Mister Apartheid, Pieter Willem Botha, is afgelopen week overleden. Het maakte herinneringen in me wakker uit mijn onwettige verleden in de actiewereld. Op een bijeenkomst van actiegroep Shell uit Zuid-Afrika vertelde het huidige Kamerlid Wijnand Duyvendak ons dat we het Shell-laboratorium moesten blokkeren. In die tijd bestond nog de sportboycot tegen Zuid-Afrika, die echter ook dubieuze belangen diende. En in Nederland woedt al sinds 1978 een debat over wel of niet een sportboycot. Foto’s erbij van Freek de Jonge als actievoerder?

In 1978, het eerste jaar van Botha als Zuid-Afrikaans president, woedde in Nederland een hoogoplopende discussie over het nut van het ontlopen van sportevenementen in dictatoriale landen. In dat jaar was in Argentinië het WK Voetbal, wat veel verzet opriep vanwege het regime in het Zuid-Amerikaanse land. Vooral Freek de Jonge en Bram Vermeulen roerden zich in dit debat.

Twee jaar later waren in Moskou de Olympische Spelen, waaraan Nederland wél en veel andere westerse landen niet deelnamen uit protest tegen de Russische inval in Afghanistan in 1979. Verder speelden de dameshockeyers in Argentinië en zaten in het dictatoriale Chili Nederlandse rolhockeyers. En dan was er natuurlijk het probleem Zuid-Afrika en apartheid.

Het was voor de Nederlandse politiek en sport dus urgent om te komen tot algemene regels voor een eventuele sportboycot. Want gelden voor voetballers dezelfde regels als tafeltennissers? Wat voor sancties moeten er komen als een sporter een boycot omzeilt? Zijn linkse dictaturen net zo fout als rechtse regimes? Deze discussies woede volop.

“Je kunt niet alles boycotten”, zei Ed van Thijn van de PvdA hierover in 1981.“Daarbij geldt niet alleen hoe slecht is het land, maar ook: hoe belangrijk is de sport. Uit dat gezichtspunt zijn er maar enkele items interessant om mee te werken. Dat zijn de Olympische Spelen, het wereldkampioenschap voetbal en – als Frankrijk een dictatuur zou zijn – de Tour de France.”

Maar als dat zo is, kwam meteen de vraag op waarom de PvdA kon toestaan dat de Nederlandse Olympiërs gewoon naar Moskou mochten, naar de Olympische Spelen. Is een communistische dictatuur voor de sociaal-democratie minder erg dan wat er gebeurde in het rechtse Argentinië of Chili? Wel zeuren over het WK Voetbal van 1978 en opeens niet meer bij de Spelen.

Van Thijn erkende dat zijn partij zich in 1980 inderdaad harder had moeten opstellen. “Als PvdA hebben wij naar mijn gevoel de inval in Afghanistan onderschat.”

Jan-Dirk Blaauw van de VVD legde de bal vooral bij de sportbonden, die zelf het initiatief moesten nemen. “Ik kan mij voorstellen dat daar (bij de sportbonden, jRRT) gezegd wordt: Politiek? Aan m’n neus. Wij laten ons niet meer gebruiken voor allerlei manifestaties om aan bepaalde evenementen niet deel te nemen, wanneer het ruim van tevoren bekend had kunnen zijn.

Het was dus niet zozeer een probleem van de politiek, maar vooral van de sportbonden zelf. En als de politiek er wel een zaak van wilde maken, moest het op zijn minst ruim van te voren op de agenda worden geplaatst en niet vlak voor zo’n evenement.

Hans de Boer van het CDA zocht het vooral in de financiële druk. Hij stelde de miljoenensubsidies voor de sport ter discussie. “Aan de ene kant vragen en aan de andere kant maar onbelemmerd je eigen gang gaan? Vrijheid in optima forma? Dat vind ik van een huichelachtigheid.”

Heulen met de dictatuur in Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie of elders moest je vooral zelf weten, maar het kon een duur grapje worden voor de bonden.

Nu we bovenstaande standpunten hebben gezien, merken we op dat ze het dus niet wisten. En nog steeds niet, want er is nooit een duidelijk handvest opgesteld voor een sportboycot. Om de zoveel tijd hebben we daarom een politicus, die maar weer eens voorstelt om ergens niet heen te gaan. VVD-er Hans van Baalen, die vanuit het niets riep dat Iran niet naar het WK Voetbal mocht afgelopen zomer. Of Jan Pronk vlak voor de oefenwedstrijd Nederland - Nigeria in 1998. Hij zei toen dat er niet gespeeld mocht worden tegen een team uit een dictatoriaal land. Maar een visie waarom is op zo’n moment dan net iets te veel gevraagd.

Oeki Hoekema

Tot zover de politiek. We eindigen dit verhaal met Oeki Hoekema, die tijdens de discussies over het WK in Argentinië voetbalde in Den Haag. Hij was een handtekeningenactie tegen Nederlandse deelname gestart onder zijn collega’s in het betaalde voetbal. Zelf weigerde hij principieel te spelen tegen teams uit een links of rechts dictatoriaal land. Daarvoor eiste hij zelfs een clausule in zijn contract. “Een nieuw contract zal ik niet tekenen als er geen uitzonderingsclausule in voorkomt. Ik heb een principiële opvatting en die is voor geld niet te koop.”

Geen enkele club ging hierop in.