Drie WK’s zijn beïnvloed door een vliegramp: 1950, 1958 en 1994. Twee keer werd een clubteam zwaar getroffen, en daardoor ook het nationale voetbal. Eén keer werd een compleet nationaal elftal gedood bij een crash.

Italië begon verminkt aan het WK van 1950, omdat een groot aantal spelers was verongelukt tijdens een vliegtuigongeluk op 4 mei 1949. Die dag keerde het legendarische team van Torino terug uit Portugal na een vriendschappelijke wedstrijd. 31 Inzittenden werden gedood, onder wie achttien spelers. En daar zaten weer acht internationals tussen, onder wie de nationale aanvoerder. Italië was er nog wel bij in 1950 op het WK in Brazilië, maar de verwachtingen waren natuurlijk laag na die verschrikkelijke ramp. Het speelde twee wedstrijden, won en verloor één maal en keerde naar huis.

Het zou helaas meer voorkomen dat een vliegtuigongeluk een WK-deelnemer trof. In 1958 in Zweden deed Engeland mee, net als Wales, Schotland en Noord-Ierland. Vlak voor aanvang was het toestel van Manchester United gecrashed: 22 doden, onder wie zeven spelers. Het Engelse team was net als Italië acht jaar eerder zijn aanvoerder kwijtgeraakt en nog enkele andere sleutelspelers. Toch speelde Engeland drie keer gelijk en verloor pas in een beslissingswedstrijd tegen de Sovjet-Unie.

Ook het WK van 1994 werd beïnvloed door een vliegramp. Een jaar daarvoor was het complete team van Zambia gedood bij een crash. Alleen Kalusha, ook nog bekend van PSV, overleefde, omdat hij nog in Nederland was. Het team was onderweg naar een WK-kwalificatiewedstrijd tegen Senegal toen deze ramp het internationale voetbal trof. Het zou Zambia vanzelfsprekend niet meer lukken om dit WK in de Verenigde Staten nog te halen.

Tot slot was er natuurlijk nog de SLM-ramp in 1989, waar een groot aantal Surinaamse voetballers omkwam. We zullen nooit weten hoe dat het Nederlands Elftal heeft beïnvloed daarna, maar dat maakt deze drama’s er natuurlijk niet minder om.