Te midden der kampioenen

Zeg nooit tegen baanrenner Theo Bos dat het boek Te midden der kampioenen nergens over gaat, want dan wordt hij boos. En terecht, want dit werk van Joris van den Bergh over baanrenner Piet Moeskops is prachtig! We lezen bijvoorbeeld over de massale huldigingen in Den Haag begin jaren twintig, toen Moeskops wereldkampioen was. Knorrig als radiobioloog Midas Dekkers werd daarna gemopperd over de aandacht voor sporters, die wetenschappers niet kregen. Want druk dat het was in Den Haag, blijkt uit de filmopnames van die dag. Zijn die er dan nog? Jazeker, en wij hebben die, net als van het NK Baanrennen in Rijswijk in 1922. Kijken?

Joris van den Bergh heeft twee boeken geschreven, die worden gerekend tot het allerbeste wat de Nederlandse sportjournalistiek ooit heeft opgeleverd. Te Midden der Kampioenen is er een van en gaat over het leven van de Haagse baanrenner Piet Moeskops, die in de jaren twintig van de vorige eeuw alleenheerser was in zijn sport. In zijn prijzenkast stonden vijf wereldtitels en alle andere grote internationale prijzen.

Moeskops onderscheidde zich van zijn tegenstanders door zich uiterst nauwgezet voor te bereiden. Niet alleen door het oppompen van zijn bandjes en door ervoor te zorgen dat zijn conditie in orde was, maar vooral door zijn volgende tegenstander uitvoerig te bestuderen. Moeskops kon een wedstrijd lezen als niemand anders.

In 1921 won hij zijn eerste wereldtitel, waarna de baanrenner uitbundig werd gehuldigd in Den Haag. Van den Bergh schreef: ‘Er werd een stoet van auto’s geformeerd en voorafgegaan door een muziekkorps en omringd door bereden politie, werd hij door Den Haag gereden, une entrée triomphale.’

En waar Joris van den Bergh ophield, gaan wij verder.

Op de Polygoon-beelden uit 1921 kijken we namelijk naar Moeskops, die uit het treinraam hangt, die tussen zijn supporters staat, op wie wordt gewacht, die in een auto zit, en om wie een groot feest is.

Midas Dekker goes jaren twintig

Miljaar! Schande! Vanwaar al deze positieve belangstelling voor lieden, die louter door brute lichamelijke inspanning zichzelf weten te onderscheiden van diegenen, die onderdeel zijn van de grauwe massa der ongeletterden? Nee, beste lezer, het geleerdere deel onzer natie keek vol afgunst toe hoe de wielerheld op schouders werd getild en in euforische triomf door het Haagse werd gesleept. Waarom wel die uitbundigheid voor sporters en niet voor wetenschappers?

Alsof Midas Dekkers al in 1921 zijn voorpublicatie van zijn laatste boek uitbracht.

Zo stond het in de krant: ‘Men juichte een hardfietser toe, maar de Nederlandse geleerden moesten het zonder bijval stellen.’

En het jaar erop gebeurde dat weer, werden onze geleerde heren wederom opgeschrikt door gedruis op straat van de ongeletterden, de hordes, de grauwe massa, de vijfde tot en met de tiende colonne. Want onze Piet werd weer wereldkampioen! En weer werd hij feestelijk door Den Haag gereden!

Weer was Polygoon erbij. Wat zien we op die beelden, mijnheer?

Wederom een hoop kerels, die zich verzamelen rond de auto van Moeskops om blij te zijn. Want net als de eerste keer is er geen vrouw te zien. Die vonden in 1921 en 1922 baanrennen blijkbaar niet leuk genoeg en lazen liever een reportage over voetbalvrouwen in de Margriet.

De dag erop doopten de voorlopers van Midas Dekkers wederom hun pen in het azijn, maar toen had Joris van den Bergh genoeg van dat cynisme. ‘We hebben kennis genomen van tal van spottende, spijtige en sarcastische opmerkingen over huldiging, welke succesvolle sportsmen is ten deel gevallen.’

De sportjournalist bekende zich breder te oriënteren dan alleen op zijn vakgebied. Hij volgde bijvoorbeeld lezingen over de relativiteitstheorie van Albert Einstein. ‘Welnu, wij verklaren met de hand op het hart, dat, wanneer het publiek, de menigte, Einstein zou gaan huldigen, zulks een weerzinwekkende aanstellerij zou zijn.’

Want, zo redeneerde Van den Bergh: ‘Men huldigt niet, waar men niet bij kan en dat is maar goed ook. (…) Verrichtingen nu als die van Moeskops spreken tot de menigte, en voor een huldiging van deze, op zijn gebied, zeer bijzondere man, bestaat o.i. niet alleen alle aanleiding, maar zulk een huldiging heeft ook een gezonde aard.’ [Cursivering door Van den Bergh]

‘Als wij Moeskops toejuichen, juichen wij mede toe, hetgeen wij onze kinderen toe bidden: een kerngezond, athletisch lichaam, een sterk zenuwgestel en een grote mate van energie.’

Zo! Dat zal die geleerde hordes leren. Wanneer kunnen we Theo Bos weer eens huldigen, omdat hij zulke goede boeken leest?

Tip de redactie