In 1928 waren in Amsterdam de Olympische Spelen. Niet alleen door de sport zelf onthouden we dit evenement. Het parkeerbord bijvoorbeeld is in Amsterdam uitgevonden - het blauwe bord met de letter P. Verder werd in de Marathontoren het eerste olympische vuur uit de geschiedenis ontstoken. En nu kom ik erachter dat tijdens die Spelen massaal fototoestellen in beslag werden genomen, omdat er een fotoverbod was afgekondigd. Het had te maken met verkochte rechten, die door buitenlandse journalisten werd ontdoken. Ach, Olympische Spelen en het grote geld: zowel in 1928 als 2008 zorgt het voor ruzie.

Fons Kemper stuurde me recent een scan uit het tijdschrift Revue der Sporten van 17 september 1928. Tussen de advertenties in staat een artikel met de dreigende kop: De razzia op fototoestellen. De correspondent seinde: ‘Enorm veel fototoestellen, die “binnengesmokkeld” waren, zijn tijdens den loop der Spelen (…) in beslag genomen en het totaal bedroeg ongeveer 2.000. Drie kamers vol waren er mee gevuld!’

Gedonder om de rechten was de oorzaak van deze censuurdrift. De fotorechten waren verkocht aan het Algemeen Fotobureau, speciaal hiervoor opgericht, maar zoals altijd waren er journalisten, die deze afspraak probeerden te ontduiken. Geen genade, seinde onze correspondent.

‘Om die overtreders (…) te snappen, had men ’n volledige spionnagedienst georganiseerd.’ Bij de ingang werd gecontroleerd wat mensen in tassen en jassen hadden verstopt. En er was een speciaal mannetje ingehuurd, met een bijzonder interessante opdracht: hij lag urenlang op het midden van het veld wat om zich heen te gluren met een verrekijker.

‘Boven stond een anders speurder en deze ontving van den man beneden teekens, die beduidden: meer naar beneden, meer naar boven, naar links, naar rechts, nog iets, nog iets, ja, pak ‘m! En zoo vielen de slachtoffers.’

Niet alleen vermomde sportjournalisten werden in de kraag gepikt. Zelfs sporters, die meededen aan de Olympische Spelen, kregen geen toestemming foto’s te maken. Ook hun toestel belandde in een van de drie kamers. Na de Spelen mochten ze dit weer komen ophalen, mits ze nog in Nederland waren.

Tweeduizend toestellen werden zo dus in beslag genomen, wat voor die tijd een enorm aantal moet zijn geweest. Hoeveel er nooit meer zijn opgehaald, weten we helaas niet.

De filmrechten

Behalve over de fotorechten liepen de emoties ook hoog op over de filmregistratie van de Spelen van 1928. Nederlandse filmmakers verheugden zich enorm op de Spelen, tot het moment dat de rechten werden verkocht aan het Italiaanse bedrijf Luce. Niet Nederlanders, maar deze Italianen zouden een olympische film gaan maken. Onderhandelingen tussen het Nederlands Olympisch Comité en de Bioscoopbond waren namelijk mislukt

De Bioscoopbond was furieus en deed de nog te maken film in de ban. Ook beloofde ze plechtig elk filmhuis uit te sluiten dat het lef had de olympische film te vertonen. Daarom is de productie van Luce nooit in de Nederlandse bioscopen geweest.