De schoenen van een halfgod

Wat voor een schoenmaat heeft een Griekse halfgod eigenlijk? Dat is nou echt een vraag voor in het weekend en al helemaal nu in Amsterdam een lezingencyclus is over Sport in de Oudheid. Daarvoor moeten we naar Olympia, van het olympisch vuur dus, om uit te rekenen. Met behulp van Hoge Literatuur kunnen we dat bepalen. Men neme een stadion…

In deel 14 van de avonturen van Asterix de Galliër belandt de complete mannelijke bevolking van het Gallische Dorp in Olympia om mee te doen aan de Olympische Spelen. Dat de Romeinen uiteindelijk de sok zijn, spreekt voor zich. Deze sporthistoricus las het gretig nadat hij voor zijn onderzoek in zijn verzameling stripalbums was gedoken.

Jaja, welkom in de hel, die sportgeschiedenis heet. Wat je allemaal niet moet doen om informatie te krijgen.

Het meest verrassende aan het verhaal is de rekensom van de auteurs Goscinny en Uderzo, waarin ze bepalen welke schoenmaat de halfgod Heracles had.

Heracles was zoon van de Griekse oppergod Zeus en Alkmene. De omvang van zijn voet was de basis van het stadion in Olympia. In een beschrijving leggen de auteurs van Asterix uit hoe dit oord eruit zag.

‘Olympia! Het heerlijke Olympia met haar Zeustempel, en het schitterende beeld van de oppergod door Phidias, een onovertroffen kunstwerk. Daar zetelen in ’t Hellanodikeon de tien Hellanodikes die belast zijn met de organisatie van de Spelen; ze zijn gekozen door de magistraten van Elis, die Prytanen heten en in het Prytaneion zetelen. En tenslotte het stadion met een piste van 192 meter en 27 centimeter oftewel 600 keer de lengte van Heracles’ voet.’

En nu komt het:

‘Welk gegeven ons in staat stelt te berekenen, dat de halfgod maat 46 van schoen had.’

Bij deze plaats ik Asterix op de leeslijst voor sporthistorici in opleiding.

Tip de redactie