Oud-Olympiër en schaatser Ben Blaisse is zondag op 94-jarige leeftijd overleden. In 1936 deed hij mee aan de Olympische Winterspelen. Ook was hij familie van roeier Steven, die in 1964 olympisch zilver won. Dat schrijft schaatshistoricus en loglega Marnix Koolhaas op het Weblog over Sportgeschiedenis. Er zijn nu nog twee Nederlandse deelnemers van 1936 in leven. Foto’s erbij?

Zondag 30 april overleed de op 8 mei 1911 geboren Berndt Stephan Blaisse in een verzorgingstehuis in Den Haag. In 1936 was Blaisse één van de acht Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen in Garnisch Partenkirchen: de Spelen waarin het nazi-regime proefdraaide voor de grote propagandastunt in Berlijn.

Hij groeide op in Amsterdam als zoon van een huisarts. Net als zijn vader roeide hij veel. In 1922 leerde hij schaatsen op de ijsbaan van de Amsterdamsche IJsclub op het Museumplein. Hij leerde de sport van niemand minder dan Jaap Eden, de legendarische Nederlandse schaatser

Met broer Huib en neef Piet deed Ben in 1928 voor het eerst aan een wedstrijd mee. Bij het Brabants kampioenschap in Tilburg werd hij zesde. In de strenge winter van 1928/29 deden de broers in Groningen mee aan het nationale kampioenschap en werden tiende en dertiende. Als jonge talenten mochten de broers een jaar later –op eigen kosten!- met de kernploeg mee naar Davos.

In 1932 debuteerde hij –opnieuw in Davos- op het Europees kampioenschap. Op de 500 meter –zijn beste afstand- kwam hij ten val en eindigde op de overige afstanden in de achterhoede. In 1933 behaalde Blaisse zijn beste prestatie bij een Nederland kampioenschap. In Heerenveen werd hij achter Dolf van der Scheer, Lou Dijkstra (de vader van Sjoukje) en Jan Langedijk vierde.

De Winterspelen van 1936

Pas in 1936 ging Ben Blaisse zich weer wat actiever op het schaatsen toeleggen. Tot zijn eigen verrassing werd hij bij selectiewedstrijden in Davos uitverkoren om aan de Winterspelen in Garmisch Partenkirchen mee te doen. Blaisse heeft lang getwijfeld of hij wel aan de politiek beladen Spelen mee zou doen. Uiteindelijk startte hij alleen op de 500 meter. In 46,9 seconde werd hij 27e.

Nog vóór het einde van de Spelen keerde Blaisse naar huis terug. Over de ware reden van die voortijdige terugkeer deed Blaisse op zijn oude dag nog een bekentenis. Tegen Koolhaas zei hij: “Ik heb toen gezegd dat het vanwege mijn studie was, en omdat ik niet zo nodig bij de sluitingsceremonie van Hitler hoefde te zijn. Maar de ware reden was dat ik verliefd was. Na terugkeer heb ik mijn verloofde direct ten huwelijk gevraagd.”

Ben Blaisse studeerde in Amsterdam af als natuurkundige en werd hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Als expert op het gebied van de fysica bij extreem lage temperaturen vergaarde hij internationale roem. Ben Blaisse is zijn hele leven sportief gebleven. Tot op hoge leeftijd roeide en tenniste hij.

De bekende roeier Steven Blaisse was een zoon van Ben’s broer Huib. Deze in 2001 overleden sporter behaalde met Ernst Veenemans in 1964 bij de Zomerspelen in Tokio zilver in de twee zonder stuurman.

Ondanks de hoge leeftijd die Ben Blaisse bereikte was hij niet de laatste overlevende van de Nederlandse ploeg die in 1936 deelnam aan de Winterspelen. Van de acht Nederlandse deelnemers van destijds (vier schaatsers, twee bobsleeërs en een skiër) zijn hardrijder Roelof Koops (96) en de nu 93-jarige skister freule Gratia Schimmelpenninck van der Oye (de eerste Nederlandse vrouw die aan de Winterspelen deelnam, en tevens de dochter van oud-NOC-voorzitter Alphert Schimmelpenninck van der Oye) nog in leven.