Voetbalclub De Enschedese Boys bestaat op deze donderdag precies honderd jaar. En dat betekent feest! Het beste team, dat daar ooit speelde, was in 1962. Zegt Darius Dhlomo, die in 1958 vanuit Zuid-Afrika naar Nederland kwam en ook bij de Boys speelde. Hier een oud interview met deze markante voetballer/ bokser/ muzikant/ acteur/ politicus/ anti-apartheidsactivist, uit 1997 om precies te zijn. Foto’s erbij?

Darius Dhlomo speelde tot 1958 als aanvoerder bij het zwarte Zuid-Afrikaanse team Baumann Ville City Blacks. In dat jaar werd hij bezocht door een bestuurslid van Heracles uit Almelo, dat Dhlomo vroeg naar Nederland te komen. Na aankomst voetbalde de Zuid-Afrikaan in het weekend en bokste hij op maandag. “Heracles vond dat de eerste maanden niet goed, omdat het bang was voor blessures. Ik voelde mij daardoor slecht en het bestuur gaf toen alsnog toestemming. Mijn collega's waren erg verbaasd dat ik bij beide sporten voluit ging, maar dat is bij ons heel gewoon.”

Dhlomo's oude team kwam uit in de zwarte competitie, die gescheiden was van de blanke. “We speelden wel tegen andere niet-blanke groepen, zodat bij ons de integratie al heel vroeg begon. We ontwikkelden een eigen manier van voetballen, die verschilde van de blanken. Hun systeem was Engels, maar dat vonden wij niets, veel te voorspelbaar en statisch. Wij zochten onze manier en daarvoor hadden wij de blanken niet nodig. Eigenlijk waren ze door het apartheidssysteem hun eigen gevangenen, omdat ze nooit hun wereld verlieten en daarom waren wij de betere voetballers.”

“Wij leerden het op straat”, licht Dhlomo toe. “Het was overleven voor ons en een goede manier voor afleiding van de apartheid. Wij speelden zonder coach en leerden daardoor zelf een wedstrijd te lezen, zoals Pelé dat kon. Niet dat Brazilië ons voorbeeld was, want wij waren goed genoeg om ons eigen voorbeeld te zijn. Brazilië wereldkampioen? Dat was leuk, maar wat zij deden konden wij al.”

Dhlomo is los: “Je moet een kind niet lastig vallen met systemen en tactieken, maar hem het plezier geven van het spel. Niet vastbinden, maar geef hem de vrijheid voor het speelse element. Je moet voetballers leren te genieten en om iemand in de luren te leggen. Sport is het misleiden van de tegenstander door creativiteit. Oversystematisering maakt juist robots van voetballers. En daar gaan de blanken de fout in.”

Dhlomo had daarom, net als zijn teamgenoten, geen vaste plaats in het veld. “Ik ben ook een heel goede keeper. Toen ik nog in het doel stond speelde ik ver van de goal af. Vrijheid is heel belangrijk, omdat de tegenstander daardoor niet weet wat je gaat doen. Ik zal het je uitleggen.”

Dhlomo staat op en wil dat ik tegenover hem ga staan. “Jij bent de verdediger en ik kom op je af met de bal. Nu ben ik vlak voor je en ik maak een schijnbeweging naar rechts. Jij volgt mij door je linkerbeen te verplaatsen, maar wat is nu de fout?”

Hij kijkt mij doordringend aan.

“Mijn beide benen staan plat”, probeer ik, “en kunnen daardoor moeilijk uit positie komen.”

Hij gooit zijn armen omhoog: “Precies! En dat is de kracht van Kluivert of Ronaldo: ze buiten dat statische van de Westerse voetballer uit.”

“Weet je wat het is?”, vraagt hij als we weer zitten. Hij heft zijn rechterhand en klieft als Zorro een 'Z' in de lucht. “Voetbal is net als schermen, tsjak-tsjak-tsjak, maar dan met de benen.” Voldaan leunt hij achterover.

Dat was 1997

Tot zover dit gesprek uit 1997, dat toen werd afgedrukt in Het Parool. Behalve bij Heracles speelde Dhlomo ook bij Enschedese Boys, samen met Abe Lenstra. Van de Fries leerde hij schaatsen. Veertig jaar later is Dhlomo nog steeds druk, en kijkt met tevredenheid terug op zijn jaren bij de nu jarige club. Volgens hem was dit team het beste dat daar ooit speelde.

Enschedese Boys, olé-olé!