Max Dohle heeft de Canon van het Schaatsen geschreven. Daarin schaatst hij van 1250 naar 2050 op een manier die Al Gore zal aanspreken: ‘De cultuur van het buitenschaatsen is verloren gegaan door de opwarming van de aarde.’ Voor de rest veel bekenden voor liefhebbers: de beste schaatser ooit, Ard Schenk en Shani Davis. En nog veel meer!

De officiële Canon kon me amper boeien, maar iemand die Tonny de Jong opneemt, is mijn held. En ook om inhoudelijke redenen vind ik deze leukerder. Deze geschiedschrijving beperkt zich niet tot alleen Nederland, wat terecht veel kritiek opleverde. Dohle is duidelijk niet in die val getrapt.

Zoals bijvoorbeeld 1917, waarover staat: ‘Oscar Mathisen, de grootste schaatser ooit. Hij voerde 21 jaar de Adelskalender aan. Was vijfvoudig wereldkampioen met alle wereldrecords op zak voordat hij in 1917 professional werd. Er kwamen veel meer mensen naar Mathisen kijken dan naar de amateurs. Mathisen was de eerste grote held van het jonge koninkrijk Noorwegen. Hij reed op zijn 39ste nog wereldrecords (die nooit erkend werden). Zijn wereldrecord op de 1500 meter hield 23 jaar stand. Mathisen leefde volledig voor het schaatsen.’

En Dohle slaagt er ook uitstekend in om de schaatsgeschiedenis breder te begrijpen dan alleen maar een lusteloos rijtje van kampioenen en verliezers. Kijk maar:

‘1575. De humanisten schrijven de eerste schaatspoëzie in Nederland, zij het in hun geliefde Neolatijn. Schaatsen is uitzinnig populair bij de elite van de Leidse Universiteit. Op de afbeelding uit een liber amicorum ziet u schaatsers op het Rapenburg. Dankzij de gedichten van de hooggeleerde humanisten komen we veel te weten over de gebruiken. Zo stonden de dames met twee voeten op één plankje om door de heren over het ijs geduwd te worden.’

Kijk! Dat is leuk. En mensen, die zoeken naar spanning, gaan naar het jaar 1256. ‘Graaf Willem II, koning van het Heilige Roomse Rijk, werd in 1256 door West-Friese struikrovers bij Hoogwoud dood geknuppeld toen hij met paard en al door het ijs was gezakt. Hij was met zijn Nederlands-Duitse leger onderweg om belasting op te halen bij de opstandige West-Friezen. Een deel van het leger ging samen met Willem over het ijs, Willem als enige te paard. Zijn leger ging op schaatsen lijkt het, want de geschiedschrijver Van Velthem zegt over de Duisters: syne conden ten yse niet wel. De Duitsers waren dus in tegenstelling tot de Nederlanders niet echt vaardig op het ijs. Het lijkt er daarom op dat de soldaten op schaatsen reden. Voor het lopen op het ijs is immers weinig oefening nodig.’

Maar het loopt wel treurig af… In het jaar 2050 is de aarde zo opgewarmd dat het schaatsen alleen nog maar indoor kan. Schande! Wat vindt Wouter Bos hiervan?