt in het openbaar en niet onder schuilnamen. Wie wel zo werkt, is in mijn ogen een lafaard en durft geen verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar standpunten. En of ik het nu wel of niet eens ben met Broekhuisen: hij neemt ook de verantwoordelijkheid voor zijn stukken in de Metro. Daarvoor heb ik respect en niet voor iemand, die in een verloren minuut een journalist beledigt en zelfs bedreigt.

Dat dit nu gebeurt in de schaatswereld... Je zou bijna denken dat we het tijdperk van de schaatshooligans hebben betreden. Ach, zo’n vaart loopt het nu ook weer niet, maar haal het niet meer in je hoofd om mij of een van mijn collega’s te bedreigen omdat je net een ander standpunt inneemt of gewoon dronken achter het scherm zit.

En anders stuur je je bagger maar naar jurryt@xs4all.nl. Inderdaad: dat is mijn mailadres en niet die van mijn gewaardeerde collega Ton Broekhuisen, met wie ik het een keertje per ongeluk niet eens ben geweest.