Nieuwe serie! Na de eerste olympische fakkeltocht van zeventig jaar geleden is 1 augustus de dag dat precies zeventig jaar geleden in Berlijn de beruchte Olympische Spelen begonnen, die werden gekaapt door de nationaal-socialisten. Speerwerper Jaap van der Poll was hierbij aanwezig en vond de openingsceremonie verschrikkelijk. “Ik dacht: Hoe komt het toch dat al die mensen in het stadion allemaal zo eensgezind die Hitlergroet brengen?” Foto´s erbij?

Zowel in 2004 als 2005 heb ik het geluk gehad een lang gesprek te voeren met Van der Poll, Nederlands kampioen speerwerpen in 1936 en Javaans kampioen in 1938. Zeventig jaar later kan hij alles nog haarfijn navertellen over de Spelen van 1936, de Spelen van Hitler.

“Ik was pupil van Jan Blankers, de hoofdcoach en de latere man van Fanny Blankers-Koen. Ik zat in de groep van Blankers met de grote sprinters van die tijd: Tinus Osendarp, Chris Berger en Wil van Beveren. Ikzelf was een redelijk goede sprinter. Mijn beste tijd op de honderd meter was 11,8. Dat was in die tijd niet zo slecht. In het jaar erop, in 1935, werd het werpen echt serieus. Aan het begin van het seizoen begon ik over de zestig meter te gooien. Dat was internationaal goed voor de subtop. De goede werpers kwamen tot 72 meter. En dan had je weer de Finnen, die daar bovenuit schoten.

“Ik heb dat jaar meegedaan aan de Open Engelse kampioenschappen in Wembley in Londen. Ik kwam tot 63 meter. Dat waren mijn eerste internationale kampioenschappen. In datzelfde jaar gooide ik ook het nationale record in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Van de bond kreeg ik vervolgens een brief dat ik opgenomen was in de olympische ploeg.

“Ja, natuurlijk, het was min of meer bekend wat er in Hitler-Duitsland gebeurde. Er was veel discussie binnen de ploeg of we wel of niet moesten gaan. Hinkstapspringer Wim Peters, sprintster Tollien Schuurman, bokser Ben Bril en keeper Leo Halle zagen af van deelname. Ik heb het ook overwogen, maar ik wilde zo graag en de olympische slogan Sport Verbroedert deed mij besluiten toch te gaan.

“We gingen met de trein naar Berlijn. Eerst gewoon met de tram naar het station. Het was de eerste keer dat ik naar Duitsland ging. Het Olympisch Dorp was prachtig aangelegd. Kleine huisjes, waar je ingekwartierd was. Met daartussen prachtige gazons met mooie bomen. Het was een paradijsje. Ik heb daar Jesse Owens, de grote sprinter, vaak zien lopen. Wat een elegante man, en wat een atleet natuurlijk. De andere sporters vond ik goden en godinnen, die in hun olympische kleding rondslenterde den. Ik voelde me er klein en onbeduidend bij.

”De openingsceremonie was een hele gebeurtenis. Ja, we hebben Hitler gegroet, maar niet met de olympische groet, die toch veel op de Hitlergroet leek. Dat was onderling gezegd: dát doen we niet. We zijn géén racisten. Als laatste kwamen de Duitsers binnen en dat heb ik als zeer bedreigend ervaren, al die mensen die massaal Sieg Heil! riepen. Die eenheid, het was net een groot beest. Ik dacht ook: Hoe komt het toch dat al die mensen in het stadion allemaal zo eensgezind die Hitlergroet brengen? Er moeten toch zeker wel tienduizend mensen zijn, die dat liever niet hadden gedaan? Het bestaat gewoonweg niet, zo'n eensgezindheid. Die is van buitenaf opgelegd.

“Als twee Duitsers elkaar in het Olympisch Dorp tegenkwamen dan sloegen ze met de hakken tegen elkaar en brachten ze de Hitler-groet. Vonden we belachelijk! Allemaal!

“We waren vrij om de stad in te gaan, maar dat heb ik heel weinig gedaan. Ik was te veel met mijn sport bezig. Maar ik had de ongelukkige omstandigheid dat ik last van een niersteen had. Ik had aanvallen, pijn aan mijn buik. Het irriteerde, want ik had vaak het gevoel dat ik moest plassen. Ik moest altijd weten waar het dichtstbijzijnde toilet was en dat leidde af. Het zijn details, hoor, maar daardoor kon ik me niet goed concentreren, was ik niet in topvorm.

“Iemand bracht mij een Duitse krant met een voorbeschouwing over het speerwerpen. Er werd een aantal kandidaten genoemd met medaillekansen en daar werd ik ook nog genoemd. Als een outsider, die nog wel ver zou komen. Maar de finale viel tegen. Ik had te veel last van dat niersteentje en moest halverwege de wc opzoeken. Het was alleen maar de aandrang, maar het was wel vervelend. Tokio, dacht ik, dan probeer ik het in 1940, in Tokio, opnieuw, dan ben ik nog pas 26 jaar oud.”

Aldus Van der Poll. Die Spelen van 1940 in Tokio werden afgelast wegens de Tweede Wereldoorlog, dus het zouden voor hem de enige Spelen worden. Wel kwam hij alsnog in Japan terecht, maar dan als dwangarbeider.