Gisteren hebben we kennisgemaakt met Gerald de staafgooier. In 1989 gooide hij tijdens Ajax – Austria Wien een staaf tegen de keeper van de Oostenrijkers, wat Ajax een jaar Europese schorsing opleverde. Tegen Hans Janssen van De Ajacied zei hij hierover: “Of ik me schuldig heb gevoeld? Jawel, maar dat heeft niet lang geduurd.” Vandaag deel twee: “Of ik nooit heb gedacht dat ik me niet meer bij Ajax zou durven vertonen? Jawel, maar de wil, de druk van binnen die ik voelde om de club te blijven volgen was toch groter.”

Het bericht maandag over Gerald De Staafgooier heeft de nodige reacties veroorzaakt. Van radicaal afkeurend tot begrijpend: alles zit er bij. Maar zoals hij zelf zegt: “Ze mogen allemaal schrijven wat ze willen. Ik weet wie ik ben en wat er gebeurd is en waarom.” Vandaag gaat het gesprek van Hans Janssen verder.

Hij heeft in ieder geval weer een seizoenskaart: “Eerlijk gezegd had ik er wel rekening mee gehouden dat de club me die niet meer zou willen verstrekken.” En hij snapt razend goed dat de relatie met Ajax soms wat lastig is:

“Kijk, tussen Ajax en Vak F zal altijd een haat-liefdeverhouding blijven bestaan. Maar bedenk wel dat beide partijen zonder elkaar nergens zijn. Dat wij af en toe wat rottigheid uithalen, dat is puur uit machteloosheid. Omdat er niet naar ons wordt geluisterd. Wat mij betreft mogen spelers of andere mensen van de club hun gezicht wel eens vaker laten zien in ons vak.”

Gerald vertelt verder over zijn kennismaking met hooliganism. Het was meteen tijdens zijn eerste bezoek aan een wedstrijd, bij Ajax – Feyenoord in 1983 (8-2 tegen het Feyenoord van Cruijff): “Supporters van Feyenoord begonnen op een bepaald moment allerlei dingen te gooien.”

Hij liet zich daar niet door afschrikken en keerde steeds meer terug naar De Meer: “Eerst stiekem, via allerlei sluiproutes, maar ik heb ook wel eens bovenop een hek gezeten en sprong er dan af toen de politie even niet oplette. Ik vroeg me in het begin wel af waarom agenten nooit moeite deden me in de kraag te vatten. Later kwam ik er achter dat ze niet achter me aan zijn gegaan, omdat ik al snel een plaatsje had gevonden in de buurt van vak F. Als je je als agent in dat vak begaf, dan was het over, zo werd me eens uitgelegd.”

Het complete gesprek staat hier.