Het boekje Oranje Lukraak van Simon, Floris en Martin Brester staat vol nutteloze voetbalfeiten en dus verschrikkelijk leuk. Er staat ook een lijst in van de kleinste Oranje-international ooit: Manus Vrauwdeunt van Feyenoord. Eén na kleinste is Frank Wels, die in 1934 aanzet gaf tot de beroemdste kopbal van het Nederlandse voetbal. De Brester-broers hebben één leukigheid over het hoofd gezien: Vrauwdeunt en Wels speelden in 1937 nota bene samen in één interland. Foto’s erbij?

We beginnen met Oranje-dreumes Nummer Eén. Dat was Manus Vrauwdeunt van Feyenoord. Slechts 1,59 meter hoog was er nooit een speler van het Nederlands Elftal zo klein als hij. Vrauwdeunt speelde maar één interland: op 7 maart 1937 deed hij mee tegen Zwisterland, scoorde ook, en won met 2-1. De andere goal was van Bepb Bakhuys. Eén wedstrijd van Vrauwdeunt, één doelpunt – toch een opvallende score naast zijn lengte.

En dan Nummer Twee in de rij van de Oranje-dreumessen: Frank Wels van Unitas uit Gorinchem. Hij was maar 1,63 meter, en dus vier centimter langer dan generatiegenoot Vrauwdeunt. Wels speelde 36 interlands en zou vijf keer scoren. Het grappige is dus dat één van zijn interlands in 1937 was, tegen Zwitserland.

Zou de gemiddelde lengte van dat Oranje-elftal de laagste ooit zijn geweest? Daarover bestaan helaas geen cijfers, of ik ken ze niet. Wat ik wel ken is de foto van Nederland vlak voor aanvang van die wedstrijd. Alle spelers staan mooi op een rijtje van groot naar klein, en helemaal aan het einde aanvoerder Puck van Heel. Op het oog is keeper Leo Halle uit Deventer de grootste, maar opvallend veel met Vrauwdeunt en Wels scheelt het niet. Het zou dus kunnen dat op 7 maart 1937 het kleinste Oranje ooit de grasmat heeft betreden.

De gebroeders Brester hebben helaas geen lijst met langste Oranje-spelers ooit, maar die zullen tegen Zwitserland niet hebben meegedaan. Trouwens: als u dit boekje nog niet heeft, raad ik u aan die snel te kopen. Leuk!